De Smit-Lloyd
14 werd in een record tijd gebouwd van 4 ½ maand.
Na een korte periode voor Birma Oil in de Noordzee te hebben gewerkt
gaat ze naar Portland om zich bij de SL 10 en 12 te voegen en te gaan
werken voor Esso Standard Oil in Barrt’s Beach.
1968.
Samen met de 12 werkt ze eerst vanuit Portland, in juni gaat ze naar
Barry Beach.
1969 t/m 1971
Samen met de SL 12 werken vanuit Barry Beach voor de Ocean Digger.
Eind oktober 1970 gaan de schepen naar Fremantle en in juni 1971 zijn
ze in Broome te vinden. Daar zijn ook Australische gezellen aan boord
gekomen.
1972.
Van Broome vertrekken de schepen en de Ocean Digger naar Port Lincoln
en later naar Geraldton.
Van juni tot november heeft de SL 14 onder Antilliaanse vlag gevaren
met een Australische bemanning. Bij aankomst Singapore in november
komt er weer een Nederlandse bemanning aan boord en gaat de 14 voor
de Key Biscayne werken.
1973 / 1974.
Supplyhaven is Singapore en na de Key Biscayne gaat de SL 14 samen
met de SL 10 voor de Wodeco VII werken.
In december gaat de SL 14 voor de Ocean Prospector werken, de supplyhaven
blijft Singapore.
1975.
In februarie werken de SL 14 en 10 voor de Regional Endeavour, in
mei werken ze voor de Glomar Conception vanuit Rangoon, september
is het de Discoverer II geworden en als laatste in december de Transworld
63. De supplyhaven blijft Rangoon.
Eind december vertrekt de 14 met de 21 naar de Malediven waar gewerkt
wordt voor de Wodeco VII.
1976.
In februari zijn de 14, 21 en Wodeco VII in Balikpapan aan het werk.
September gaan de twee suppliers naar Rangoon om voor de Fredericksburg
te gaan werken.
Oktober zijn ze klaar in Birma en gaat de 14 in Singapore dokken.
Samen met de Smit Rotterdam wordt het vrachtschip Sinaia
vlot getrokken.
1977.
18 Februari vertrekt de SL 14 met de Rowan 4 op sleep via Cebu, Honolulu,
Panamakanaal naar Galveston waar ze begin mei hopen aan te komen.
Door het slechte weer duurt het echter veel langer en daardoor komt
de 14 op 6 juni aan in de baai van Panama. Op 12 juni gaat de 14 als
eerste SL schip door het kanaal. Aan de Carib kant neemt de Witte
Zee de sleep over en brengt de Rowan 4 naar Galveston.
De SL 14 was niet echt geschikt voor deze sleepreis getuige de doklijst
die na de sleepreis was opgemaakt:
Voorschip vernieuwen tot aan de ankerwerkwinch, achterschip vernieuwen
vanaf de ankerwerkwinch en als derde punt de ankerwerkwinch vernieuwen.
Nabij Aruba werd een 25 tons anker en 120 ton ketting opgevist, verloren
door een tanker. Wel rot voor de bemanning van de Smit Enterprise
want die waren al twee weken bezig om anker en ketting boven water
te krijgen. Het leverde de wtk van de SL 14 ruim 3500 gulden bergingsloon
op.
Juni 1977 geassisteerd met het vlot trekken van de autocarrier Nordic
Rider (35.140 ton) die bij Cavo Roho aan de grond was gelopen.
Samen met de Smit Salvor (ex Clyde) en de witte Zee wordt de Nordic
Rider op 24 juni 1977 weer vlot getrokken.
Op 3 augustus 1977 liep de ertscarrier Patrai geladen
met 9000 ton bauxiet aan de grond bij de Suriname rivier. Samen met
de Smit Salvor wordt het schip op 11 augustus vlot getrokken.
Augustus dokken te Curaçao en daarna naar Port of Spain. September
vertrek uit Trinidad en via Las Palmas, Spanje en Gambia naar Tema
(Ghana) waar de SL 4 afgelost wordt om te dokken.
1978.
Samen met de SL 17 werkt de 14 vanuit Tema voor de Mr. Louis. In oktober
wordt er gedokt in Abidjan.
1979.
Via Port Said naar Dubai en door naar Muscat waar ook de SL 43 aan
het werk is. In mei is de supplyhaven afwisselend Singapore en Vung
Tau waar ze samen werkt met de SL 43 en 48. Samen met de Orinoco wordt
de aan de grond gelopen bulkcarrier Flor losgetrokken.
Foto: 150 jaar Smit.