1973.
De Smit-Lloyd 35 begint haar werkzaamheden onder Australische vlag en
bemanning.
1975.
In augustus onder Nederlandse vlag gebracht en Nederlanders aan boord,
ze wordt in Singapore herdoopt in Smit-Lloyd 51.
In september werkt ze nog vanuit Singapore maar in half oktober is
ze samen met de SL 52 in Djibouti en Berbera te vinden waar ze voor
de Discoverer II werken.
1976.
Nog steeds werkzaam vanuit Berbera voor de Discoverer II maar nu samen
met de SL 49.
Op 1 maart heeft de SL 51 een aanvaring met een van BB inkomende dhow
waarvan de bemanning in slaap is gevallen. De gewekte bemanning wordt
aan boord genomen en de dhow wordt naar Djibouti gesleept en afgemeerd
aan de kade waar ze even later zonk.
Begin april naar Stavanger en daarna dokken in Alblasserdam. In mei
is de 51 in Cork te vinden waar ze voor de Venture 1 werkt.
21 Augustus vertrekt de 51 uit Cork en gaat via Rotterdam en San Carlos
naar Sfax in Tunesië waar ze voor de Staflo gaat werken.
1977.
Half februari arriveert ze in Senegal waar Dakar de supplyhaven wordt
en het boorschip de Glomar North Sea. In april wordt de mr Louie door
de SL 51 en de SL 4 en 17 versleept. Daarna naar Cadiz om te dokken.
Mei 1977: De SL 51 gaat in Halifax assisteren bij een kabelleg project
van SIMS. De kabel wordt gelegd over de North Humberland Sound tussen
de krachtcentrale in New Brunswick en het Prince Edward Island (21
mijl).
30 Juni: De SL 51 en 52 slepen de Mullus 4 bak met de kabeltrommels
van Halifax naar de locatie. Na het leggen van de kabel sleept de
SL 51 de Mullus 4 met carrousels terug naar Rotterdam waar ze op 26
augustus aankomen.
Daarna dokken te Alblasserdam en vandaar naar IJmuiden.
1978.
Begin van dit jaar naar Griekenland en vandaar in opdracht van Aramco
Overseas met de barge 136 naar Ras Tanura. De barge was echter nog
niet klaar en pas op 3 februari kon er losgegooid worden en kwamen
ze op 8 maart in Ras Tanura aan.
In Jubail werd de zuiger Sliedrecht II opgehaald en afgeleverd in
de Golf van Oman. Daarna werd de SL 10 afgelost ivm dokken.
In mei wordt de SL 117 bij de Discoverer 511 afgelost, charteraar
is Amoshore Drilling.
In de zomer is de 51 bij Galeota Point in Trinidad waar ook voor Amoshore
wordt gewerkt voor 7000 gulden per dag. In november dokken in Chaguaramas
en daarna naar Port of Spain.
1979.
Na de stranding van de SL 47 gaat de 51 naar Aberdeen om het werk
van de 47 over te nemen. In september via Rotterdam en Receive naar
Commodore Rivadavia in Chili.
.jpg) |
Banken van
de Smit-Lloyd 51 in Chili.
1980 t/m 1985.
De supplyhaven is Punta Arenas waar ze samen met diverse andere SL
schepen op o.a. voor de Diamond M Nugget, Maggellanes en DM Nugget
werkt. Dokken gebeurt in Talcahuano en soms op de Chileense kust,
het z.g. banken.
1986.
Omstreeks juni wordt er in Rio de Janeiro een liquid mud installatie
in het schip geplaatst waarna ze vanuit Macae gaat varen.
1987.
In januari wordt de 51 onder de Bahama vlag gebracht en blijven er
alleen een Nederlandse kapitein en Hwtk aan boord, de andere bemanningsleden
zijn Brazilianen. Ze werkt samen met de 43 en 48 vanuit Macae.
1992.
Van februari t/m maart werkt de Smit Madura voor de US Navy (Dessert
Storm). Daarna een jop in de Indische Oceaan het Chinese schip Hai
Rong en op de Singapore Roads de gasolietanker Safrina
Raz.
1993.
Samen met de SL 114 en de
Langkawi? wordt de tanker Hedvig in de buurt van Singapore vlot getrokken.
Smit-Lloyd 51 en SL 114 bij het vlottrekken van de
Hedvig. (W Mooij)