Het bijzondere
aan de tewaterlating was dat dominee WF Maitland het schip op weg naar
het water zegende. Dit is het grootste schip dat ooit op deze werf was
gebouwd.
1968.
De Smit-Lloyd 31 gaat varen onder Australische vlag en met een Australische
bemanning. Ze is onder contract van West Australian Petroleum Pty.
Ltd en gaat samen met de SL 32 vanuit Barrow Island werken voor de
jack-up Jubilee.
1970.
Nu werken de schepen vanuit Fremantle.
1973.
In april vertrek uit Australië en in Singapore overgenomen door
Smit-Lloyd en herdoopt in Smit-Lloyd 19, ze gaat onder de Nederlandse
vlag varen. Hier zijn ook de Australiërs vervangen door Nederlanders.
De SL 19 gaat eerst dokken en op 15 juni gaat ze naar Ras Tanura.
September is de basis Jeddah maar op 22 oktober is de SL 19 weer in
Singapore.
November vertrek naar Taiwan om voor de Wodeco IV te gaan werken.
1974 t/m 1976
Supplyhaven is Keelung / Kaoshung en het boorschip is de Wodeco IV.
1977.
Omstreeks april is het contract in Taiwan afgelopen en vertrekt de
SL 19 naar Kuala Belait waar voor diverse objecten wordt gewerkt.
1978.
Na Kuala Belait een reis naar Mangalore in India en in april weer
terug in Singapore om te dokken.
In Singapore worden 4 drukvaten geladen met een gewicht van 2 x 35,
21 en 5 ton bestemd voor een productieplatform van Cities Philippines
in het Nido field.
De supplybase is Mabini waar de SL 12 en 116 ook werken.
1979.
Tot ca. augustus in Mabini, september in Singapore en aan het eind
van dit jaar in Kuala Trengganu bij de Neddrill 1 en Wodeco 7.
1980 / 1981.
Samen met de SL 32 nog steeds in Kuala Trengganu.