SMIT-LLOYD B.V.
 
Anywhere, Anytime, Anyway
 
Smit-Lloyd 118-2
Smit-Lloyd 104
Smit-Lloyd 108
Smit-Lloyd 112
Smit-Lloyd 117
Smit-Lloyd 105
Smit-Lloyd 109
Smit-Lloyd 114
Smit-Lloyd 119-2
Smit-Lloyd 106
Smit-Lloyd 110
Smit-Lloyd 115
 
Smit-Lloyd 107
Smit-Lloyd 111
Smit-Lloyd 116
 
Smit-Lloyd 118-2
   
   
 

Foto's boven:Jan Vennink en P Sinke.

Werf: Campbell Shipbuilding, San Diego (California), (116)
Tewater: 1975
Doopster: ?
In dienst: 6 juni 1977 / 31 januari 1991
IMO no.
7508879

Eigenaren:

1977 Biehl Trader Biehl Offshore Houston
1991 Smit-Lloyd 118 (2) Smit-Lloyd BV Rotterdam
1996 Smit-Lloyd 118 Smit International Rotterdam
1996 Smit-Lloyd 118 Seacor Smit Marine Inc Morgan City
1998 VB Golfo de Siam Grupo Boluda Valencia
  Golfo de Siam Boluda Group  
2010 Emre Omur Solar Gemi Kurtarma Hizmetleri Istanbul

Terug naar boven

 
 

Geschiedenis Smit-Lloyd 118-2

H vd Berg.
De Biehl Trader ging onder Amerikaanse vlag varen. Het schip kreeg een blauwe romp en gele schoorstenen. De romp en indeling en het grootste gedeelte van de technische installatie was gelijk aan dat van de Nederlandse 100S klasse. In plaats van de SWD TM 410 motoren was het schip uitgerust met 2 Lavalle Enterprise motoren van elk 3500 pk.
Waarom geen Smit-Lloyd kleuren? De romp werd blauw omdat dit de Biehl kleur was. De schoorstenen wilde men goudkleurig hebben met een embleem er in. Na overleg met International paint werd besloten om ze donker geel te schilderen en zonder embleem.
Het schip werd gerund door Biehl Houston onder een Smit-Lloyd contract.

1977.
De Biehl Trader vertrok gelijk naar Alaska en ging daar werken voor de Sedco 706 van Shell Oil.
In juli werken ze vanuit Yukatat (Alaska) voor de Sedco 706. Een Nederlandse kapitein en Hwtk zijn dan extra aan boord.
In september is de eerste rig-move en wordt de Sedco 706 van Alaska naar Seattle gesleept.

1991.
Op 31 januari wordt het schip 100% eigendom van Smit-Lloyd na een deal met de Bank of America.
De Biehl Trader wordt omgevlagd naar Bahama vlag en registratie, de thuishaven wordt Nassau en de nieuwe naam Smit-Lloyd 118. Er komen Nederlandse officieren en Filippijnse gezellen aan boord. Het beheer is bij Smit International Singapore.
De 118 is eerst werkzaam vanuit Madras maar gaat later de SL 106 aflossen in Tandjung Berhala.
In december is ze werkzaam vanuit Mabini.

1992.
In april werkt ze samen met de 116 vanuit Batam, in juli werken de schepen samen bij de berging van de Yellow Fin.
September ligt ze stil in Singapore maar in november heeft ze samen met de SL 75 weer een contract in Sonkla.

1993
In januari assisteerde de SL 118 bij het blussen en naar Singapore slepen van de Maersk Navigator. De Navigator is een tanker van 320 mtr lang, 50 mtr breed enb een diepgang van 24 mtr. Geladen met 279.000 ton olie waarvan de waarde toen ca. 160 miljoen US $ bedroeg. Na het blussen werd de lading overgepompt naar het zusterschip Maersk Nautilus, het overpompen duurde 10 dagen.
De hele operatie nam 43 dagen in beslag. Het uitgekeerde bergingsloon bedroeg 18 miljoen Sing $. Elk schip dat aan deze job meewerkte kreeg een gelijk bergingsloon, ongeacht de gewerkte dagen, zodat er voor een kapitein een bedrag over bleef van minder dan 10.000 gulden.

1994.
Werkt vanuit Singapore.

1996.
Overgedragen aan Smit International en later aan Seacor.

1998.
Management naar Seacor Marine (Asia) en later dit jaar verkocht aan Boluda Group en herdoopt in VB Golfo de Siam.
Later herdoopt in Golfo de Siam, beheer bij Boluda International.

Terug naar boven

 
 

Foto's boven:Golfo de Siam te Valencia (Hernandez) en met rode romp (H vd Berg)
Onder: Emre Omur in Ceuta

Terug naar boven