1965.
De Smit-Lloyd 3 komt in contract van International Drilling Comp.
en wordt doorverhuurd aan Philips Petroleum Co. en gaat werken voor
het booreiland North Star. De supplyhaven is Great Yarmouth.
Januari 1967
loopt de 3 op de Scroby bank bij Great Yarmouth, de SL 4 biedt hulp
aan maar de 3 kan op eigen kracht loskomen.
Begin 1968
wordt de SL 3 uitgerust met een werk / sleeplier en A-frame en gaat
ze werken vanuit Stavanger voor de Drillship. (op dat moment de grootste
ter wereld).
De Smit-Lloyd 3 (kapitein
A Koning) haalt samen met de Pacific en Deense kotters het merendeel
van de bemanning en de 89 passagiers van de in brand gevlogen veerboot
Blenheim.
De SL 3 was als eerste ter plaatse en sleepte de Blenheim naar Kristiansand.
Augustus 68 gaat ze dokken in Alblasserdam waarna ze vertrekt naar
Ethiopië. 22 September wordt Kaapstad aangedaan en op 10 oktober
komt de 3 in Massawah (Ethiopië) aan.
Tijdens de oversteek wordt de Duitse supplyboot Warturm
(machineschade) opgepikt op 310 mijl ten zuid westen van Kaap Guardafui
en naar Aden gesleept (LOF).
De 3 werkt voor de boortender JW Nickle.
Maart 1969
vertrekt de SL 3 samen met de JW Nickle naar Yenbo, ca 350 km van
Jeddah.
December 1969 vertrekt
de Smit-Lloyd 3 uit Yenbo en gaat naar Singapore.
Ramsis 10 (J vd Ster)
Lang blijft ze daar niet
want april 1970 is ze onderweg naar Las Palmas waar
de 3 voor de Louisiana gaat werken.
Oktober vertrekt het hele
spul naar Agadir.
Januari 1971
wordt Agadir verlaten en gaat de SL 3 in Alblasserdam dokken, daarna
lost ze de SL 103 even af in Great Yarmouth waarna ze begin mei voor
de Sedco F vanuit Aberdeen gaat varen. Soms wordt ook lading gehaald
in Stavanger.
De Smit-Lloyd 3 werkt samen met de SL 18.
Augustus 1973
gaan de SL 3 en 18 vanuit Aberdeen voor de Offshore Mercury werken.
In december wordt de werkhaven IJmuiden.
In maart 1973 vinden we
de schepen terug in Great Yarmouth en juli vertrekken ze met de Offshore
Mercury naar Malmo waar ze tot december blijven, daarna wordt het
weer Great Yarmouth.
Van maart tot augustus
1974 verhuizen de SL 3, 18 en Offshore Mercury naar
IJmuiden waarna ze vanuit Fleetwood gaan werken.
Ook daar blijven ze niet lang want in december zijn de schepen weer
terug in Great Yarmouth.
In 1975
vaart de SL 3 afwisselend in Great Yarmouth en Fleetwood. Eerst nog
met de SL 18 maar later wordt die afgelost door de SL 44 en de 44
wordt weer afgelost door de SL 12. Nog steeds voor de Offshore Mercury.
1976 is
het zelfde verhaal maar nu komt de SL 18 weer terug en gaat de 12
naar elders.
27 September loopt de coaster Will Mary, met bonen
onderweg naar R'dam, omhoog maar weet weer vlot te komen. Helaas heeft
ze daarna machine problemen waarop de SL 5 (Deisz) haar vast maakt.
Aangezien de 5 de locatie niet mag verlaten wordt de Will Mary overgegeven
aan de SL 3 (C d Vries) die haar in Great Yarmouth aflevert.
De Will Mary wordt Great Yarmouth binnen gesleept
door de SL 3.
In 1977
varen de SL 3 en 18 voor diverse platforms en booreilanden en is de
supplyhaven nog steeds Great Yarmouth.
Op 21 september vertrekt de SL 3 naar de Golf van Suez waar ze vanuit
Ras Shukheir zal gaan varen.
Begin mei 1978
vertrekt de SL 3 naar Sfax, Tarragona, Malta en Turkije waarna ze
in oktober in Alblasserdam gaat dokken. Na de dokking werkt ze vanuit
IJmuiden.
20 Februari 1979
vertrokken naar Belem (Brazilie) en daar zal de 3 blijven tot eind
augustus waarna ze op 5 september in Commodore Rivadavia (Argentinie)
aankomt.
Mei 1980
is ze even in Rio de Janeiro waarna de 3 naar West Afrika vertrekt
om vanuit Duala samen met de SL 21 voor de Texas Star te gaan werken.
Het hele jaar in Duala
met de 21 en de Texas Star.
Juli 1982
vertrekt ze naar Malta en in september 82 wordt ze verkocht aan SH
Supply Egypte. In Malta wordt ze overgedragen en onder Egyptische
vlag gebracht en herdoopt in Mina-sam 2.
Foto: K Rusman.