1977.
De Biehl Traveler begint haar werk in Alaska waar ze samen met de Biehl
Trader voor de Sedco 706 werkt.
In september wordt de Sedco 709 van Alaska naar Seatle gebracht.
1981.
Werkt vanuit Cook inlet voor de Dan Prince.
In maart is er geen werk meer in de USA en gaat de Traveler naar Maleisische
wateren waar ze voor Shell Labuan gaat werken.. Aan boord zijn Amerikaanse
officieren en Filippijnse gezellen.
1982.
20 Februari de sleepboot Obelix naar Labuan gesleept.
De Obelix had machineschade en was voor anker gegaan maar door slecht
weer anker en ketting verspeelt.
In april assisteert de Traveler de Smit London op de rede van Oita
met een tijdelijke verankering van de Sedco 708. Na 24 uur worden
de ankers weer thuis gebracht.
In december vertrekt de Traveler uit Labuan en gaat naar Hong Kong
om te dokken. Na dok gaat ze weer terug naar Jakatak in Alaska om
oliewacht te gaan varen. Na de ramp met de Exxon Valdez moeten de
tankers begeleid worden en daar zijn de Biehl Traveler en Trader voor
ingehuurd.
Gewerkt vanuit Puerto Galegos in Zuid Argentinië
Gewerkt vanuit Zadar in Joegoslavië.
De Amerikaanse kapitein heeft hier nog even in de gevangenis gezeten
omdat hij zonder loods had gevaren.
,%20traveler,%20sedco%20135A%20c%20(Custom).jpg) |
Biehl Traveler
(zwarte romp) bij de Sedco 135A (W Kwak).
1991.
31 Januari wordt de Biehl Traveler voor 100% eigendom van Smit-Lloyd
na een deal met de Bank of America. De Traveler gaat onder de Bahama
vlag varen en wordt omgedoopt in Smit-Lloyd 119 (2), ze krijgt Nederlandse
officieren en Filippijnse gezellen aan boord.
Vertrekt van Hong Kong naar Brunei en vandaar door naar Singapore.
Op 28 mei vertrokken uit Singapore en aankomst Suez op 23 juni, door
naar Malta waar de Traveler de 21e aankomt en op 31 juli vertrekt
ze naar Gibraltar waar ze in augustus op station ligt.
In december op station bij La Coruna.
1992.
In april assisteert de 119 Smit Tak bij de Karadeniz S.
Tengevolge van het slechte weer brak de bulkcarrier en verdween in
de diepte.
Half april in Rotterdam.
De SL 119 assisteerde de FPSO tanker Ocean Producer bij de eerste
lading crude oil die geladen werd in opdracht van Sonogol. De tanker
stroomde op natuurlijke wijze vol en fakkelde ook zelf af. De supplyhaven
is Pointe Noir en de charteraar is Ranger Oil.
19 Mei vertrekken de Granit en de SL 119 uit Rotterdam met het werkplatform
Penrod 64.
In juni is de supplyhaven Heysham waar de 91 wordt afgelost die gaat
dokken.
Half juli vaart ze vanuit Cork en heeft dan Ierse gezellen aan boord.
In oktober is het werk in Cork afgelopen en gaat de 119 via Rotterdam
naar Guernsey.
Begin november ligt ze op station bij Penzance en vanaf 27 november
bij La Coruna.
In december verleent de 119 assistentie bij de op de rotsen gelopen
tanker Aegean Sea bij La Coruna. De tanker was met
80.000 ton olie onderweg van Sullom Voe naar La Coruna. Tijdens het
in zeer slecht weer aanlopen van La Coruna verdaagde de tanker op
de kust, brak in tweeen en ontplofte waarna brand uitbrak.
Er stroomde ca. 72.000 ton olie in zee en op de kust.
De kust bij La Coruna wordt ook wel de kust des doods genoemd omdat
er in een tijdsbestek van 10 jaar circa 240 grote en kleine schepen
zijn vergaan.
 |
De Aegean
Sea op de kust bij La Coruna.
1993
Half februari vertrekt ze naar Taranto, half maart naar Falmouth en
daarna naar Malta om van 13 april tot 17 mei te dokken. Begin juni
verlaat ze Malta en gaat naar Cork.
In oktober is ze samen met de 123 werkzaam aan de Store Belt brug
in Denemarken. Een hoogtepunt was het verslepen van een blok beton
ter grootte van een voetbalveld en dat 55.000 ton woog. Het werd versleept
uit de haven van Kalundborg en met een twee mijlsvaart naar de brug
gebracht.
In november brengen de 119 en 122 de Seafox 2 naar de Botlek.
1994.
Het hele jaar werkzaam vanuit Pointe Noir.
1995.
In januari is de SL 119 aangeboden om vanuit Port Stanley op de Falkland
eilanden te gaan werken. De dagprijs voor het eerste jaar zou 4525
USD moeten bedragen. Een vereiste van de charteraar was dat er een
complete Engelse bemanning op geplaatst zou worden. De totale salariskosten
werden berekend op 1307 Pnd/dag, inclusief overhead en profit. Het
contract zou 5 jaar duren maar is niet doorgegaan.
In mei werkzaam vanuit Malabo (Equatoriaal Guinee). Begin augustus
wordt er in Duala gedokt en in december is de 119 in Port Harcourt.
1996.
Het hele jaar in Pointe Noir.
Overgedragen aan Smit International Group (Ned) en later dit jaar
aan Seacor Smit Inc.
1997.
De Maltezer bulkcarrier Bulk Azores, die op 10 juli
met een lading bauxiet vastliep bij Kamsar is door de SL 119 vlotgetrokken.
Beheer naar Seacor Marine
(Europe BV).
Samen met de SL 109 en de Dea Captain in het Tchatamba veld te Gabon
een meersysteem gelegd en de FSO Madiela hieraan afgemeerd. Het meersysteem
bestaat uit 12 Stevpris ankers van elk 18 ton, ze werden getest op
300 ton.
1998.
Verkocht aan R & B Falcon Drilling Co. en herdoopt in Deepwater
Searcher, later dit jaar herdoopt in Searcher.
2001.
Verkocht aan Specialist Marine Services en herdoopt in Motorman.
Het schip is voor een half jaar onder management van Workships Contractors
te Rotterdam.
2003.
Verkocht aan Marigul Shipping, niet herdoopt.
2005.
Verkocht aan Barge Invest AS (Norway) en herdoopt in Eide
Traveler, beheer bij Eide Marine Services AS (Norway).