1973.
Na de snelheidsproeven in Den Helder gaat de SL 106 samen met de SL
43 voor de Western Pacesetter varen. De supplyhaven is afwisselend Aberdeen
en Sandwick (Shetlands)
1974.
Werken voor de Western Pacesetter.
1975.
Samen met de 43 werken voor de Western Pacesetter.
1976.
Western Pacesetter tot mei.
Op weg naar Alblasserdam werd de 106 gevraagd koers te zetten naar
La Coruna om te assisteren bij de aan de grond gelopen en geëxplodeerde
tanker Urquiola (120.000 ton). De tanker kwam uit
de Perzische Golf en stootte op 12 mei bij het binnenlopen van La
Coruna op de rotsen.
Daarna sleept de 106 de Giant 4 geladen met een brug die geplaatst
moet worden in het Beryll Field van Rotterdam naar de locatie op de
Noordzee.
September sleepreis met de Drillmaster naar Pembroke.
De aan de
grond gelopen en geexplodeerde tanker Urquiola bij La Coruna (coll.
NSM)
1977.
In januari diverse opdrachtgevers in Aberdeen, daarna samen met de
105 een kort contract voor de Offshore Mercury vanuit Rotterdam.
In mei vinden we de 106 in Holsteinsborg waar ze voor de Sedco 709
werkt en naast het rig ook ijsbergen versleept. Enige tijd later is
de supplyhaven Halifax geworden, ook de Sedco 709 wordt hier naar
toe gesleept.
Eind 77 is de 106 in San Carlos en werkt ze voor de Ben Ocean Lancer
(California Oil Company) tegen een daghuur van 8500 gulden.
De Smit-Lloyd
106 versleept een ijsberg (K Christ)
1978.
San Carlos en Ben Ocean Lancer tot 20 maart. Bunkers brengen naar
de SL 112 die op dat moment de Sedco 709 sleept
13 April dokken te Alblasserdam en daarna vertrekt de 106 op 21 april
met de Giant 1 beladen met jack-up Chapparal van Rotterdam via Suezkanaal
naar Abu Dhabi (6500 mijl) waar ze op 1 juni aankomen. De vergoeding
voor deze sleepreis bedroeg meer dan 700.000 gulden.
Hierop volgde weer een sleepreis en moest de bok Magnus X naar Suez
worden gebracht. In de Golf van Aqaba werd de Magnus X overgegeven
aan de Afon Goch en kreeg de SL 106 de opdracht om de aan de grond
gelopen Sevillian Reefer vlot te trekken. De opbrengst
voor de gedeeltelijke sleepreis en de berging bedroeg samen 350.000
gulden.
Voor Aquitaine Libië werd het booreiland Pentagone 81 verplaatst.
Vervolgens wachtte een nieuwe berging, het vrachtschip Bessie
G die bij het Tunesische Bizerta was gestrand moest worden
vlotgetrokken. Helaas gaven de autoriteiten geen toestemming voor
de berging.
Werken vanuit Vigo waar de 106 op 17 juli aankomt. In opdracht van
Chevron wordt er materiaal geladen om ijsbergen te verslepen en deze
naar Canada te brengen.
In december weer in Aberdeen.
1979.
Afwisselende contracten in Aberdeen, Peterhead en in mei nog even
in Cork.
Arriveerde 1 mei te Rotterdam met de uitgebrande Griekse ertstanker
Taka aan de tros. Tijdens de reis van Piraeus naar
Bridgeport was brand uitgebroken.
.JPG) |
De uitgebrande ertscarrier Taka (L Tiesinga)
1980.
De SL 106 en 108 hebben een contract met Amoco Aberdeen.
De schepen hebben bij de Shetlands bij het Amoco dixylanfield 96 platform
enkele verbindingsstukken bij de wellhead afgezonken. De 36 mtr lange
pijpen, elk met een gewicht van 65 ton, werden door de 106 van het
dek van de 108 getrokken.
1981 t/m 1985.
Augustus 1985 wordt de 108 afgelost door de SL 122.
Contract met Amoco Aberdeen tot januari 1986.
1986.
Spotmarket Aberdeen.
Half mei vertrekt de 106 naar de Perzische Golf waar ze samen met
de 45, 107, 114, en de Smit Marlin diverse bergingen in het oorlogsgebied
verrichten.
De schepen werken voor Smit Tak en de werkhaven is Sharjah.
1987.
In april wordt de 106 onder Bahama vlag gebracht.
23 April vertrekt de 106 van Sharjah naar Bombay om een drijvend droogdok
(Escorts 1) op te halen en naar Andaman Island te brengen. Aankomst
te Port Blair was op 16 mei.
Daarna door naar Singapore, Australië, Hong Kong en in september
te Nieuw Zeeland.
1990.
December te Singapore.
1991.
In januari doet zich aan boord van de Cypriotische bulkcarrier Meloi
deed zich in de machinekamer een explosie voor die zware schade aanrichtte.
De Meloi was onderweg van Maleisië naar Lissabon met een lading
palmpitten. De SL 106 bood hulp aan en na het ondertekenen van het
LOF werd de Meloi naar Singapore gesleept voor reparatie.
Daarna naar Brunei om de ULCC Santa Fe Monitor naar Singapore te slepen.
In juli werd er te Singapore gedokt.
1992.
In januari is ze onderweg via Thailand naar Zuid Korea waarna ze in
februari wordt opgelegd in Singapore.
Eind april vertrekt ze van Singapore naar Taiwan.
In september vertrek Singapore naar job Energy waar
ze 5 dagen later aankomt. Eind september weer terug in S’pore waarna
ze voor Oxy in Labuan gaat werken.
Eind 92 is ze in Tandjung Berhala te vinden waar ze samen werkt met
de 110.
1993.
Management overgedragen aan Smit Tak Singapore, eigenaar Smit International
Singapore.
Tot de zomer is de werkhaven Labuan en daarna Kemaman.
1995.
Overgedragen aan Smit International (Ned), beheer bij Smit International
S’pore.
1996.
Het Panameese vrachtschip Sea Star IX is na een enerverende
reis op 6 augustus door de SL 106 in Singapore afgeleverd. De 106
had de sleep op 28 juni van de 117 overgenomen die daarvoor al enige
tijd met de Sea Star IX onderweg was geweest. Het transport verzeilde
echter in slecht weer waardoor de sleepdraad brak en de Sea Star op
drift raakte. Toch slaagde men erin om de Panamees weer aan de tros
te krijgen en de sleepreis richting Singapore voort te zetten.
De FSO Intan werd door de SL 106 van Jurong werf naar het Belida veld
(Indonesië) gesleept ter vervanging van een CALM boei. Voor het
uitwisselen en bevestigen van de kettingen waren ook de Magnus X en
de Smit Langkawi aanwezig.
1998.
Overgegaan naar Seacor Smit Inc. en beheer bij Seacor Smit Asia Pte
Ltd.
2002.
Verkocht aan AUO Siam Marine (Bangkok) en onder de vlag van Belize
gebracht. Herdoopt in ASM Alpha.
2009.
In januari gespot onder de naam Bos Azrina.