Foto's boven: IOS Victory (H vd Berg), IOS Victory dec 2009 op de
rede van Vung Tau (P Sinke).
13 November 1982
ging het achterschip (tot aan de kettingbakken) bij de werf "de
Biesbosch" tewater. Dit deel werd naar de werf de Waal te Zaltbommel
gesleept en op 15 november weer drooggezet en aan het voorschip gelast.
Tijdens laswerkzaamheden kwamen er vonken in het isolatiemateriaal
terecht en vatte vlam waardoor er blauwzuur gas vrijkwam.
47 Mensen moesten naar het ziekenhuis met vergiftigingsverschijnselen.
Ook Hwtk Peet van Emmerik was een van deze mensen.
De Smit-Lloyd 120 vertrok op 3 mei 1983 van de werf "De Waal"
naar Niehuis / vd Berg waar de resterende punten werden uitgevoerd.
In de Scheurhaven werden de trekproeven gedaan en op 9 mei was de
technische proefvaart.
De Smit-Lloyd 120 is de sterkste supplyboot van dit moment.
1983.
Aangezien Ranger Oil nog geen werk voor de 120 had werkte ze op de
spotmarket vanuit Aberdeen.
In september werkt ze even vanuit Cork. De Ierse zeelieden bond eist
dat er Ierse gezellen aan boord komen.
December 83 is de 120 weer terug in Aberdeen waar ze voor diverse
rigs werkt.
1984.
11 Maart 84 verslepen de 120 en 117 de grootste tanker ter wereld
n.l. de Al Rekkah uit Koeweit. De El Rekkah is geladen
met 450.000 ton olie en heeft een diepgang van 72 feet. Ze lag met
schade aan de hoofdstoomafsluiter nabij de Sandetty (51.38 N, 02.07
O). De tanker werd met een 7,9 mijls vaart naar de ankerplaats bij
Hoek van Holland gesleept en daar op 14 maart ten anker gebracht.
Half april vertrekt de 120 van Verolme met het booreiland Ali Baba
naar de Ierse Zee.
In mei heeft de 120 in Alblasserdam gedokt en daarna vertrekt ze naar
Aberdeen om op de spotmarket te gaan werken.
September 84 gaat ze dan eindelijk samen met de 121 voor Ranger werken
en het booreiland is de Sedco 714. De Sedco 714 werd te Ulsan gebouwd
en door de Smit London en later door de Smit Houston naar de Noordzee
gesleept.
In 1985
en 86 werkt ze nog steeds voor Ranger en de Sedco
714 waarna ze oktober weer op de spotmarket te vinden is.
1987.
Maart gaat ze weer voor de Sedco 714 werken samen met de 121, dit
contract duurt tot september 87.
In Oktober slepen de Smit-Lloyd 120 en 122 de bij het Noorse Alesund
opgelegde tanker Esso Atlantic (508.731 ton) naar
Brest. De sleep ging over de Atlantische Oceaan en niet door het kanaal
in verband met de lengte van de sleep.
J Carney
1988
In februari is de SL 120 werkzaam in Angola voor de Neddrill
6. De aflossing gebeurde via Cabinda.
In juli slepen de 120 en 122 het booreiland Glomar Labrador
1 naar de VeBo werf in de Botlek. Het booreiland was in de monding
van de Humber aangevaren door het vrachtschip Irving Forest waarbij
een van de poten aanzienlijke schade had opgelopen.
1989.
De stuurloos ronddrijvende tanker Alexandros wordt
in februari door de 120 en Maasbank naar de Europoort gesleept.
Augustus sleept de 120 geassisteerd door de Maasbank en Vikingbank
de CGS, een betonnen onderstel voor een productie platform, voor Hamilton
vanuit het bouwdok in Middlesborough naar zee. Hier maken ook de SL
122 en SL 92 vast en slepen de kolos verder naar de locatie waar het
wordt afgezonken.
Aan het eind van 89 schiet de 120 het stand-by vaartuig Grampions
Harrier te hulp. Dit vaartuig werd door een ander stand-by
schip gesleept maar door het slechte weer brak de tros en vastmaken
bleek niet mogelijk. De bemanning van de 120 zag echter wel kans om
vast te maken en de Grampions Harrier naar Aberdeen te slepen.
1990.
Werkt vanuit Aberdeen. In
januari een charter van 3000 pond/dag voor het bevoorraden van de
Galvaston Key.
Februari wordt een ladingreis
gemaakt voor Fina Exploration wat 4000 pond/dag opleverd.
1991.
Werkt nog steeds vanuit Aberdeen.
1992.
In februari naar South Sields omn te dokken en in juli gaat ze opstap
met de Takpull 750. Augustus zijn ze weer terug in Rotterdam waarna
de 120 weer naar Aberdeen vertrekt.
In september trekt de SL 120 samen met de SL 12x de net buiten de
pieren van Aberdeen omhoog gelopen Hongaarse vrachtschip Csokonia
los.
1993.
Great Yarmouth is even de supplyhaven maar in februari is de 120 weer
in Aberdeen te vinden waar ze 97 dagen voor de Glomar Arctic 3 werkt.
De oliemaatschappij is Arco.
In juni heeft de 120 nog een paar dagcharters o.a. voor Marathon (4750
pond) en voor Shell die 4000 pond/dag betaalde.
1994.
In januari wordt er een rig-move voor de Far Senior gedaan, de charteraar
is Sun Oil UK en de supplyhaven is Aberdeen.
Na de rig-move wordt de 120 omgevlagd naar de Bahama's en vol gebunkerd
voor een reis met het booreiland Dan Baroness van Invergordon richting
Singapore. Bij Las Palmas zal de sleep worden overgegeven aan de Smit
New York.
Van Las Palmas met losse boot naar Trinidad waar ze 31 maart aankomt.
De volledige crew wordt afgelost door Filippijnen met uitzondering
van de kapitein en Hwtk.
In West Afrika wordt een lege bak opgehaald en gaat de reis verder
via Durban (bunkeren) naar Singapore waar ze half juni aankomen.
Hierna gaat de 120 dokken hetgeen hoognodig was.