1983.
Na het in dienst nemen werkt de Smit-Lloyd 30 eerst vanuit Beverwijk
om daarna in Great Yarmouth terecht te komen. In juni werkt ze samen
met de SL 26 vanuit Fleetwood op de Western Apollo om een paar maanden
later naar Peterhead te verhuizen.
1984 t/m 1986.
Eerst werkzaam vanuit Great Yarmouth samen met de SL 26. In september
1984, na het inbouwen van een liquid mud installatie, een contract
met Conoco en wordt er samen met de 28 vanuit IJmuiden op de Rowan
Halifax gewerkt.
Oktober 1986 is het contract afgelopen waarna de SL 30 vanuit Velsen-Noord
op de Helm / Helder en Hoorn platforms gaat werken.
1991.
In december wordt er in Rotterdam gedokt en daarna op 19 december
vertrekt de 30 naar Ras Charib (Egypte).
1992.
De SL 30 wordt onder de Bahama vlag gebracht. Per 4 januari onder
contract bij de Suez Oil Company voor een periode van 2 jaar met 1
jaar optie. De bemanning moet voor 75% uit Egyptenaren bestaan dus
blijven alleen nog een Nederlandse kapitein en Hwtk aan boord.
De supplyhaven is nog steeds Ras Charib.