SMIT-LLOYD B.V.
 
Anywhere, Anytime, Anyway
 
Smit-Lloyd 74
 Seacor Laredo
.
Smit-Lloyd 74
   
   
 

Foto's boven: Smit-Lloyd 74 (J vd Ster), SL 74 (coll. NSM)

Werf: Voorwaarts BV, Hoogezand (228)
Tewater: 19 februari 1982
Doopster: Leleveld - Mulder
In dienst: 28 mei 1982
IMO no.
8017059

Eigenaren:

1982 Smit-Lloyd 74 Smit-Lloyd BV Rotterdam
1992 Smit-Lloyd 74 Smit-Lloyd Malaysia Sdn Bhd Kuala Lumpur
1995 Smit-Lloyd 74 Smit International Singapore Singapore
1998 Smit-Lloyd 74 Seacor Smit Inc.  
2003 Seacor Laredo Seacor Holdings Inc.  
       

Terug naar boven

 
 

Geschiedenis Smit-Lloyd 74

Foto onder: Seacor Laredo (G Marin)

1982.
De 74 begint haar loopbaan in Aberdeen maar in juni gaat ze op het Noorse plat werken en dat betekent een doorbraak want normaliter lukt dit niet. Voor Shell gaat ze ca. 7 maanden in de Noorse wateren werken. De 74 wordt hier volledig uitgeprobeerd waardoor al de zwakke punten boven water komen.
Zo moesten al de lagers van de winchtrommels worden vernieuwd. Ook kwam men er achter dat het schip zwevende vloeren had en dat de ruimte onder de vloeren wekelijks afgetapt moest worden. Helaas wist de bemanning dat niet zodat tijdens de garantie dokking bijna alle vloeren vernieuwd moesten worden. De sleep / AH winch werd aan dek getrokken om een ander soort lagers te monteren. Dit werd gedaan tijdens de garantie dokking in december.
September wordt het accomodatieplatform de Borgny Dolphyn van het Noorse plat naar Rotterdam gesleept.

1983.
In januari bergt de 74 tijdens windkracht 11 een losgeslagen Salm tanker laadboei behorende bij het Thistlefield (Noorse plat). Twee Noorse schepen konden niet vastmaken, de 74 lukte het om een cobra vast te maken en de boei wat verder de zee op te slepen. Dit was net op tijd want ze konden de nummerborden van de auto's op de wal al lezen.
Zoals we weten is een cobra niet echt geschikt om op te slepen en deze brak dan ook. De volgende dag werd er een duiker met een helicopter op de boei gezet waarna er een deugdelijke sleepverbinding tot stand kwam en werd de boei naar Alesund gesleept.

De Smit-Lloyd 74 bij de Thisle boei (P Sinke)

In maart vinden we de 74 aan de Franse zuidkust waar ze samen met de 75 vanuit Sete voor de Sedco 601 werkt. Dit is echter van korte duur want in juni werkt ze voor de Neddrill 1 en is de supplyhaven Nador in Marocco.
In september hebben de 74 en 75 een contract om weer voor de Sedco 601 te gaan werken vanuit het Spaanse San Carlos de la Rapida. Helaas voor de olieclub is er een Spaanse wet die beslist heeft dat Spaanse schepen eerst in contract moeten komen.
De SL 75 wordt doorverhuurd maar de 74 zal ongeveer 8 maanden tegen de wal liggen en dat voor een contract van ca. 20.000 gulden per dag. Goed gedaan mr Kaffa!!

Tijdens het verblijf van de 74 in Malta kregen de kapitein en 3 bemanningsleden een lift van de agent in de auto. De agent Philip had waarschijnlijk een zware dag gehad want bij het wegrijden reed hij zo de plomp in bij Crucifix Wharf. De auto zakte zeer snel in het 10 mtr diepe water. De kapitein wist door een ruit uit de auto te komen en de drie mannen achterin wisten de 5e deur open te maken en zo te ontsnappen. Daarna kwam de agent boven drijven die echter al in coma was. De Hwtk heeft zich over hem ontfermd maar hij moest wel naar het ziekenhuis.
Ik denk dat de mannen daarna wel iets ingenomen hebben tegen de schrik.

1984.
In mei vertrekt de 74 van San Carlos naar Barcelona waar een Liquid mud installatie wordt ingebouwd, de rig kettingbakken worden hiervoor met extra spanten versterkt en er worden 2 liggende tanken aan dek geplaatst. Om toch nog te kunnen slepen worden de hanekammen verder naar achter geplaatst (dus het draaipunt) en daar was de kapitein niet blij mee.
Na de inbouw vertrekt de 74 naar West Afrika om vanuit Abidjan voor de Sedco J en Dan Duke te gaan werken.

1985.
Werkzaam vanuit Abidjan.
In juli vertrekt de 74 met de Sedco J naar Gabon waar ze 2 weken later aankomt. De supplyhaven wordt Port Gentil.
14 September worden de ankers weer opgepakt en gaat de 74 met de Sedco J op sleep weer terug naar Abidjan waar ze begin oktober aankomen.
In december is het contract afgelopen en blijft de 74 beschikbaar op de spotmarket.

1986.
Januari vertrokken uit Abidjan en gaat met een cementfabriek op sleep richting noord Spanje. Helaas krijgt de 74 in één van de motoren een spoelluchtbrand en verspeelt haar sleep. De reis wordt op 1 motor voortgezet en nu richting Alblasserdam voor reparatie van de motor.
In maart is de SL 74 weer werkzaam en nu vanuit IJmuiden.
Het stuurloze Duitse vrachtschip Selle Brunn dreigde het platform K13 van Penzoil te raken. De 74 probeerde een sleepverbinding te maken wat helaas mislukte.

C Kleefstra

1987.
Maart wordt de 74 in Sliedrecht opgelegd, dit duurt tot 20 december want dan wordt ze weer vaarklaar gemaakt en tevens onder de Bahama vlag gebracht.

1990.
November/december dokken in Singapore.

1991.
Oktober wordt de 74 onder Maleisische vlag gebracht en onder gebracht bij Smit-Lloyd (Malaysia) Sdn Bdh te Kuala Lumpur. Dit is gedaan om een twee jarig contract met Esso Production Malaysia (EPMI) veilig te stellen.
De Maleisische overheid heeft tot doel om minstens 80% van de arbeidsplaatsen te laten vervullen door Bumiputra's (zonen der aarde), dus niet door Chinezen, Indiers enz.
Een Nederlandse Hwtk blijft aan boord en soms een Nederlandse kapitein.
Supplyhaven is Tandjung Berhala, ze werkt samen met de SL 72.

1992.
De supplyhaven wordt Kemaman en nu wordt de bemanning vervangen door Bumiputra's.

1995.
De 74 wordt overgedragen aan Smit International Singapore.

1998.
Verkocht aan Seacor Smit Inc., management is bij Seacor Marine (Asia). Niet herdoopt en blijft Bahama vlag voeren.

2002.
In management bij Humboldt (Chili) maar Seacor Smit Inc blijft de eigenaar. De vlag wordt die van Panama maar later dit jaar wordt het de Chileense vlag

2003.
Herdoopt in Seacor Laredo en wordt de eigenaar Seacor Holdings Inc. , de manager blijft Humboldt Administradora (Chili).

Terug naar boven

 
 

Smit-Lloyd 74 opgelegd (coll. NSM)

Terug naar boven