1977.
Na de overdracht maakt de Smit-Lloyd 61 eerst een ladingreis naar
Spanje, daarna op 30 augustus naar Aberdeen voor een contract van
2 jaar bij Chevron. Door problemen met de straalbuizen moest ze
naar Alblasserdam en werd bij Chevron afgelost door de SL 62. De
62 beviel goed en nam het contract over. De daghuur bij Chevron
bedroeg meer dan 14.000 gulden.
Van 8 oktober tot 10 november wordt er gerepareerd en in december
is ze tijdelijk stilgelegd bij de werf van vd Giessen de Noord in
Krimpen a/d IJssel.
1978.
In het voorjaar aan het werk bij Total en werkt vanuit Aberdeen
op het Frigg Field voor een daghuur van 9500 gulden. De supplyhavens
zijn Aberdeen en Lerwick. Het contract loopt af op 21 juni waarna
de garantie dokking volgt.
De 28e juni gaat ze weer voor Chevron werken, samen met de SL 62.
1979 t/m 1984.
De SL 61 is samen met de 62 werkzaam voor Chevron werkzaam in het
Ninian Field.
In 1984 is er een liquid mud systeem ingebouwd.
1985.
Tot begin augustus werkzaam voor Chevron.
Op 23 augustus overgedragen aan Smit Tak en herdoopt in Smit Marlin.
Het schip wordt omgebouwd naar maintenance schip op kosten van Smit-Lloyd
en zal op 26 augustus aan Maasmain BV Rotterdam (onderdeel van Smit
Tak) in september in de vaart worden gebracht voor wereldwijde duikondersteuning.
Voorlopig blijft er nog een SL bemanning aan boord.
1986.
In oktober zijn alleen de kapitein, Hwtk en stuurman van Smit-Lloyd,
in december worden ook deze personen vervangen door een Smit bemanning.
1992.
Overgedragen aan Smit International Rotterdam.
1993.
De Smit Marlin werkt voor Kerr Mcgee bij de Western Pacesetter 4
voor 2600 Pnd/dag.
1996.
Werkzaam voor Lasmo North Sea voor 5000 Pnd / dag.
Overgedragen aan Seacor
Smit Inc.