SMIT-LLOYD B.V.
 
Anywhere, Anytime, Anyway
 
Smit-Lloyd 112
Smit-Lloyd 104
Smit-Lloyd 108
Smit-Lloyd 114
Smit-Lloyd 118-2
Smit-Lloyd 105
Smit-Lloyd 109
Smit-Lloyd 115
Smit-Lloyd 119-2
Smit-Lloyd 106
Smit-Lloyd 110
Smit-Lloyd 116
 
Smit-Lloyd 107
Smit-Lloyd 111
Smit-Lloyd 117
 
Smit-Lloyd 112
   
   
 

Foto's boven: Smit-Lloyd 112 te Malta (H v Milligen), de 112 met het 4-punts meersysteem (internet).

Werf: de Waal, Zaltbommel (705)
Tewater: juni 1975
Doopster: Mrs M Gill
In dienst: 15 augustus 1975
IMO no.
7402465

Eigenaren:

1975 Smit-Lloyd 112 Smit-Lloyd BV Rotterdam
1989 Riverton Governement of Canada Quebec
1998 Riverton Secunda Marine Services Darmouth
2004 Riverton Dalton & Collingwood St Johns
       

Volgens Equasis:
1979: Eigenaar Smit International BV, Bahama vlag.
1989: Herdoopt in Riverton en onder Canadese vlag. Manager en operator: Canada Govt Supply & Service (Canada). Geen thuishaven of officieel nummer.
2005: Operator en manager is Cape Harrison Marine (Can.)
2008: Tot dit jaar staat Smit International BV nog vermeld als eigenaar, in dit jaar wordt de eigenaar Cape Harrison Marine (Can.)
2011: Reg. owner: Dalton & Collingwood (Can.), thuishaven: St John's, roepnaam: VCRP

Terug naar boven

 
 

Geschiedenis Smit-Lloyd 112

De Riverton bij de HMC dockyard te Halifax (Mackay)
1975.
de Smit-Lloyd 112 is direct na de oplevering omgebouwd tot diving support vessel voor Hamilton Brothers voor werkzaamheden aan de SBM boei en wellheads in het Argyllfield.
De 112 kreeg een 4-punts meersysteem, een grote kraan, een beweegbare Gantry kraan op het achterschip en de benodigde duikuitrusting. De accommodatie werd uitgebreid tot 22 personen
Als ankerwerk schepen zullen de SL 45 en 47 fungeren.
De werkhaven is Aberdeen.

1976.
In december is het contract afgelopen en wordt de 112 in Alblasserdam weer omgebouwd tot AHTS schip.

1977.
De 112 maakt een sleepreis naar Stavanger en Kiel.
In mei is ze werkzaam vanuit Foynes (Ierland) voor de Sedco 707, dit rig ligt op diep water. De daghuur bedraagt 9600 gulden.
Aan het einde van dit jaar werkt ze voor Cities Service Netherlands vanuit Rotterdam. De daghuur bedraagt nu slechts 7700 gulden.

1978.
Na Cities Service gaat ze in februari in Alblasserdam dokken waarna ze naar Canada gaat om de Sedco 709 van Halifax naar Ierland te verslepen à 17.000 gulden per dag, draaide het booreiland echter mee dan ging er 5000 van de prijs af. Daarna wordt het weer even Foynes en in oktober is de 112 in West Ierland te vinden waar ze vanuit Sullom Voe suppleert.
In december is ze in Aberdeen te vinden waar ze voor BP gaat werken.

1979.
De eerste maanden is ze weer terug bij de NAM in de Eemhaven om in mei naar Kelibia (Tunesië) te vertrekken waar ze samen met de SL 107 werkt.
Bij het vrachtschip Esdera geassisteerd.

1980.
Half februari vertrek uit Tunesië en gaat via Rotterdam naar Aberdeen. In mei wordt de supplyhaven Floro in Noorwegen en het rig is de Sedco 704.

1981 t/m 1983.
Nog steeds werkzaam voor de Sedco 704 en de supplyhaven is afwisselend Floro en Aberdeen. Sinds juni 1983 wordt het Cork en komen er Ierse gezellen aan boord.

1984.
21 Maart komt de 112 weer vanuit Cork op de Noordzee en komen er weer Nederlandse gezellen aan boord. De 112 gaat vanuit Aberdeen en Stavanger werken voor de pijpenlegger Stadflex.
8 September weer terug in Cork en gedurende deze periode weer Ierse gezellen aan boord

1985.
31 Januari in Peterhead en daarna ladingreis vanuit Aberdeen (Spotmarket)
Op 30 april vertrekt ze naar Brest waar de 112 en 117 op 5 mei aankomen voor het bedienen van het booreiland Ocean Bounty.
14 Juni opgeleverd aan Smit Tak voor assistentie bij de installatie van een pijpleiding. In verband met dit project werd in juni te Alblasserdam een 4-puntsmeersysteem aangebracht.
Verwacht wordt dat deze werkzaamheden tot september zullen duren.
In december is de 112 in Beverwijk te vinden.

1986.
Tot april in Beverwijk en dan wordt ze, samen met de 122, op 17 april in Vlissingen opgelegd.
In juni vertrekt ze weer om na ombouw voor Smit Tak aan het Coflexip project (Lenan Field) mee te gaan werken.
In oktober heeft ze enige tijd in Rotterdam gelegen. Na de rig-move met de Rowan California gaat ze op de spotmarket werken. In november wordt de Eerland 6001 naar Arendal (Noorwegen) gebracht. December is de 112 terug in Rotterdam.

De Smit-Lloyd 112 bij de Rowan California (G Tel)

1987.
14 Januari dokken te Alblasserdam en daarna samen met de 114 naar Pointe Noire om voor de Neddrill 1 te gaan werken. Dit contract duurt tot het einde van het jaar.

1988.
De SL 112 was betrokken bij het lossen van de Japanse autocarrier Reijin. Nippon Salvage had deze operatie aan Smit uitbesteed met dien verstande dat er geen auto's en/of onderdelen aan de wal mochten komen. Het viel de bemanning van de 112 op dat er diverse auto's op dek werden gezet waarvan wielen, radio en zelfs de versnellingsbak ontbrak.
De Reijin was bij het verlaten van Oporto gekapseisd, het schip en de lading (5432 auto's) werd in diep water afgezonken. Een groot gedeelte van de auto's werd door de SL 112 aan boord genomen en werd in de oceaan gedumpt.
20 Mei onder Bahama vlag gebracht.
Meer foto's van de Reijin onder aan deze pagina

Autocarrier Reijin (Int)

1989.
Verkocht aan de Canadese Marine en herdoopt in Riverton.

1998.
Verkocht aan Secunda Marine Services Ltd te Darmouth (Canada), niet herdoopt.

Riverton in 1998 (Mac Mackay)

2004.
Verkocht aan Dalton & Collingwood te St Johns, niet herdoopt. Beheer ook bij Dalton & Collingwood.

De Riverton gemeerd in St Johns met de Dalton & Collingwood schoorsteen (Mackay)

Bron: Mac Mackay-Tugfax mei 2013.


Shortly after arriving in Canada, the name have been painted out from the hull.


The tug/supplier Riverton arrived back in Halifax after an absence of more than ten years. It was in late 2004 that the boat was sold to Newfoundland owners and has been working in those waters ever since.
In 1989 it was purchased by the Royal Canadian Navy (RCN) as an auxiliary fleet tug and trials vessel and after a refit was renamed CFAV Riverton (the second tug of that name in the RCN).


After trtrialing some equipment in Bedfort Basin the Riverton returns to the Dockyard. She was assigned pennant number AGOR 121.

After a few years the tug was little used and in 1998 it was chartered to Secunda Marine Services. As a naval vessel it was not registered and was therefore a bit unusual working in the commercial sector without a port of registry or Official Number.


The unregistered Riverton on charter to Secunda Marine Services was a bit of a anomaly.

On completion of the charter it was returned to the RCN in 2002 and laid up until sold in 2004.
It was then registered in Canada for the first time February 11, 2005, with St John's as its port of registry.
Present owners are Cape Harrison Marine and they use the boat for research and stand-by work. It will be employed during this summer season as a "chase" boat for a large seismic exploration venture off Nova Scotia operated by Western Geco.
It will also be a supplier and crew taxi to the ships that will not need to return to port for fuel or stores.

Terug naar boven

 
 

De Riverton met de Secunda schoorsteen (Mac Mackay)

Terug naar boven

Foto's onder ontvangen van Jelle Mulder. De hele operaratie werd gecontroleerd en gefilmd door een Japanner die dank zij Jelle geen four wheel drive in zijn nek kreeg. Als dank betaalde hij het ontwikkelen van de foto's.

De Reijin in betere dagen en het begin van het einde.
De Roland van Bugsier op de locatie voor het verwijderen van dekdelen zodat de auto's gelost kunnen worden.
Een gedeelte van het dek is verwijderd, de auto's blijven mooi op hen plaats.
De Bugsier barge, geladen met auto's, wordt naar de dump locatie gesleept.
Taklift 4 bergt de ankerkettingen van de Reijin. Deze ketting zal later gebruikt worden om de Reijin in stukken te zagen.

De Smit-Lloyd 112 wordt geladen en met een vol dek met auto's.
De auto's worden m.b.v. pieldraden overboord gezet. Dit werd gecontroleerd door een Portugeese stuurman, hij telde de auto's die aan boord kwamen en de auto's die overboord gingen.
Een gejatte autoradio met accu in een hut. Nadat er een taxichauffeur betaald werd met een radio kwam de douane aan boord controleren en werden de gejatte spullen in beslag genomen. Kapitein Stammes en de kapitein van de Ronald moeste n.a.v. deze "diefstal" voor de rechtbank komen.
De Taklift 4 had in R'dam goedkope gasolie gebunkerd maar kon deze niet goed separeren. Overgegeven aan de SL 112 maar die kampten met het zelfde probleem. Toen de SL 112 op weg ging naar Congo was er een ontmoeting met de Smit London die na 119 dagen op zee wel wat gasolie kon gebruiken. We zien op deze foto dan ook een opgeluchte Hwtk Cool die blij was van deze troep af te zijn. Enkele maanden later kampte de Smit London met brandstofpomp problemen,goedkoop is meestal duurkoop!
Onderweg naar Congo geniet Jelle Mulder in het zwembad.