Het achterschip is gebouwd
bij Scheepswerf & Machinefabriek De Biesbosch Dordrecht BV
1983.
Aangezien Ranger Oil nog geen werk heeft voor de 121 begint ze haar
werk op de spotmarket in Aberdeen.
December vertrekt ze naar Den Helder. Voor de opening van het nieuwe
IJmuidense havencentrum is ze even aanwezig. Het centrum wordt geopend
door de minister van Rijkswaterstaat Neelie Smit Kroes.
1984.
Het Groningse koelschip Leo Polaris is op 18 januari achter de 121
te Emden aangekomen nadat ze tussen Borkum en Terschelling haar roer
verloren was. De met vis geladen coaster had Lagos als bestemming.
Hierna gaat ze dokken in Alblasserdam waar ook de liquid mud installatie
wordt ingebouwd. 27 Februari is de 121 gereed en vertrekt naar Aberdeen.
Juni is ze werkzaam voor Ranger Oil, haar collega is de SL 120 en
het rig is de Sedco 714. Gesuppleerd wordt er vanuit Aberdeen.
1985 / 1986.
Samen met de 120 werkzaam
voor Sedco 714 en suppleren uit Aberdeen. In juli / augustus 86 even
voor Hamilton gewerkt.
1987.
Augustus is het contract met Ranger Oil afgelopen en komt de 121 op
de spotmarket. De 121 sleept het werkplaform Seafox naar de IJmond
waar het door Goedkoop wordt overgenomen.
1988.
In december brengt de 121 de stuurloos drijvende Nord Vikingur, die
tussen de platformen van BP doordreef, in veiligheid door haar naar
de kust te slepen en over te geven aan een locale sleepboot.
Verder actief op de spotmarket.
1989.
Werken op de spotmarket.
19 Oktober maakt de 121 vast aan deFranse trawler Louis Avard. De
trawler dreef op de Noord Atlantic (60.32 N, 07.52 W) met motorschade
rond, ze werd naar Bologne gesleept waar het op 23 oktober aankwam.
(912 zeemijl)
1990.
De SL 121 en 27 assisteren bij de berging van de omhoog gelopen Noorse
bulkcarrier Viva.
In december werkt de 121 vanuit Dundee.
De 121 ontvangt voor werk op de spotmarket in februari ruim 7000 pond
per dag, in april is dit gezakt naar ruim 5000 pond..
1991.
Tijdens het slepen van de Rowan California in aanvaring gekomen met
de Barra Supplier.
Supplyhaven is Aberdeen.
1992.
Half januari naar Sunderland voor reparatie. Half augustus is ze in
Rotterdam om de Dan Earl te brengen en september werkt ze weer vanuit
Aberdeen.
23 Oktober wordt ze stilgelegd in de Beatrixhaven te Rotterdam maar
in november gaat ze weer varen.
In december sleept ze het Russische visserij moederschip de Darius
D in windkracht oehoe naar de Shetlands. Ook aanwezig bij de gestrande
Braer.
1993.
In januari op station bij El Ferrol en in februari in dok te Santander
voor reparatie aan BB schroefasafdichting. Dit duurt tot 5 maart.
Na de dokking gaat de 121 naar Gibraltar en neemt de Giant 2 over
van de SL 119 en brengt de bak naar Kristiansund.
Half maart te Heysham en een maand later te Aberdeen. In maart heeft
de 121 een time charter voor Ranger Oil voor slechts 3750 pond per
dag.
Half april betaald Shell 6500 pond per dag voor 3 dagen werk en eind
april eindelijk een beter charter nl 10.000 pond per dag voor een
rig move.
8 Mei vertrek Aberdeen en op weg naar Port Gentil en door naar Pointe
Noir, aankomst 29 mei.
Supplyhaven Pointe Noir tot 12 december.
12 December Ranger oil wilde van haar aandeel in de 121 af en wilde
het schip verkopen. Smit-Lloyd besloot om dit schip geheel in eigendom
te nemen en de SL 122 te verkopen. De 121 is dus per 12 december geheel
eigendom van Smit-Lloyd geworden.
De 121 vertrekt richting Singapore waar waarschijnlijk meer werk is
voor het schip.