1974.
In maart werkt de 107 voor Shell Expro, daana naar Noorwegen om de Waagedrill
1 op te halen en naar het Engelse plat te slepen. Samen met de SL 109
gaat ze vanuit Aberdeen voor dit rig werken.
1975.
Samen met de 109 werken voor de Waagedrill 1.
1976.
In februari werkt de 107 samen met de 104 en 108 voor de Sedco 135
F. In mei werkt ze samen met de 104 en zijn de rigs Sedco 135 G en
Sedco 146 F geworden.
Vanaf september is alleen de Sedco 135 G nog overgebleven en is de
104 door de 108 vervangen.
1977.
Geen veranderingen.
1978.
Nog steeds samen met de 108 voor de Sedco 135G maar in mei vertrekt
de 107 naar Galway om voor de Zapata Ugland te gaan werken.
Na Galway even aan het werk in Groenland maar omstreeks oktober weer
terug in Aberdeen waar ze voor diverse rigs werkt.
1979.
Op 14 januari is de 107 in Bantry Bay te vinden. Hier is ze betrokken
bij de ontplofte tanker Betelgeuze (121.430 ton)
die langszij een olieterminal lag. De tanker is in drieen gebroken.
Het voorschip wordt op een bak geladen en naar diep water (2000 mtr)
gesleept en op 23 februari afgezonken. Dit afzinken lukte niet want
het voorschip bleef drijven, de Ierse marine heeft er toen een paar
gaten in geschoten zodat de lucht kon ontsnappen en het voorschip
zonk.
In mei is de 107 in Kalibia (Tunesië) waar ze samen met de 112
werkt.
De Smit-Lloyd 107 bij de Betelgeuze in Bantry Bay (J Kooij).
1980.
Half februari vertrek uit Tunesië en wordt de supplyhaven Rotterdam.
In mei wordt het hotelplatform Seafox 1 van Rotterdam naar zee gesleept.
De rest van het jaar werkzaam voor de NAM samen met de 2, 15 en 16.
1981.
NAM en Rotterdam.
April: De door een aanvaring averij opgelopen Pool Stanislaw
Dubois maakt water met als gevolg de ontwikkeling van het
zeer explosieve acetyleen gas. De SL 107 assisteert bij het verslepen
maar mag Rotterdam niet binnenlopen ivm explosie gevaar. Besloten
wordt om het schip ten zuiden van de Doggersbank te laten zinken.
22 Juli: De Liberiaanse tanker World Dignity (275.397
BRT) en geladen met 18.000 ton olie loopt bij Zeebrugge aan de grond.
18 Sleepboten waaronder de SL 107 als sterkste, trekken de tanker
bij hoog water los en wordt naar Zeebrugge gesleept. De totale trekkracht
bedroeg 90.000 pk’s.
In augustus wordt een gedeelte van de TV kinderserie “Twee Koningskinderen”
aan boord van de 107 opgenomen.
In het najaar worden de Dan King en de Neddrill 4 versleept en een
rigmove voor de Transocean 4.
1982.
Nog steeds werkzaam voor de NAM samen met de 2, 15 en 16.
1983.
Werkzaam voor de NAM tot september, wordt dan afgelost door de SL
72.
In december is ze in Kalibia te vinden waar ze samen met de 122 voor
de Ocean Voyager werkt.
1984.
In maart naar Malta om te dokken waarna de 107 eerst naar Port Said,
dan Alexandië en daarna naar El Ferrol vaart. Halverwege 1984
is ze weer terug in Alexandrië.
Begin augustus in Piraeus en een paar weken later vaart de 107 richting
Ierland.
In oktober wordt de 117 inDen Helder afgelost en op 11 november dokken
in Alblasserdam voor het plaatsen van Karmoy pennen.
Daarna vertrekt de 107 naar Singapore waar ze op 4 februari aankomt,
vertrek Singapore op 8 februari met het jack-up Trident 2 op sleep.
Bestemming is Bintulu waar ze op 16 februari aankomen.
Samen met de 75 wordt de Trident 2 de rest van het jaar bevoorraad.
1985.
Halverwege het jaar is de Trident 1 vervangen door de Eniwetok, werkhaven
is nog steeds Bintulu.
Eind van het jaar ligt de 107 stand-by in Singapore.
1986.
Nadat de Smit Maassluis door een excocet raket geraakt werd besloot
men op de Smit Singapore dat hun werk voor de Takpull 750 bij Kharg
Island te gevaarlijk werd en vertrok. De SL 107 heeft het werk toen
overgenomen en tot een goed einde gebracht.
De Takpull 750 trok vanuit Bushire (Iran) een pijpleiding de zee in
richting Kharg, de SL 107 behandelde de ankers van de Takpull. Als
laatste schip op de locatie heeft de 107 met een speciale cementinstallatie
aan dek de pijpleiding onder het cement gespoten.
Begin mei bergt en sleept de 107 de ULCC tanker W Enterprise
van Kharg Island naar Dubai. De tanker was in de machinekamer geraakt
door een Iraakse excocet raket.
Om welke reden is niet bekend maar de tanker is 3x door een gebied
gesleept waar zowel Irak als Iran op de schepen schoten, waarschijnlijk
was de tanker niet genoeg beschadigt om Totall Loss verklaard te worden.
Verder werkten in de PG de SL 45, 114 en 106.
In augustus wordt de 107 verkocht aan joint venture Smit Matsas (Hellas)
Salvage & Towage Co en herdoopt in Smit Matsas 3.
Ze blijft in de PG varen .
.JPG) |
Foto: Marijs
1987.
Smit Matsas 3 blust een brand op de door Iraakse kannonneerboten beschoten
VLCC Pivat (232.164 dwt) en geladen met 200.000 ton
ruwe olie. Ze wordt naar Dubai gesleept.
Later teruggekocht en weer herdoopt in Smit-Lloyd 107.
1990.
In het najaar vertrekt ze naar Madras, aankomst 27 november.
Dit jaar wordt de eigenaar Stoneham Bay Shipping Company en herdoopt
in Smit-Lloyd 107. Het management is bij Smit International
Singapore.
1991.
Werkt vanuit Madras.
In oktober wordt de samen met de SL 110 de DB 100 naar Tandjung Berhala
gesleept waar ze 29 oktober aankomen, daarna door naar Singapore ETA
23 november.
Rest van het jaar down manned te Singapore.
1992.
Op 13 april is de 107 samen met de 105 verhuurt aan een Australische
charteraar. De schepen zijn verhuurt aan Total Marine Services die
ze inzet voor Philips Australia. De supply base wordt Darwin en er
komt een complete Australische crew aan boord.
In oktober slepen de 107 en 105 het rig Ocean General van Bali naar
de Timor Zee.
1993.
Samen met de 105 werkt de 107 vanuit Danang (Vietnam).
1994.
Werkt in de omgeving van Singapore.
1996.
Verkocht aan Smit International (Trinidad) en herdoopt in Smit
Atley-J. het zelfde jaar weer doorverkocht aan Smit International
(Antilles) en herdoopt in Smit Jamaica.
Smit Atley J en Smit Jamaica
(coll. NSM)
1998.
Herdoopt in Isla Venados en eigenaar is Seacor Smit
Marine Inc. Verkocht aan Seacor Worldwide Inc en herdoopt in Seacor
Odyssey.
Het management gaat naar Vector Offshore en de nieuwe naam wordt Veesa
Ruby.
Foto's: Isla Venados en
Seacor Odyssey (coll. NSM)
2000.
Verkocht aan Putford Enterprises Ltd en herdoopt in Ruby.
Het beheer gaat naar Boston Offshore te Lowestoft.
Foto's: Veesa Ruby (coll.
NSM) en Ruby (M Harthoorn)
2002.
Verkocht aan Vergina Holdings te Nassau en herdoopt in Vergina
Star Z, het beheer berust bij Thessaloniki Maritime (Griekenland).
2005.
Verkocht aan Bluebottle Nav Ltd (Panama) en herdoopt in Ruby
Deliverer, in beheer bij Seawave Maritime SA (Piraeus).
Foto's:
Vergina Star Z (coll. NSM) en Ruby Deliverer (Dan Ferro)
2006.
De Ruby Deliverer heeft vergeefs gezocht naar het vermiste booreiland
Petrobras XXI en is daarna te Durban aan de ketting gelegd.
In juni te Durban openbaar verkocht en in augustus 2007 achter de
Zuid Afrikaanse sleepboot Ndongeni (ex Multratug 5) naar onbekende
bestemming vertrokken.
2008.
Verkocht aan Lenimar Ocean Trawlers Ltd (Nigeria) en herdoopt in Jade
Star. Het schip is opgeknapt en heeft ook weer een zaling
tussen de schoorstenen gekregen.