C d Leeuw.
1975.
De Smit-Lloyd 111 gaat gelijk aan het werk bij de NAM voor een langdurig
contract. Ze werkt samen met de SL 2, 15 en 16 en ook enige tijd met
de SL 1 en 11.
1976 t/m 1980.
In 1977 bedroeg de daghuur 11.000 gulden, in 1978 werd het contract
met 2 jaar verlengd maar nu voor 2500 gulden minder.
Werkzaam voor de NAM tot circa mei 1980.
De 111 sleept de Petrobaltic naar Polen, daarna wordt
ze omgebouwd om op zware olie te varen.
31 Oktober vertrekt de 111 naar Abidjan voor een kort contract.
1981.
20 April vertrekt ze naar Mosselbaai om voor de Sedco K te gaan werken.
Ook de 109 gaat voor de Sedco K werken.
December vertrekt ze uit Mosselbaai en gaat dan naar Argentinië.
In december sleept de 111 samen met de John Ross het booreiland Sedco
706 door de Straat Magelhaen. Het was voor het eerst in de geschiedenis
dat een dergelijke sleep vanaf Rio Gallagos in Argentinië geheel
binnen door voer tot aan Wellington. Er was ook een filmploeg aan
boord.
1982.
Eind januari komt ze in Punta Quilla (Argentinië) aan en gaat
voor de Interocean II werken..
In juni vertrekt ze naar Rio de Janeiro en ligt daar stand-by, in
die tijd heeft de 111 de tanker Hercules naar diep
water gesleept. In de tanker zaten onontplofte bommen, de tanker is
door de marine lek geschoten waarna ze zonk.
18 Augustus uit Rio vertrokken en de bestemming is Kaapstad.
Eind van het jaar is ze weer in Mosselbaai en gaat werken voor de
Sedco K.
.jpg) |
De tanker Hercules voordat ze het genade schot kreeg
(R vd Aar).
1983.
In het voorjaar komt de SL 109 de gelederen versterken.
1984.
Werkzaam vanuit Mosselbaai, in het voorjaar vertrekt de 109 naar een
andere locatie. In september is de Actinia er bij gekomen en aan het
eind van het jaar ook de Nymphea.
1985 / 1986.
In juni 1986 is de 111 van Kaapstad naar Mauritius vertrokken en gaat
dan door naar Bombay om de SL 107 af te lossen. Daarna wordt de bestemming
Sharjah.
Meegewerkt aan de berging van de tanker Medusa geladen
met 343.423 ton olie bij Kharg eiland. De tanker was getroffen door
een exocet raket.
In augustus uit de PG vertrokken met de Giant 4 op sleep naar Singapore
waar de 111 in september aankomt.
1987.
In februari onder Bahama vlag gebracht en de eigenaar wordt Smit Fleet
Services.
De Sedco 600 wordt in maart naar Bintulu gesleept en de Crown Hope
naar Japan.
Stand-by in Hong Kong waar in eigen beheer onderhoud aan de hoofdmotoren
wordt gedaan. Daarna samen met de 109 naar Brisbane waar gebunkerd
wordt en dan door naar New Plymouth (Nieuw Zeeland ) waar ze in bare
boat charter voor Hooker Bros gaat werken. Er komt een volledige Nieuw
Zeelandse crew aan boord.
De 109 en 111 gaan werken voor het rig Zapata Arctic.
In augustus vertrekken de beide schepen naar Brisbane, de SL 111 sleept
de 109.
Na Brisbane wordt het Singapore waar de Kiwi’s afgelost worden door
een Nederlandse kapitein en Hwtk en Filippijnen.
September begint een contract in Korea.
1989.
Eind maart zijn de SL 111 en 114 na het Korea contract werkzaam op
een contract van de joint venture Red Dragon in de Zuid Chinese Zee
vanuit het Chinese Gangzhou.
1991.
Werkt vanuit Tandjung Berhala.
In oktober een contract met JTO Operating Company en in december down
manned in Singapore.
1992.
22 Juli vertrekt de 111 met de bak Regina 250 van Singapore naar Abu
Dhabi.
In oktober is de supplyhaven Hodeidah (Yemen) waar ze samen met de
109 werkt.
Aan het eind van het jaar is de 111 in Mogadishu (Somalië).
1993.
Assisteerd de Amerikaanse Marine bij de VN operatie “Restore Hope”
in Somalië. De 111 verricht bevoorradingswerk voor de daar aanwezige
marineschepen.
 |
Het Belgische marineschip Zennia (schroefschade)
wordt door de 111 van Kismaayo naar Mombassa gesleept.
Het Italiaanse marine bevoorradingsschip “San Giorgio”
liep aan de grond en is door de SL 111 vlotgetrokken.
Kapitein Bos ontving bij zijn aflossing een hoge Amerikaanse onderscheiding
en de bemanning kreeg een plaquette voor het verrichtte werk.
In juli slagen de SL 111 en de Simoon van ITC er in om de Shell tanker
Sunetta vlot te slepen en in de haven van Mombassa
af te leveren. De Liberaanse tanker was geladen met 80.000 ton ruwe
olie en was vlak voor de haven van Mombassa aan de grond gelopen.
Shell tanker
Sunetta (Int.)
Eind augustus op station bij Seychellen tot 24 september en daarna
naar Durban om te dokken. Na het dokken naar Singapore waar ze 30
november aankomt.
1994.
Werkzaam vanuit Kemaman.
1995.
Overgedragen aan Smit International (Ned) en in beheer bij Smit International
Singapore.
1997.
Op 31 juli loopt de bulkcarrier Goodwill (149.401 DWT) op een rif
bij Muirfield Seamount zuidwest van de Cocos eilanden. De Goodwill
was gelasden met 145.000 ton ijzererts en was onderweg van Dampier
naar Duinkerken. De 21 bemanningsleden verlaten het schip en worden
aan boord genomen door een Australisch schip
De door de Smit London gesleepte Goodwill wordt door
de 111 overgenomen en naar Straat Sunda gesleept voor reparatie.
De SL 117 en 111 slepen de Floating Storage Unit Deep Blue (338.000
DWT) van Singapore naar het Widuri veld in Indonesië. De FSU
Maxus Widuri wordt van zijn 10-punts meersysteem losgekoppeld en de
FSU Deep Blue wordt aan het bestaande systeem gekoppeld. De opdrachtgever
was Tanker Pacific Offshore Terminals.
via Ko Rusman
1999.
Herdoopt in Smit Lumut en de nieuwe eigenaar is Smit
International Singapore.
2004.
Verkocht aan Sea Trucks
Group (Nigeria) en herdoopt in Jascon 22. In beheer
bij Walvis International en de vlag is die van St Vincent.