Na de proefvaart
direct naar de Maashaven waar de Smit-Lloyd 7 het deksel, de bodemplaat
en de kernreactor voor de Otto Hahn naar Kiel zal vervoeren. Het gewicht
van de kernreactor bedroeg 140 ton, de grondplaat 42 ton en het deksel
13 ton. De delen werden aan boord gehesen met de zware bok Simson van
WA van der Tak.
Er waren 2 kapiteins aan boord maar kapitein van der Poel had het commando.
Ir. Vossnack van de KRL ging op het laatste moment ook mee, hij was
verantwoordelijk voor de stabiliteits berekeningen. Het schip had onderweg
en op de Elbe veel bekijks en kwam op 8 november 1965 in Kiel aan.
Foto: Sleeptros
Hierna is de SL 7 op de spotcharter markt gegaan tot begin 1966. In
die periode was de SL 7 werkzaam bij de werf J Brown te Glasgow voor
het zelfheffende booreiland Constellation.
De eerste reis was van Glasgow rond Landsend naar de Zuidelijke Noordzee.
Omdat de sleepboot de Constellation niet van de kust weg kon houden
moest de SL 7 tijdens stormweer vastmaken.
De SL 7 verleende samen met de 4 diensten aan de Constellation vanuit
de IDC basis in Great Yarmouth.
1967.
De bemanning had bij de beting een bloementuin aangelegd, bezoekers
betraden de accommodatie via een lusthof van bijzondere wilde planten.
Waarschijnlijk was het een rustige tijd aan boord.
1968 / 1969.
De SL 7 werkt vanuit Great Yarmouth en halverwege 1969 vanuit Aberdeen.
In november wordt er te Alblasserdam gedokt en krijgt de SL 7 een sleep/ankerwerklier
en wordt uitgerust om zware olie te vervoeren. Deze installatie is echter
nooit gebruikt en bij de verkoop naar Matsas heeft Smit-Lloyd er weer
het een en ander afgehaald.
Na de dokking vertrekt de 7 naar Argentinië waar ze op 21 december
in Bahia Blanca aankomt.
.jpg) |
B van der Hout
1970.
Samen met de SL 4 werkt de 7 voor het boorschip Glomar Sirte en de oliemaatschappij
Agip. De supplyhaven is inmiddels Puerto Deseado geworden en soms komt
men in Commodore Ravadavia.
Slecht weer
in Argentinië (R Tietze)
1971.
Op 9 april vertrekt de SL 7 uit Argentinië en gaat naar St John’s
waar ze op 1 mei aankomt om voor het boorschip Typhoon te gaan werken.
De Smit-Lloyd
7 bij de Typhoon (W Bakker)
De Typhoon werd aan 16 ankers afgemeerd. Het ankersysteem maakte het
mogelijk om de ankers snel te laten slippen als er een ijsberg in de
buurt mocht komen. Door de steeds veranderende stroming op 100 voet
diepte was het niet mogelijk om de koers van een ijsberg vast te stellen,
wat op de richting die een ijsberg gaat aannemen van invloed is. Op
5 juli kwam een grote ijsberg van naar schatting 500.000 m3 op het boorschip
aanzetten, het zag er naar uit dat men de ankerdraden moest laten slippen
wat een oponthoud van 7 dagen zou betekenen.
De enige mogelijkheid om dit te voorkomen was te trachten de ijsberg
weg te slepen. De sleepdraad werd om de ijsberg heen gebracht en het
gevaarte werd met een halve mijl per uur weggesleept. Na 2 uur slepen
was het gevaar geweken. Men kwam er wel achter dat het gebruik van een
sleepdraad niet geschikt was en daarom werd door SL een speciaal "sleepnet",
gemaakt van kettingen, ontwikkeld waarmee een veel betere greep op het
ijs werd verkregen.
.jpg) |
De Smit-Lloyd
7 op weg met een ijsberg (W Bakker)
11 Oktober is de 7 in Alblasserdam om te dokken en hierna gaat de 7
vanuit Taranto voor de Glomar Sirte te werken, dit samen met de SL 4.
1972/1973.
Eerst nog Taranto maar begin april gaan de schepen naar La Valetta op
Malta. 11 November is de SL 7 in Alblasserdam, 24 november naar Stavanger
en vandaar naar Great Yarmouth.
In december is de 7 op weg naar Syracusa.
1974.
Samen met de SL 12 werkt de 7 voor de Glomar Sirte vanuit Syracusa.
De schepen zijn in mei in Georgetown te vinden.
1975.
Eerst nog Georgetown en daarna wordt het Paramaribo. In mei gaan de
schepen daar weg en komen begin juni in Dakar aan. In oktober is het
contract afgelopen en gaat de SL 7 naar Livorno waar voor de Mr Jack
gewerkt wordt.
1976.
Inmiddels is de SL 7 met de Mr Jack in Syracusa aangekomen en na hier
een put te hebben geboord gaan ze uit Ravenna suppleren.
Sinds oktober wordt er gewerkt voor de Scarabeo II vanuit Syracusa.
1977.
Tot februari werkt ze nog voor de Scarabeo II en gaat daarna in Malta
dokken. Na dok even werken voor de Glomar North Sea vanuit Sfax, dit
samen met de SL 43.
September is de supplyhaven Cork en het rig de Neddrill 1, daarna via
Malta naar Aden waar de Neddrill 1 in de buurt van Socotra gaat boren.
1978.
In mei wordt er in Ajman gedokt en daarna wordt het Ras Shukheir waar
voor diverse productieplatforms wordt gewerkt. De SL 4 en 6 zijn dan
ook van de partij.
1979.
Midden januari gaat de SL 7 naar Ras Gharib, april wordt er in Malta
gedokt en dan wordt de bestemming Kavalla in Griekenland.
Tijdelijk blijven er nog een Nederlandse kapitein en Hwtk aan boord,
de rest Grieken.
De Smit-Lloyd 7 wordt herdoopt in Smit-Lloyd Matsas 1.
Te Kavalla (N Burns)
2006.
Verkocht voor de sloop in Aliaga (Turkije) en herdoopt in MAT.
De sloopprijs bedroeg iets minder dan US $ 200.000 met een clausule
in het contract dat als het schip doorverkocht zou worden Matsas een
gedeelte van de winst zou krijgen. Er is met een reder onderhandeld
en de vraagprijs was ca. US $ 400.000 maar de deal ging niet door. Januari
2007 is met de sloop begonnen.