1973.
In december in de vaart gekomen onder Australische vlag en Australische
bemanning.
1975.
Augustus in Singapore onder Nederlandse vlag gekomen en herdoopt in
Smit-Lloyd 52.
In december is ze samen met de SL 51 en het boorschip Discoverer II
in Somalië waar de schepen werken vanuit Djibouti en Berbera.
1976.
In februari werkt de SL 52 afwisselend vanuit Rangoon en Singapore
op diverse booreilanden. In mei is de supplyhaven Doha geworden en
werkt de 52 voor de Chanoellorsville. Na de PG gaat de reis via Mombassa
en Djibouti naar de Rode Zee om een ander SL schip af te lossen.
Samen met de Tasman Zee behulpzaam bij het vrachtschip Tong
Sing waarvan de lading was gaan schuiven.
September weerkzaam vanuit Abu Ghussum voor de Discoverer II, samen
met de SL 49 en 50. In november vertrekt ze hier en gaat in Malta
dokken waarna ze in Lybië voor de berging van de Southern
Sun wordt ingezet die bij Es Zuetina was vastgelopen. De
SL 52 kreeg assistentie van de SL 4 en de Poolzee.
Hierna nog behulpzaam geweest bij het vrachtschip Bravo Attona
die aan de grond was gelopen.
1977.
Eerst wat ladingreizen in de Middellandse Zee gemaakt. Op 15 maart
kreeg de 52 ter hoogte van Barcelona door een gesprongen brandstofleiding
van een hulpmotor brand in de machinekamer. De schade is aanzienlijk
en er wordt besloten om dit in Rotterdam te repareren waar ze in april
aankomt.
De directie heeft als blijk van het doortastende optreden
aan ieder van de bemanning een boekwerk met opdracht aangeboden.
In mei is ze weer werkzaam vanuit Den Helder voor Petroland en begin
juni gaat de 52 naar Halifax voor een kabelleg jop.
De SL 52 sleept samen met de SL 51 de materiaal barge Mulus 4 naar
Prince Edward Island. Beide schepen verzorgen het ankerwerk voor de
kabellegger. Na de klus wordt de Mulus weer van Halifax naar Rotterdam
gesleept.
Na deze werkzaamheden gaat de SL 52 naar Holsteinborg in Groenland
om het boorschip Pelerin te gaan verzorgen, ze werkt samen met de
SL 116.
Hierna vaart ze via Immingham naar Aberdeen maar een enkele maand
later gaat ze via Lerwick naar San Carlos de la Rapida waar ze samen
met de SL 46 en 106 werkt.
.jpg) |
Smit-Lloyd 52 bij Halifax (Smit-Lloyd)
1978.
Eerst nog San Carlos waar ze voor California Oil Company werkt, het
met explosieven inschieten van de ankers voor het boorplatform Chris
Chenery. Dit duurt tot 24 maart en de daghuur is 6600 gulden.
Daarna 5 dagen werk voor Union Texas Espana en daarna tot 7 april
voor Eniepsa. Vervolgens een korte periode voor British Petroleum
in Ierland maar in mei is de 52 in IJmuiden waar ze voor Union Oil
gaat werken. De volgende charteraar is Esso Exploiration Norway waar
de SL 52 een maand werkzaam blijft.
In september gaat ze in Alblasserdam dokken en daarna in opdracht
van Smit International met de barge Skerchi naar Curacau en door naar
Port of Spain in Trinidad.
Het aan de grond gelopen vrachtschip Omiris wordt
vlotgetrokken door de SL 52, Smit Pioneer en de Poolzee.
Aan het eind van het jaar te Punta Arenas.
1979 t/m 1985.
Werkzaam vanuit Punta Arenas voor o.a. de Diamond M Nugget. De Nederlandse
gezellen worden vervangen door Chilenen.
1986.
Overgenomen door Salamander Shipping, een onderdeel van Smit-Lloyd,
en wordt herdoopt in Luma. De Nederlandse kapitein
en Hwtk blijven nog even aan boord maar worden midden 1986 ook afgelost
door Chilenen.