De Smit-Lloyd 114 in 1976 onderweg met een kraanbak
van Trinidad naar Egypte (W Kwak)
1975.
Direct na de oplevering naar Aberdeen vertrokken om voor Shell Expro
te gaan werken.
1976.
Samen met de SL 110 werkzaam voor Shell. In maart vertrekt de 114
en gaat naar Trinidad om een booreiland op te halen en naar Malta
te brengen.
Dokken in Malta en weer terug naar Port of Spain in Trinidad waar
ze voor de Discoverer 511 gaat werken. In september wordt de supplyhaven
Georgetown en daarna in november Tarragona. Inmiddels is ook de SL
117 de gelederen komen versterken.
1977.
Samen met de 117 werkzaam voor de D 511 (Amoco) en de supplyhaven
is Ras Shukheir, half mei Port Said en weer naar Ras Shukheir.
1978.
In oktober verlaten de Discoverer 511 en de 114 de Golf van Suez en
vertrekken naar Trinidad. De 117 is inmiddels vervangen door de SL
51.
1979.
Het hele jaar in Trinidad, de SL 51 is vervangen door de SL 50.
Half juli: twee met ruwe olie en nafta geladen mammoettankers komen
in dichte mist in het Caribische gebied in aanvaring en vlogen in
brand. Meer dan 26 bemanningsleden zijn omgekomen en er is zeker 250.000
ton olie in zee gelopen. De Aegean Captain is 210.257
ton en de Atlantic Empress is 292.666 ton.
De brand op de Aegean Captain werd als eerste geblust door de Oceanic,
Zwarte Zee en SL 114 en werd daarna naar Trinidad gesleept voor reparatie.
De SL 114 en Zwarte Zee voorkwamen dat de brandende Atlantic Empress
op Grenada zou stranden door het schip te verslepen. De Smit Enterprise
en de Smit Salvor (ex SL 101) kwamen ook ter plaatse maar konden niet
voorkomen dat de Atlantic Empress na een paar dagen door een explosie
toch is gezonken in 4500 mtr diep water en 200 mijl uit de kust.
Een strop voor Smit van meer dan twee miljoen gulden!
1980.
Februari vertrokken uit Trinidad en wordt de nieuwe supplyhaven Rio
de Janeiro. Samen met de 50 wordt er nog steeds voor de Discoverer
511 gewerkt.
In het najaar vertrekt
het hele spul naar Belem en in oktober naar Abidjan.
1981.
Eerst nog Abidjan, daarna Siracusa en aan het eind van het jaar wordt
het Faro in Zuid Portugal. Hier wordt op diepwater geboord.
Het Duitse containerschip
Slogan Ranger was na een aanvaring met een Japans
schip voor de Libische kust gekapseisd. De SL 114, onderweg naar Syracusa,
wist vast te maken en de Slogan Ranger naar Cadiz te slepen. (K d
Blok / Schouten).
1982.
In mei vertrek uit Faro en wordt de nieuwe bestemming Sochna in de
Golf van Suez. Hierna wordt het Mogadiscio en half november is het
contract met de Discoverer 511 afgelopen en vertrekt de 114 naar de
Noordzee. in december wordt er in Rotterdam gedokt.
1983.
In maart werkt de 114 vanuit Tananger voor de Borgny Dolphin. Spotmarket
tot september want dan heeft ze een contract om voor de Benvrackie
(Chevron) te gaan werken.
1984.
Begin van het jaar maakt de 114 een reisje naar St Johns en Halifax
om daarna koers te zetten naar Cork om de SL 112 af te lossen. Ierse
gezellen aan boord. Het rig is de Sedco 704.
In juli is ze weer in Aberdeen en sinds 8 september weer terug in
Cork waar ze de rest van het jaar blijft.
1985.
Vanaf 28 januari in dok te Alblasserdam voor uitgebreide winch-aanpassingen.
Op 13 mei neemt ze de sleep Sinmar van de SL 108 over. De SL 108 moest
een reparatie aan haar drinkwater tanks ondergaan. Op 16 mei werd
de 114 weer afgelost en vertrok ze naar Furness om met de Giant 2
naar Noord Schotland te varen. Begin juni weer terug in Nederland.
Tot oktober op de spotmarket en daarna assisteren bij de bouw van
Amoco's P15 platform waar ze in december door de 117 wordt afgelost.
Op 18 december wordt de 114 te Invergordon aan Smit Tak opgeleverd
voor het Ganaveh project.
1986.
17 Januari arriveert de 114 in Sharjah waar inmiddels ook de 107 en
45 aanwezig zijn.
De VLCC Hawaii (190.367 BRT) wordt 60 mijl ten zuiden
van Kharg Island getroffen door een Irakese excocet raket. De lading
aardolie wordt overgepompt waarna de SL 114 de tanker naar Dubai sleept
waar ze 2 april aankomen.
Betrokken bij de berging bij Kargh Island van de door een excocet
getroffen Medusa,
geladen met 343.423 ton olie.
Daarna betrokken bij de berging van de W Enterprise,
een tanker van 357.430 ton en geladen met olie. Ze was bij Kargh in
brand geschoten.
Omstreeks september vertrekt de 114 uit de PG met de Takpull 750 op
sleep. De bestemming is Trapani waar offshore een meersysteem gelegd
moet worden voor een productie tanker.
Aan dit Nilde project werken ook de SL 29, 90 en 92 mee.
Na het Nilde project eerst
voor Geisum Oil gewerkt en vanaf 12 december is de 114 in Hodeida
(Jemen) waar ze samenwerkt met de SL 49.
1987.
In februari op weg naar Pointe Noir waar samen met de 112 voor de
Neddrill 1 wordt gewerkt. In augustus wordt er in Malta gedokt waarna
de SL 91 in Tunesië wordt afgelost.
1988.
Eind maart werkt de 114 samen met de 111 in de Zuid Chinese Zee en
suppleert vanuit Shekou.
In maart wordt de 114 onder de Bahama vlag gebracht.
1989.
De 114 sleept samen met de Tender Commander de Sedco 600 van Singapore
naar de locatie North West Shelf Australië.
1990.
In december wordt het rig Jim Cunningham van Mabini naar offshore
Shekou gesleept.
1991.
Werkt vanuit Shekou tot eind juli en gaat dan via Singapore naar de
Golf van Thailand.
In oktober een contract met Shell Serawak en de supplyhaven wordt
Labuan.
1992.
Half juli is het contract met Shell afgelopen
en vertrekt de 114 naar Singapore om te dokken waarna ze samen met
de 117 vanuit Batam gaat werken.
1993.
In maart werkt ze samen met de 117 vanuit Mabini, in juni vertrekt
de 114 naar Pusan.