H vd Berg.
De Biehl
Trader ging onder Amerikaanse vlag varen. Het schip kreeg een blauwe
romp en gele schoorstenen. De romp en indeling en het grootste gedeelte
van de technische installatie was gelijk aan dat van de Nederlandse
100S klasse. In plaats van de SWD TM 410 motoren was het schip uitgerust
met 2 Lavalle Enterprise motoren van elk 3500 pk.
Waarom geen Smit-Lloyd kleuren? De romp werd blauw omdat dit de Biehl
kleur was. De schoorstenen wilde men goudkleurig hebben met een embleem
er in. Na overleg met International paint werd besloten om ze donker
geel te schilderen en zonder embleem.
Het schip werd gerund door Biehl Houston onder een Smit-Lloyd contract.
1977.
De Biehl Trader vertrok gelijk naar Alaska en ging daar werken voor
de Sedco 706 van Shell Oil.
In juli werken ze vanuit Yukatat (Alaska) voor de Sedco 706. Een Nederlandse
kapitein en Hwtk zijn dan extra aan boord.
In september is de eerste rig-move en wordt de Sedco 706 van Alaska
naar Seattle gesleept.
1991.
Op 31 januari wordt het schip 100% eigendom van Smit-Lloyd na een
deal met de Bank of America.
De Biehl Trader wordt omgevlagd naar Bahama vlag en registratie, de
thuishaven wordt Nassau en de nieuwe naam Smit-Lloyd 118. Er komen
Nederlandse officieren en Filippijnse gezellen aan boord. Het beheer
is bij Smit International Singapore.
De 118 is eerst werkzaam vanuit Madras maar gaat later de SL 106 aflossen
in Tandjung Berhala.
In december is ze werkzaam vanuit Mabini.
1992.
In april werkt ze samen met de 116 vanuit Batam, in juli werken de
schepen samen bij de berging van de Yellow Fin.
September ligt ze stil in Singapore maar in november heeft ze samen
met de SL 75 weer een contract in Sonkla.
1993
In januari assisteerde de SL 118 bij het blussen en naar Singapore
slepen van de Maersk Navigator. De Navigator is een tanker van 320
mtr lang, 50 mtr breed enb een diepgang van 24 mtr. Geladen met 279.000
ton olie waarvan de waarde toen ca. 160 miljoen US $ bedroeg. Na het
blussen werd de lading overgepompt naar het zusterschip Maersk Nautilus,
het overpompen duurde 10 dagen.
De hele operatie nam 43 dagen in beslag. Het uitgekeerde bergingsloon
bedroeg 18 miljoen Sing $. Elk schip dat aan deze job meewerkte kreeg
een gelijk bergingsloon, ongeacht de gewerkte dagen, zodat er voor
een kapitein een bedrag over bleef van minder dan 10.000 gulden.
1994.
Werkt vanuit Singapore.
1996.
Overgedragen aan Smit International en later aan Seacor.
1998.
Management naar Seacor Marine (Asia) en later dit jaar verkocht aan
Boluda Group en herdoopt in VB Golfo de Siam.
Later herdoopt in Golfo de Siam, beheer bij Boluda
International.