SMIT-LLOYD B.V.
 
Anywhere, Anytime, Anyway
 
Smit-Lloyd 123
 Jaya 123
Boa Champion
Havila Champion .
Bourbon Champion
Petra 1
IOS Champion
Smit-Lloyd 123
   
   
 

Foto's boven: Smit-Lloyd 123 (Smit-Lloyd) en in de Smit kleuren (via Ko Rusman)

Werf: Scheepswerf & Machinefabriek De Merwede, Hardinxveld-Giessendam (632)
Tewater: 7 oktober 1983
Doopster: A vd Hoek
In dienst: januari 1984
IMO no.
8215912

Gebouwd voor rekening van Smit-Lloyd BV

Eigenaren:

1984 Smit-Lloyd Smit-Lloyd BV Rotterdam
1994 Jaya 123 Jaya Offshore Singapore
1996 Boa Champion Taubatkompaniet Trondheim
1998 Havila Champion Havila Supply Fosnavag
2003 Bourbon Champion Bourbon Ships AS Fosnavag
2004 Petra 1 Petra Perdana Kuala Lumpur
2004 IOS Champion Intra Oil Supplies Berhad Labuan
2009 IOS Champion Petra Offshore Ltd Labuan

Volgens Lloyds:
mrt 1994: Herdoopt in Jaya 123 en de eigenaar wordt Jaya Holdings Ltd (S'pore). Singapore vlag.
dec 1996: Herdoopt in Boa Champion.
jan 1997: Vlag van Cayman Islands.
febr 1997: Taubatkompaniet As (Norway) wordt de nieuwe eigenaar, operator en manager
mei 1998: Herdoopt in Havila Champion. Operator en manager wordt Bourbon Offshore Norway As en de Bahama vlag wordt gevoerd.
sept 1998: eigenaar niet bekent.
jan 1999: Operator is Havila Supply Ships As (Norway)
mrt 1999: Eigenaar wordt Bourbon Offshore Norway As.
nov 2001: Eigenaar wordt Havila Shipping As (Norway).
okt 2003: Herdoopt in Bourbon Champion. Operator wordt Bourbon Offshore Norway As
jan 2004: manager wordt Petra Perdana Bhd (Mal.)
mrt 2004: Eigenaar wordt Bourbon Offshore Norway As (Norway).
aprl 2004: Herdoopt in Petra 1. Vlag: Belize.
jun 2004: Operator wordt Petra Perdana Bhd (Mal) en manager wordt Ammships Pte Ltd (S'pore).
jul 2004: Intra Oil Services Bhd wordt de operator en manager.
sep 2004: Herdoopt in IOS Champion. Vlag: Malaysia.
aug 2009: Petra Energy Bhd (Mal.) wordt de eigenaar.
nov 2009: Petra Perdana Bhd wordt de eigenaar.
2011: Reg. owner: Petra Offshore Ltd (Mal.), thuishaven: Labuan, roepnaam: 9WEQ2.

Terug naar boven

 
 

Geschiedenis Smit-Lloyd 123

C de Leeuw.

1984.
Werkend op de spotmarket vanuit Den Helder en Aberdeen.
Van september tot half november werkt de 123 samen met de 115 vanuit Cork voor de Glomar Arctic 2. Terug naar Aberdeen.

1985.
30 April wordt het booreiland Ocean Bounty in Brest opgehaald en ten anker gebracht.
Van 12 tot 23 mei de SL 106 afgelost. Daarna samen met de 114 de Giant 2 van Rotterdam naar de Shetlands gebracht en verankerd.
Vanaf juni is de supplyhaven Lerwick en Aberdeen en wordt er o.a. gewerkt voor de Glomar Arctic 2.

1986.
16 Januari heeft de SL 123 geassisteerd bij de berging van de Rio Grande (Comninos Brothers Shipping, Piraeus) die bij Wassenaar was gestrand. Bij de eerste poging werd het schip gedraaid en 60 meter naar zee getrokken maar men moest stoppen ivm het slechte weer. 5 Dagen later was de storm gaan liggen en werd door de 123, 117 en de IJsland weer een poging ondernomen en lukte het om de Rio Grande vlot te trekken. Tijdens het trekken braken er op de sleepboten 4 sleepdraden doordat er geen kettingvoorlopen konden worden gebruikt en ook doordat de Rio Grande met schokken vrijkwam waardoor er elke keer grote krachten op de sleepdraden kwamen.
De SL 123 sleepte haar naar Verolme Botlek. Rijkswaterstaat betaalde Smit 850.000 gulden voor de berging hetgeen maar net kosten dekkend was.
OP 23 januari is het weer prijs en stomen de 123 en 117 naar de VLCC Orleans (geladen met 70.000 ton olie) die in aanvaring is gekomen met het visserschip Jan van Toom. Na de aanvaring brak er brand uit op de Orleans die vrij snel werd geblust.
De gehavende tanker werd op 25 januari met behulp van 6 havensleepboten de 5e Petroleumhaven van Rotterdam binnen gebracht.
28 Januari is de SL 123 weer werkzaam op de spotmarket vanuit Aberdeen.
In de zomer werkt ze vanuit Cork maar in oktober komt ze weer terug in Aberdeen.

1987.
In maart werken de SL 122 en 123 vanuit Aberdeen op de rigs Benreoch en Drillstar.
Op 25 april komt de SL 123 met de ponton ATM Traveller, geladen met een unit van de Conoco Vanguard, in de Heysehaven aan.
8 Mei brengt de SL 123 de beladen ponton Abeille 1201 naar de Rijnmond waarna de SL 121 bij Ranger Oil even wordt afgelost.
In juni werkt ze vanuit Aberdeen voor de rigs Neddrill 3 en Ocean Nomad in het Brae veld en in september gaat ze vanuit Peterhead suppleren.

1988.
Op 6 juli 1988 is er een explosie en daarna brand op het platform Piper Alpha waarbij 167 van de 232 bemanningsleden omkomen. De Piper Alpha was het oudste nog werkende platform in de Noordzee en was van Occidental Petroleum. Ze stond circa 199 km van Aberdeen in 144 mtr diep water.


.
De Smit-Lloyd 120 (of 123) werkzaam bij de Piper Alpha (R Melaard)

1989.
Eind 1989 sleept de Smit-Lloyd 123 de Smit Londen naar de Europoort. De Smit London had tijdens het losgooien zijn rekker in de schroef gedraaid.

1990.
In juli is de SL 123 onderweg naar Pointe Noir met de Takpull 750, aankomst 19 augustus.
Oktober is het druk met de rigmoves. De SEdco 711 wordt verplaatst voor 6000 pond/dag, de Dan Countess voor 6150 pond/dag (8250 pond was gevraagd) en dan komt de Western Pacesetter 4 (4000 pond/dag)
Begin november loopt ze weer met de Takpull 750 Rotterdam binnen.
Hierna vertrekt ze naar Aberdeen om half december weer terug te komen naar Rotterdam om in de Rijnhaven vol te bunkeren. Daarna vertrok ze naar New Orleans om het booreiland Treasure Prospect op te halen. Bermuda werd aangedaan voor reparatie aan het rig waarna de reis verder ging naar het Schotse Invergordon.

1991.
In februari is ze werkzaam in het Yombo olieveld nabij Pointe Noir. Samen met de Takpull 750 heeft ze daar een 12 punts meersysteem neergelegd voor een storage tanker van 230.000 ton.
Er werden twaalf 21 tons Bruce ankers gezet met aan elk Bruce anker een piggy back van 5 ton. Aan de ankers werd 8000 meter ketting gezet. Nadat dit klaar was werd de tanker hier op afgemeerd. De semi Rockwater 2 heeft de verbinding naar het productieplatform voor zijn rekening genomen.
September ankerwerk voor de Hermod voor 5750 pond / dag.
In december is de 123 weer terug in Aberdeen.

1992.
Augustus arriveren de SL 121 en 123 vanuit Schotse wateren met de Dan Earl bij Verolme.
Eerst weer naar Aberdeen en daarna in oktober op station bij Falmouth.
31 oktober in Las Palmas waar ze vastmaakt aan het mv Marmara S en naar Rotterdam sleept, 19 november in R'dam.
Eind december sleept de 123 het rig Drillmar 1 van El Ferrol naar Italië of Spanje.

1993.
In januari eerst op stationsdienst voor Smit-Tak bij Gibraltar maar aan het einde van de maand wordt het de Azoren.
In april gaat de SL 123 naar South Sields om te dokken en daarna is ze afwisselend in Aberdeen, Den Helder en Velsen. Rig moves worden gedaan voor de Arch Rowan (5000 pond), Brittania (6000 pond), Glomar Moray Firth (9500pond) en dan nog een dagcharter voor Amoco dat 5000 pond / dag oplevert.
Tijdens haar verblijf in Aberdeen werd de vrachtvaarder Csokonai met assistentie van de SL 120 geborgen. Dit schip was bij de haven van Aberdeen aan de grond gelopen. Het betrof hier een LOF.
Begin juli in Cork met Ierse gezellen aan boord.
September assisteren de 119 en 123 bij de Store belt brug in Denemarken. Een hoogtepunt was het verslepen van een blok beton ter grootte van een voetbalveld en dat 55.000 ton woog. Het werd versleept uit de haven Kalundborg en met een 2 mijls vaart naar de brug gebracht.
Oktober keert de 123 terug naar Rotterdam voor bunkers waarna ze op station gaat liggen in Penzance Bay (Zuid Engeland).

1994.
Half februari arriveert de 123 van Penzance Bay bij de werf VOS te Vlaardingen voor een dokbeurt vooraf gaande aan de verkoop aan Jaya Offshore te Singapore.
Op 23 januari wordt het schip uitgedokt en een dag later vond de overdracht plaats.

SJ van der Meer


21 Maart vertrekt de Jaya 123 naar Bombay en verder naar Singapore waar ze weer gaat dokken en in de Jaya kleuren geschilderd zal worden.

Jaya 123, collectie NSM.

Terug naar boven

 
 

via K Rusman

N Ouwehand

H van de Berg.

IOS Champion via H vd Berg

IOS Champion in het rood (J Versteeg)

Terug naar boven