De Smit-Lloyd 116 zou oorspronkelijk
in Deest worden gebouwd maar deze werf ging echter failliet. De nieuwbouw
inspecteur kreeg toen de opdracht om onmiddellijk naar de werf te
gaan om de originele eigendomsbewijzen in handen te krijgen en op
het Westplein af te geven.
De missie slaagde en toen de inspecteur de papieren aan een verbaasde
directeur overhandigde kwam de ham vraag in aanwezigheid van de inmiddels
aanwezige advocaten: "Hebt u deze papieren legaal verkregen?"
De inspecteur kon nog net zijn broek opvangen voor deze afzakte om
daarna gewoon "Ja meneer", te zeggen.
1976.
Dit jaar werkt de 116 voor diverse booreilanden en de supplyhavens
zijn Aberdeen, Stavanger en Pembroke. Na Pembroke de garantie dokking
in Alblasserdam.
1977.
Werkt eerst voor de Drillmaster vanuit Pembroke en daarna samen met
de 105 voor de Penrod 71 vanuit Aberdeen.
Even in Holsteinborg in Groenland voor de Pelerin gewerkt en in september
weer op weg naar Aberdeen.
In november wordt er in Alblasserdam gedokt voor groot onderhoud waarna
de 116 op 2 december eerst naar Baltimore en dan naar Trinidad vertrekt.
Hier worden de gezellen vervangen door locals.
Het met roerproblemen kampende bulkcarrier Tel Aviv
geassisteerd. Het schip werd veilig naar Norfolk gebracht. Dit leverde
120.000 gulden op.
1978.
De supplyhaven is Port of Spain en het rig is de Pat Rutherford, dit
duurt tot 5 mei.
Op 14 mei weer een meevaller, assistentie verlenen bij de berging
(LOF) van het ms Anemos. De Anemos had een gebroken
schroefas, ook de Smit Pioneer was hierbij betrokken.
21 September vertrekt de 116 uit Trinidad (afgelost door de SL 48)
en gaat te Curacau dokken, daarna op 25 september via Singapore door
naar Mabini waar ze samen gaat werken met de SL 19 en 12. Het rig
is de Ron Tapmeyer en de charteraar Cities Service.
1979.
Werkzaam vanuit Mabini samen met de 12, de SL 19 is na september naar
elders vertrokken.
1980.
Nog steeds Mabini, in september is de Ocean Prospector ook komen boren
en wordt door de 116 regelmatig Palawan aangedaan om materiaal van
de Coastel Scout te laden en water te halen. Aan het eind van het
jaar komt ook de SL 118 op de locatie.
1981.
In juni vertrek uit Mabini en gaat de 116 via Singapore naar Mombassa
waar ze eind juni aankomt. In oktober werkt ze samen met de SL 42
vanuit Colombo voor de Western Apollo 1.
1982.
Begin van dit jaar zijn de Western Apollo 1 en de 42 samen met de
SL 116 in Mabini te vinden. Eind april komt de 116 in Oman aan en
gaat vanuit Salalah voor de DF 95 werken.
10 Augustus vertrek uit Oman en kreeg de SL 116 na een paar dagen
het verzoek om bij de Gleichberg (Rostock) langs
te gaan waar de SL 43 reeds aanwezig was. De Gleichberg was op zijn
eerste reis op een rif in de Straat van Tiran (Golf van Aqaba) gelopen.
Na 5 dagen wrikken en scheren konden de SL 116 en 43 het schip los
krijgen en kon de Gleichberg zijn reis vervolgen maar dan wel naar
een scheepswerf.
De Smit-Lloyd
116 bij de Gleichberg in de Straat van Tiran (C de Leeuw).
Aankomst IJmuiden begin september. In november wordt de Borgland Dolphin
bij Verolme opgehaald en naar de noordelijke Noordzee gebracht.
Op 24 december sleept de 116 het hefeiland Seafox
en komt in een zware storm terecht waarin de Seafox zware schade oploopt
en de 47 personen tellende bemanning per heli van boord wordt gehaald.
Vijf bergers van Smit Tak werden aan boord gezet en deze zagen kans
om de Seafox weer waterdicht te krijgen en leeg te pompen waardoor
de Seafox eerste kerstdag behouden IJmuiden binnen gebracht kon worden.
1983.
In Aberdeen op de spotmarket.
In juni suppleren vanuit Peterhead op de Dixilynfield 96.
Op 27 augustus van Moerdijk naar Nador (Marokko) vertrokken waar gewerkt
werd voor de Neddrill 1. Eind november weer terug naar IJmuiden.
1984 / 1985
Dokken en modificaties in Alblasserdam en daarna aan het werk voor
Shell in Aberdeen.
1986 / 1987
In september 1986 ligt de 116 bij Hanno in de Rijnhaven en een maand
later wordt ze opgelegd in Sliedrecht.
1988.
Begin januari wordt de SL 116 weer in de vaart gebracht. 20 Mei gaat
ze onder de Bahama vlag varen.
In mei is de 116 in de
Perzische Golf en blust ze samen met de SL Matsas 3 (ex SL 107) het
vrachtschip Don Miguel.
1990 / 1991
Werkt vanuit Tandjung Berhala.
1992.
In maart wordt de 116 in Singapore opgelegd, dit duurt niet lang want
in april gaat ze weer aan het werk in Batam, haar collega is de SL
118.
De SL 116 sleept de door een machinekamer brand stuurloos geworden
tanker Yellow Fin naar de kust van Ceylon. Na het
lossen van 120.000 ton olie werd de tanker naar Singapore gesleept
voor reparatie.
1995.
In september wordt er gewerkt voor het rig Randolph Yost en de oliemaatschappij
is Carigali. De werkhaven is Labuan.
J vd Ster
via H vd
Berg