De Smit-Lloyd
32 werkt onder Australische vlag en met Australische bemanning.
1969.
De SL 32 werkt samen met de 31 vanuit Fremantle en verzorgen het rig
de Jubilee.
1970.
De supplyhaven is Fremantle geworden.
1973.
April vertrekt de 32 uit Australië en gaat naar Singapore waar
Nederlanders aan boord komen. De SL 32 gaat hier dokken en krijgt
de Nederlandse vlag.
Ze zou eerst herdoopt worden en de naam Smit-Lloyd 20 krijgen maar
dit is niet doorgegaan omdat de 32 zo snel mogelijk naar Ras Tanura
moest om aan een nieuw contract te beginnen.
Half juni is ze in Ras Tanura gearriveerd.
1974 t/m 1978.
Werkzaam vanuit Ras Tanura voor diverse booreilanden, charteraar is
Aramco Overseas Co. De dokkingen gebeuren in Karachi en Bombay.
Op 5 december was de SL 32 op weg naar een bak in het Berri olieveld
waarvan de ankerdraden, op 1 na, waren gebroken tijdens slecht weer.
De 32 raakte 4 keer de bodem maar er was geen schade.
In juni 1977 maakt ze een sleepreis naar Piraeus met de Aramco barge
136 en gaat daarna in Malta dokken, daarna weer terug naar Ras Tanura
waar ze werkt voor een daghuur van 7000 gulden.
In 1978 wordt er
te Ajman gedokt.
Smit-Lloyd
32 met de Aramco barge 136 (L vd Luit)
1979.
Maart eindigt het contract in Ras Tanura en gaat de SL 32 naar Singapore
waar ze half juni aankomt. Van Singapore gaat ze naar Mabini maar
onderweg pikt ze 27 Vietnamese vluchtelingen op die naar Singapore
worden gebracht.
Geassisteerd bij het brandende vrachtschip Don Vincente.
In Mabini worden de Nederlandse gezellen vervangen door Filippijnen.
De SL 32 werkt hier samen met de SL 105.
1980.
Eerst dokken te Singapore en daarna samen met de SL 19 aan het werk
voor diverse booreilanden, afwisselend wordt Singapore en Trengganu
aangedaan.
Dit jaar worden er nog 113 en later nog eens 27Vietnamese bootvluchtelingen
aan boord genomen. De groep van 27 werd op het eiland Pulau Bedong
aan land gezet.
1981.
Eerst werkt de 32 alleen voor de Neddrill 1 maar vanaf de zomer komt
de Wodeco 7 er bij.
Begin oktober vertrekt de 32 naar de Golf van Suez en wordt verkocht
aan Smit-Lloyd Shilbaya en krijgt de naam Smit-Lloyd Cairo.
Tijdens de herdoping:
Te 16.30 snijdt de Egyptische 1e wtk de keel van een schaap door en
zorgt de gezagvoerder er voor dat het schaap richting Mekka valt.
De gehele Egyptische bemanning doopt de handen in het bloed en zegent
het schip.
1982.
Tot half juni is er nog een Nederlandse kapitein en Hwtk aan boord.
1986.
In mei verkocht aan Palmer Survey Ltd te Great Yarmouth en herdoopt
in Palmer Surveyor.
.jpg) |
Palmer Surveyor,
collectie NSM.
Palmer Serveyor met andere schoorsteen (via Rusman).
1988.
In Great Yarmouth aan de ketting gelegd. Op 12 oktober door de sleepboot
Jupiter naar Hoek van Holland gesleept en weer herdoopt in Smit-Lloyd
Cairo.
Palmer Serveyor / SL Cairo te Middelharnis (H Kouwenhoven)
1989.
Op 22 mei arriveerde de Smit-Lloyd Cairo in de Rijnmond op weg naar
Middelharnis. Het schip werd voor de 2e maal door Shilbaya verkocht
en ditmaal aan F Meyer die haar geschikt wil maken voor de visserij
maar dit ging niet door.
Seaworld Fisheries Etablisment had interesse om haar als visserijschip
te exploiteren maar ook dit ging niet door.
Daarna had Telco Marine BV te Den Helder belangstelling en zou haar
laten varen onder de naam Telco Scylla maar ook dit
is niet doorgegaan.
Uiteindelijk verkocht aan Pacific Overseas Management Corp te Kingstown
en herdoopt in Condor III.
In 1991 door de douane in beslag genomen wegens het smokkelen van
cigaretten.
SL Cairo via K Rusman en Condor 3 (collectie NSM).