Na de oplevering
is de SL 12 gelijk naar Portland in Zuid Australië vertrokken (14.000
mijl). Ze gaat daar voor Esso Standard Oil werken en het booreiland
Ocean Digger ter hoogte van Whyalla.
1968.
De supplyhaven is Portland.
Op de SL 12 werden de eerste Australische bemanningsleden voor de
spoedig op te leveren SL 31 wegwijs gemaakt.
In juli is de SL 12 te Barry Beach waar ook de 10 en 14 te vinden
zijn..
1969.
Samen met de SL 14 wordt de Ocean Digger vanuit Barry Beach bevoorraad.
In het najaar wordt er gewerkt voor de Choctaw.
1970.
Nog steeds in Barry Beach.
Op 5 november ontving de 12 een may-day van de Australische bulkcarrier
Iron Hunter (5.100 ton). Het schip had een explosie
in de ketel en daarna was er brand ontstaan waarbij een wtk was omgekomen.
De brand was snel bedwongen door de bemanning.
De Lady Lorna en Victoria lagen al vast maar kregen de Iron Hunter
niet rond. De SL 12 nam de tros over van de Victoria en samen sleepten
ze de bulkcarrier naar Port Philip Bay bij Melbourne (110 mijl).
23 November zijn de SL 12 en 14 samen met de Ocean Digger in Adelaide
en half december wordt de supplyhaven Fremantle.
c,%20ocean%20diggercc%20(Custom).jpg)
De Smit-Lloyd 12 onderweg met de Ocean Digger (R vd Bijl)
1971.
Werken vanuit Fremantle en half april gaan de schepen naar Broome.
Halverwege het jaar worden de gezellen vervangen door Australiërs.
1972.
In februari is de supplyhaven Port Lincoln geworden en het rig is
nog steeds de Ocean Digger. In juni gaat de SL 12 onder de Antilliaanse
vlag varen en worden de Nederlandse officieren ook vervangen door
Australiërs. De Nederlandse kapitein blijft aan boord als supervisor.
In augustus wordt de supplyhaven Geraldton.
1973.
Begin januari gaat de 12 naar Singapore om de SL 5 even af te lossen.
Bij aankomst Singapore komen er weer Nederlanders aan boord.
1 Februari vertrek naar Nederland waar de 12 half maart aankomt. Ze
krijgt werk in Stavanger voor de Saipem Due.
In juli wordt er vanuit Cork gewerkt.
1974.
Maart wordt er in Alblasserdam gedokt en daarna wordt de SL 11 in
Noorwegen afgelost. In april vertrekt de 12 naar Brits Guyana waar
ze samen met de SL 7 gaat werken voor de Glomar Sirte.
1975.
Eerst nog in Brits Guyana maar in juni gaat het hele spul naar Dakar
waar ze blijft tot september.
Daarna naar Fleetwood en wordt de Offshore Mercury verzorgd.
Omstreeks 25 oktober vaart de SL 12 tegen de Offshore Mercury aan
waarbij ze behoorlijke schade aan de voorsteven oploopt.
.jpg) |
.jpg) |
.jpg) |
In 25 dagen tijd werd een gedeelte van de boeg vernieuwd
(W Jumelet)
1976.
Samen met de SL 3 in Fleetwood en het rig is de Offshore Mercury.
In mei zijn de schepen in Great Yarmouth te vinden.
September gaat de 12 even voor de NAM in Rotterdam werken maar aan
het eind van het jaar is ze samen met de 10 in Peterhead bij de Penrod
67.
1977.
Eerst nog Peterhead en dan in februari dokken in Alblasserdam. Op
12 april gaat ze het werk van de SL 7 in Ravenna overnemen, het booreiland
is de Mr Jack en de charteraar is Agip SPA te Milaan.
1978.
Tot in de zomer blijft de SL 12 in Ravenna, daarna dokken te Malta
en gaat dan naar Mabini waar de Nederlandse gezellen worden vervangen
door Filippijnen. Ze werkt daar samen met de SL 19 en 116.
1979.
Nog steeds in Mabini bij de Ron Tapmeyer, in november wordt er in
Hong Kong gedokt.
1980.
In mei nog in Mabini dan even naar Labuan en half september naar Sattahip
in Thailand.
1981.
Tot september blijft de 12 in Sattahip en gaat dan naar Labuan waar
ze voor Shell Maleisië gaat werken.
1982.
Werkt vanuit Labuan. Eind van dit jaar wordt ze overgedragen aan de
joint venture Malaysian Supply Services en herdoopt in Masu
Jaya. (Jaya = succes).
1983 / 1984.
Behalve de kapitein en Hwtk worden in juni 1984 de Nederlanders vervangen,
in december is er een complete Maleisische crew aan boord.
1986.
Verkocht aan Chien Yu Steel Industrial Co. te Kaochung op Taiwan,
aankomst 22 december en de sloop start op 29 december 1986.