SMIT-LLOYD B.V.
 
Anywhere, Anytime, Anyway
 
Smit-Lloyd 3
Smit-Lloyd 1
Smit-Lloyd 2
Smit-Lloyd 4
Smit-Lloyd 5
Smit-Lloyd 6
Smit-Lloyd 7
Smit-Lloyd 8
Smit-Lloyd 9
Smit-Lloyd 10
Smit-Lloyd 11
Smit-Lloyd 12
Smit-Lloyd 14
Smit-Lloyd 15
Smit-Lloyd 16
Smit-Lloyd 17
Smit-Lloyd 18
Smit-Lloyd 19
Smit-Lloyd 21
Smit-Lloyd 22
Smit-Lloyd 32
Smit-Lloyd 3
   
   
 

Foto's boven: de SL 3 te Great Yarmouth (Deisz) en de Mina Sam 2 (L vd Luit)

Werf: Giessen de Noord, Krimpen a/d IJssel (846), v/h HH Bodewes, Millingen (645)
Tewater: 3 mei 1965
Doopster: mevr. Thomas
In dienst: 29 juni 1965
IMO no.
6513437

Gebouwd voor rekening van Koninklijke Rotterdamsche Lloyd.

Eigenaren:

1965 Smit-Lloyd 3 KRL Rotterdam
1970 Smit-Lloyd 3 Smit-Lloyd NV Rotterdam
1972 Smit-Lloyd 3 Smit-Lloyd BV Rotterdam
1982 Mina-Sam 2 S.H. Supply SA Giza (Egypte)
1996 Ramsis 10 HCH Suez Suez
2001 Prince Ahmed HCH Supply Suez
2006 Prince Ahmed Rashied Maritieme Services Bolivia
       

Terug naar boven

 
 

Geschiedenis Smit-Lloyd 3

1965.
De Smit-Lloyd 3 komt in contract van International Drilling Comp. en wordt doorverhuurd aan Philips Petroleum Co. en gaat werken voor het booreiland North Star. De supplyhaven is Great Yarmouth.

Januari 1967 loopt de 3 op de Scroby bank bij Great Yarmouth, de SL 4 biedt hulp aan maar de 3 kan op eigen kracht loskomen.

Begin 1968 wordt de SL 3 uitgerust met een werk / sleeplier en A-frame en gaat ze werken vanuit Stavanger voor de Drillship. (op dat moment de grootste ter wereld).
De Smit-Lloyd 3 (kapitein A Koning) haalt samen met de Pacific en Deense kotters het merendeel van de bemanning en de 89 passagiers van de in brand gevlogen veerboot Blenheim.
De SL 3 was als eerste ter plaatse en sleepte de Blenheim naar Kristiansand.
Augustus 68 gaat ze dokken in Alblasserdam waarna ze vertrekt naar Ethiopië. 22 September wordt Kaapstad aangedaan en op 10 oktober komt de 3 in Massawah (Ethiopië) aan.
Tijdens de oversteek wordt de Duitse supplyboot Warturm (machineschade) opgepikt op 310 mijl ten zuid westen van Kaap Guardafui en naar Aden gesleept (LOF).
De 3 werkt voor de boortender JW Nickle.

Maart 1969 vertrekt de SL 3 samen met de JW Nickle naar Yenbo, ca 350 km van Jeddah.

December 1969 vertrekt de Smit-Lloyd 3 uit Yenbo en gaat naar Singapore.

Ramsis 10 (J vd Ster)

Lang blijft ze daar niet want april 1970 is ze onderweg naar Las Palmas waar de 3 voor de Louisiana gaat werken.
Oktober vertrekt het hele spul naar Agadir.

Januari 1971 wordt Agadir verlaten en gaat de SL 3 in Alblasserdam dokken, daarna lost ze de SL 103 even af in Great Yarmouth waarna ze begin mei voor de Sedco F vanuit Aberdeen gaat varen. Soms wordt ook lading gehaald in Stavanger.
De Smit-Lloyd 3 werkt samen met de SL 18.

Augustus 1973 gaan de SL 3 en 18 vanuit Aberdeen voor de Offshore Mercury werken. In december wordt de werkhaven IJmuiden.

In maart 1973 vinden we de schepen terug in Great Yarmouth en juli vertrekken ze met de Offshore Mercury naar Malmo waar ze tot december blijven, daarna wordt het weer Great Yarmouth.

Van maart tot augustus 1974 verhuizen de SL 3, 18 en Offshore Mercury naar IJmuiden waarna ze vanuit Fleetwood gaan werken.
Ook daar blijven ze niet lang want in december zijn de schepen weer terug in Great Yarmouth.

In 1975 vaart de SL 3 afwisselend in Great Yarmouth en Fleetwood. Eerst nog met de SL 18 maar later wordt die afgelost door de SL 44 en de 44 wordt weer afgelost door de SL 12. Nog steeds voor de Offshore Mercury.

1976 is het zelfde verhaal maar nu komt de SL 18 weer terug en gaat de 12 naar elders.
27 September loopt de coaster Will Mary, met bonen onderweg naar R'dam, omhoog maar weet weer vlot te komen. Helaas heeft ze daarna machine problemen waarop de SL 5 (Deisz) haar vast maakt. Aangezien de 5 de locatie niet mag verlaten wordt de Will Mary overgegeven aan de SL 3 (C d Vries) die haar in Great Yarmouth aflevert.

De Will Mary wordt Great Yarmouth binnen gesleept door de SL 3.

In 1977 varen de SL 3 en 18 voor diverse platforms en booreilanden en is de supplyhaven nog steeds Great Yarmouth.
Op 21 september vertrekt de SL 3 naar de Golf van Suez waar ze vanuit Ras Shukheir zal gaan varen.

Begin mei 1978 vertrekt de SL 3 naar Sfax, Tarragona, Malta en Turkije waarna ze in oktober in Alblasserdam gaat dokken. Na de dokking werkt ze vanuit IJmuiden.

20 Februari 1979 vertrokken naar Belem (Brazilie) en daar zal de 3 blijven tot eind augustus waarna ze op 5 september in Commodore Rivadavia (Argentinie) aankomt.

Mei 1980 is ze even in Rio de Janeiro waarna de 3 naar West Afrika vertrekt om vanuit Duala samen met de SL 21 voor de Texas Star te gaan werken.

Het hele jaar in Duala met de 21 en de Texas Star.

Juli 1982 vertrekt ze naar Malta en in september 82 wordt ze verkocht aan SH Supply Egypte. In Malta wordt ze overgedragen en onder Egyptische vlag gebracht en herdoopt in Mina-sam 2.

Foto: K Rusman.

Terug naar boven

 
 

Prince Ahmed in 2010 (B vd Hout)

Terug naar boven