De Smit-Lloyd
6 is te water gezet door de bokken Simson, Kolossus en Ajax.
1965.
De SL 6 is samen met de 3 werkzaam voor de Northstar vanuit Great
Yarmouth in charter voor International Drilling Co.
In de eerste jaren werkten er verschillende SL schepen vanuit Great
Yarmouth. Volgens zeggen was de Smit-Lloyd 6 onder commando van kapitein
H Kaspers “het jacht van de company”. Dit schip was namelijk uitzonderlijk
goed afgewerkt door de werf Gebr. Pot te Bolnes.
1968.
Werkt vanuit Great Yarmouth tot 12 juli want dan vertrekt ze naar
Stavanger om voor de Ocean Traveller te gaan werken.
1969.
Eerst nog Stavanger maar sinds april is het weer Great Yarmouth, het
rig is de Britannia.
1970.
Eind februari verlaat de SL 6 als laatste Smit-Lloyder de basis in
Great Yarmouth om in Alblasserdam te gaan dokken. Na dok naar Thessaloniki
waar ze de het boorschip Drillship gaat bevoorraden. Drillship wordt
herdoopt in Sonda 1.
Op 4 augustus is de SL 6 onderweg van Thessaloniki naar Cork en op
20 mijl ten noorden van de Burlings eilanden aan de Portugese kust
wordt een May-day ontvangen van de Hilvarenbeek.
De Hilvarenbeek had een carterexplosie gehad en werd daarna door de
Schippersgracht richting Lissabon gesleept. Na 3 gebroken sleeptrossen
kwam de vierde in de schroef van de Schippersgracht zodat nu beide
schepen stuurloos ronddreven.
De Schippersgracht werd op sleep genomen door de Ansgariturm en de
kuster Hilvarenbeek (1500 brt) geladen met 3000 ton kunstmest werd
door de SL 6 naar Lissabon gebracht waar ze op 12 augustus aankwam.
Daarna door naar Cork waar ze samen met de SL 1 voor de Glomar North
Sea gaan werken.
1971/1972
Werkzaam vanuit Cork en half november vertrekken de schepen naar Sete.
Hier blijven ze tot begin februari 1972 waarna het weer Cork wordt.
1973.
Suppleren vanuit Cork m.u.v. juni toen de schepen even vanuit Aberdeen
hebben gewerkt.
Eind september zoeken de schepen weer beter weer op en gaan op weg
naar Tunesië. Op de oversteek van Cork naar Sousse werd er door
een Algerijnse patrouille boot schoten voor de boeg gelost waarna
de SL 6 natuurlijk stopte. Gewapende marinemensen kwamen aan boord
om de douane papieren te controleren waarbij bleek dat deze niet klopten.
De voorraad drank en sigaretten (geen shag) in de zegelkast werd in
beslag genomen waarna de Algerijnen tevreden de SL 6 verlieten.
Gelukkig had de bemanning een dag eerder het meeste in een dubbele
bodemtank verstopt om in Sousse nog over het een en ander te kunnen
beschikken.
De SL 1 suppleert vanuit Sfax.
1974.
Half maart vertrekken de SL 1 en 6 met de Glomar North Sea uit Tunesië
en gaan naar Ravenna. Omstreeks augustus zijn ze weer terug in Cork.
1975.
Begin maart weg uit Cork en wordt de supplyhaven Silivri in Turkije.
Na een maand worden de ankers weer opgepakt en gaan ze naar Alicante
waar de schepen tot september blijven. Daarna wordt het weer Sousse
en Sfax.
1976.
Eerst nog in Sousse en in april in Malta dokken. Na dok naar Marseille
en vandaar wordt de Glomar North Sea naar Cork gebracht. De SL 6 gaat
door naar Rotterdam waar ze 16 september aankomt.
22 September heeft de 6 een sleepreis naar Algiers, dan via Malta
naar de PG. Eerst naar Sharjah en dan door naar Doha waar de Rowan
Texas wordt versleept.
1977.
Suppleren vanuit Bahrein en Ras Tanura, sinds 2 augustus wordt het
Ras Charib en aan het einde van het jaar Ras Shukheir.
1978.
Het hele jaar door werkt ze vanuit Ras Shukheir voor 9 rigs, gelukkig
zijn er nog meer SL schepen om te assisteren.
1979.
Eind augustus wordt de SL 6 door de SL 1 afgelost en gaat ze naar
Oost Maleisië waar ze samen met de SL 19 voor de Neddrill 1 en
Wodeco VII gaat werken.
1980 t/m 1983.
De supplyhaven is inmiddels Labuan geworden en voor de jaarlijkse
dokking gaat men naar Singapore.
Eind oktober 1982 is de Smit-Lloyd 6 onder Maleisische vlag gebracht,
ze wordt herdoopt in Masu Perdana. De Nederlandse
gezellen worden afgelost.