SMIT-LLOYD B.V.
 
Anywhere, Anytime, Anyway
 
Smit-Lloyd 122
 Salviceroy
Boa Captain
Havila Captain.
Bourbon Captain
Petra 2
IOS Captain
Smit-Lloyd 122
   
   
 

Foto's boven: Coll. Nationaal Sleepvaart Museum en in de Smit kleur bij het binnenlopen van Newport (J Kooij).

Werf: De Merwede v/h Van Vliet & Co te Hardinxveld-Giesendam (631)
Tewater: 11 juni 1983
Doopster: B Boyd
In dienst: 31 augustus 1983
IMO no.
8213952

Gebouwd voor rekening van Smit-Lloyd BV

Eigenaren:

1983 Smit-Lloyd 122 Smit-Lloyd BV Rotterdam
1993 Salviceroy Semco Salvage Marine Singapore
1997 Boa Captain Taubatkompaniet Trondheim
1998 Havila Captain Havila Supply Fosnavag
2003 Bourbon Captain Bourbon Offshore Fosnavag
2004 Petra 2 Petra Perdana Kuala Lumpur
2004 IOS Captain Intra Oil Services Berhad Labuan
2009 IOS Captain Petra Offshore Ltd Labuan

Volgens Lloyds:
nov 1993: Herdoopt in Salviceroy.
juni 1994: eigenaar is Sembawang Holdings Group (S'pore).
mrt 1997: Herdoopt in Boa Captain. Taubatkompaniet As (Norway) is de nieuwe eigenaar, operator en manager. Noorse vlag.
jan 1998: Bourbon Offshore (Norway) wordt de operator en manager.
mei 1998: Herdoopt in Havila Captain.
sept 1998: Eigenaar wordt Bourbon Offshore Norway As (Norway).
juli 2001: Vlag wordt Norwegian International.
nov 2001: Eigenaar wordt Havila Shipping.
okt 2003: Herdoopt in Havila Captain.
jan 2004: Herdoopt in Petra 2. Operator en manager wordt Ammships Pte Ltd (S'pore) en de vlag wordt die van Belize.
mrt 2004: Bourbon Offshore Norway As (Norway) wordt de eigenaar.
sept 2004: Asiaway (Mal.) is de nieuwe eigenaar.
okt 2004: Intra Oil Services Bhd wordt de operator en manager. Malaysia vlag.
dec 2004: Eigenaar wordt Petra Perdana Bhd. (Mal.)
2011: Reg. owner is Petra Offshore Ltd (Mal.), thuishaven is Labuan, roepnaam is 9WEQ3.

Terug naar boven

 
 

Geschiedenis Smit-Lloyd 122

Foto boven: Boa Captain (L de Hoop)

Op 28 januari 1983 is de 500ste SWD TM 410 motor door SWD aan de Merwede overgedragen voor plaatsing in de SL 122. De eerste TM 410 motor werd geplaatst in de Rode Zee.

1983.
September wordt er eerst op de spotmarket gewerkt en in december krijgt ze een contract in Kalibia (Tunesie) waar ze samen met de SL 107 voor de Ocean Voyager gaat werken.

1984.
In juni is de 122 weer in Aberdeen te vinden voor diensten op het Britse plat.
Eind augustus vertrekt ze naar de Golf van Mexico, daarna Curacau, Jacksonville en Barbados. Op 11 november weer terug in Alblasserdam om te dokken.

1985.
In januari wordt het booreiland Bendoran samen met de Husky verplaatst. In charter van Amerada Hess.Juni krijgt de 122 een contract bij Amoco en gaat samen met de SL 106 werken voor Santa Fe 140, NW Hutton en Montrose Platform. Werkhaven is Aberdeen.

1986.
17 februari vertrekt de 122 van Rotterdam om de nieuw aangekochte Neddrill 6 (ex Afortunada) van Tarragona naar Rotterdam te verslepen. 2 Maart vertrek Tarragona en 19 maart aankomst Rotterdam.
17 April wordt de 122 samen met de 112 opgelegd in de binnenhaven van Vlissingen. Dit is echter van korte duur want in juni is de 122 leading tug bij de tow-out van een pijpenbundel van het Schotse Wick naar het Claymore olieveld van Occidental. (Het Oxy Scapeflow Project van Smit International Marine Services).
Twee pijpleidingen van 28" diameter die elk 5 pijpen bevatten worden met 15 meter/minuut het water ingetrokken door de SL 122. De Smitbank vaart aan de achterkant van de bundel en de Alkaid controleert het gedrag van de bundel halverwege. De Kwintebank vaart voor de 122 uit en fungeert als patrouilleboot. De gemiddelde snelheid was 4 knopen.
Het Claymore A platform werd hiermee verbonden met de Scapa onderwater template.
Oktober weer op de spotmarket in Aberdeen.

1987.
Februari vertrekt de Sand Piper uit de IJmond gesleept door de 122 en geassisteerd door de SL 23.
Vanuit Aberdeen werken voor de Benreoch en Dyvi Gamma.
In juli werkt ze even vanuit Cork voor de Ali Baba.

Juli wordt de 122 ingezet om samen met de Smit Singapore, Vikingbank, Maasbank, Husky, Retriever, Laga en de Randfonn de towout van de Gullfaks B uit te voeren.
Eind oktober slepen de SL 120 en 122 de Esso Atlantic (508.731 ton) van het Noorse Halesund via de Atlantic naar Brest.
November sleept de 122 het werkeiland Buzzard van Ballast Nedam van de Amsterdamse ADM naar Faslane bij Greenock bij Schotland.

1988.
In mei worden twee 1600 meter lange pijpenbundels met de zogeheten "controlled depth tow" van de bouwplaats Wick naar het Wast Frigg veld in Noorwegen gesleept door de 122 en de Dordtsebank. Elke bundel heeft een diameter van ca. 60 cm en bevat een gas-productie leiding, een serviceleiding en een besturingskabel. De bundels werden op een diepte van 30 meter versleept.
Eind juli verslepen de 120 en 122 het booreiland Glomar Labrador 1 naar de VeBo werf in de Botlek. Het booreiland was in de Humber aangevaren door het vrachtschip Irving Forest waarbij een van de poten aanzienlijke schade had opgelopen.

1989.

1990.
Van 27 juli tot 24 september is ze onder contract bij Marathon voor een dagprijs van 5000 pond, het rig is de Western Pacesetter 4.
Half oktober een cargo run naar het zelfde rig voor 4000 pond per dag.

November vertrekt de 122 naar Viana (Portugal) om de Glomar Biscay 2 naar Rotterdam te slepen waar ze op 17 december aankomt. De volgende dag vertrekt ze weer naar Aberdeen.

1991.
Oktober vertrekt de 122 met de Galaxy 1 van de Rijnmond naar een locatie ten oosten van Schotland. Daarna weer naar Aberdeen.

1992.
In februari wordt het door storm beschadigde booreiland Glomar Moray naar Verolme gebracht waarna de 122 weer naar Aberdeen vertrekt.
Van 3 tot 15 juni dokken te Sunderland.
In Juli wordt de supplyhaven Cork en komen er Ierse gezellen aan boord.
Oktober sleept de 122 samen met de Star Polaris en de Maersk Logger het grootste jack-up booreiland de Galaxi 1 van Rotterdam naar een locatie ten oosten van Schotland.

Aan het einde van 1992 is de 122 in Beverwijk te vinden.

1993.
Half januari vertrekt ze van Beverwijk en gaat via Aberdeen naar Thema (Ghana) en daarna door naar Angola. 8 Maart in Pointe Noir en dan naar Sekondi (12/3) en weer terug naar Aberdeen waar ze 3 april aankomt.
Daarna een bak voor Saipem verslepen voor 5500 pond per dag.
In november slepen de 122 en 119 het werkeiland Seafox 2 naar de Botlek. Hierna gaat de 122 naar YVC Bolnes om overgedragen te worden aan Semco. Na het testen van de zware olieinstallatie vertrok de Salviceroy naar Schotland om een booreiland op te halen en naar Israel te slepen.

J van der Ster

Terug naar boven

 
 

IOS Captain, P Kremer

H vd Berg

Terug naar boven