SMIT-LLOYD B.V.
 
Anywhere, Anytime, Anyway
 
Smit-Lloyd 10
Smit-Lloyd 1
Smit-Lloyd 2
Smit-Lloyd 3
Smit-Lloyd 4
Smit-Lloyd 5
Smit-Lloyd 6
Smit-Lloyd 7
Smit-Lloyd 8
Smit-Lloyd 9
Smit-Lloyd 11
Smit-Lloyd 12
Smit-Lloyd 14
Smit-Lloyd 15
Smit-Lloyd 16
Smit-Lloyd 17
Smit-Lloyd 18
Smit-Lloyd 19
Smit-Lloyd 21
Smit-Lloyd 22
Smit-Lloyd 32
Smit-Lloyd 10
   
   
 

Foto's boven: L Tiesinga

Werf: van der Giessen de Noord, Krimpen a/d IJssel (856)
Tewater: 8 oktober 1966
Doopster: E Ruys van Heuve
In dienst: 29 november 1966
IMO no.

Eigenaren:

1966 Smit-Lloyd 10 Stoomvaart Mij. Nederland Amsterdam
1970 Smit-Lloyd 10 Smit-Lloyd NV Rotterdam
1972 Smit-Lloyd 10 Smit-Lloyd BV Rotterdam
1978 Smit-Lloyd 10 Gezonken in de Golf van Suez  

Terug naar boven

 
 

Geschiedenis Smit-Lloyd 10

Het testen van het 2e door SL ontworpen A-frame op de SL 10 (Sleeptros)

De Smit-Lloyd 10 is gebouwd in een record tijd van 75 dagen. Het was het eerste Smit-Lloyd schip dat vanaf de nieuwbouw was uitgerust met een goed A-frame en lierenpark.

6 December 1966 vertrok de SL 10 naar Zuid Australië via het Suez kanaal (14.000 mijl). De SL 10 is gecharterd door Shell Australië

1967.
De Smit-Lloyd 10 moest de ankers uitzetten van de Sedco 135 D maar er werd geen penetratie in de zeebodem bereikt. De bodem bleek uit limestone te bestaan. Daarna werd de Sedco 135 D zelf gebruikt om stalen palen in de zeebodem te boren waaraan het gemeerd werd.
Shell heeft eerst geprobeerd om Smit-Lloyd de schuld te geven maar het was een gebrek aan deugdelijk onderzoek.

De SL 10 sleept de Glomar 3 in Zuid Australië, de Lady Astri is stand-by (L Tiesinga)

1968.
De supplyhaven is Portland. Er wordt even gewerkt voor de Glomar 3 en daarna voor de Discoverer II, de oliemaatschappij is Esso Standard Oil.
In mei is de 10 in Barry’s Beach te vinden en de olieclub is Welshpool.
20 September vertrekt de SL 10 met de Discoverer II naar New Plymouth in Nieuw Zeeland, op 27 september komen ze in Port Taranaki aan.

1969.
Op 2 april vertrekt de 10 uit New Plymouth en komt op 2 mei in Singapore aan.
De SL 10 kwam 55 keer in New Plymouth, vervoerde 16.005 ton lading en heeft 108 dagen binnen gelegen volgens havenmeester J Flett.
Esso boorde op een diepte van 520 ft en 52 mijl uit de kust van Taranaki. De kosten bedroegen US $ 2,5 miljoen (25.000 per dag) en de boordiepte was 12.000 ft. Er werd niets aangeboord.
Het volgende gat werd geboord voor Shell, BP en Todd Oil in het Maui 1 veld op een waterdiepte van 360 ft. Er werd geboord tot een diepte van 12.500 ft. In dit gat werd gas aangeboord en is het eerste grote olieveld van Nieuw Zeeland.

De Discoverer II heeft een eigen voortstuwing en is 11.336 ton en heeft een accommodatie voor 72 personen. De Discoverer II heeft een ingenieus systeem om de kop in de wind te houden. De 8 ankerdraden zijn bevestigd aan de boorfundatie waar het hele schip 360 graden om kan draaien met behulp van twee hekschroeven en een boegschroef. Anti slingertanks zorgen voor een goede stabiliteit.

1970.
Supplyhaven Singapore en het boorschip de Discoverer II en III.
In september is de SL 10 in de Zuid Chinese Zee onderweg van de D II naar de D III toen ze een may-day ontving. De Discoverer II had een blow out gekregen en stond in brand. Alle 65 bemanningsleden zaten op de stand-by boot.
De SL 10 keerde terug, nam 50 man aan boord en is de brand gaan blussen en het boorschip van zijn locatie slepen.
Na 3 dagen is het boorschip gered en weer ten anker gebracht.
Aan het eind van het jaar is de SL 5 er ook bijgekomen.

Blow-out op de Discoverer II (J Vink)

1971 / 1972.
Suppleren vanuit Singapore voor de Discoverer II.

1973 / 1974.
Nog steeds is de base Singapore en tot mei het boorschip de D II. Daarna komt de SL 14 er bij en wordt er gewerkt voor de Wodeco 7.

1975.
De Wodeco 7 wordt afgelost door de Endeavour maar dit is van korte duur want een paar maanden later werken de SL 10 en 14 voor de Glomar Conception en is de supplyhaven Rangoon geworden.
In september wordt er gewerkt voor het boorschip Discoverer II en aan het eind van het jaar werken de SL schepen voor de Transworld 63.

1976.
Eerst is de supplyhanen Rangoon / Chittagon. In mei wordt de Transworld 63 naar Colombo gesleept waar het rig wordt gerepareerd. Dan gaat het verder naar Dubai.
In september gaat de SL 10 dokken in Alblasserdam en vertrekt daarna naar Trinidad. Lading reis van Trinidad naar Rotterdam waarna de SL 10 vanuit Peterhead, samen met de SL 12, gaat werken voor de Penrod 67.

1977.
Tot april in Peterhead en daarna Rotterdam waar ze voor de Offshore Mercury werkt. In september vinden we de SL 10 in San Carlos en het rig is de Ben Ocean Lancer.
November vertrekt de SL 10 naar de Golf van Suez en wordt Ras Shukheir de supplyhaven.

1978.
Supplyhaven is Ras Shukheir. In april wordt er in Malta gedokt waarna de 10 weer terug gaat naar Ras Shukheir.
Op 30 september is de SL 10 op een onverlicht in aanbouw zijnd platform gevaren. Er werd een SOS uitgezonden maar na 3 minuten viel de spanning uit. Na een half uur verliet de bemanning het schip en werd aan boord genomen door een passerende supplier. De SL 10 zonk na 2 uur en 19 minuten.
Meer gegevens op de pagina “Strandingen”.

De SL 10 vertrekt uit New Plymouth met een lading ankers (L Tiesinga)

Terug naar boven

 
 

De Smit-Lloyd 10 wordt gelicht. Collectie NSM.

Terug naar boven