1982.
De 74 begint haar loopbaan in Aberdeen maar in juni gaat ze op het
Noorse plat werken en dat betekent een doorbraak want normaliter lukt
dit niet. Voor Shell gaat ze ca. 7 maanden in de Noorse wateren werken.
De 74 wordt hier volledig uitgeprobeerd waardoor al de zwakke punten
boven water komen.
Zo moesten al de lagers van de winchtrommels worden vernieuwd. Ook
kwam men er achter dat het schip zwevende vloeren had en dat de ruimte
onder de vloeren wekelijks afgetapt moest worden. Helaas wist de bemanning
dat niet zodat tijdens de garantie dokking bijna alle vloeren vernieuwd
moesten worden. De sleep / AH winch werd aan dek getrokken om een
ander soort lagers te monteren. Dit werd gedaan tijdens de garantie
dokking in december.
September wordt het accomodatieplatform de Borgny Dolphyn van het
Noorse plat naar Rotterdam gesleept.
1983.
In januari bergt de 74 tijdens windkracht 11 een losgeslagen Salm
tanker laadboei behorende bij het Thistlefield (Noorse plat). Twee
Noorse schepen konden niet vastmaken, de 74 lukte het om een cobra
vast te maken en de boei wat verder de zee op te slepen. Dit was net
op tijd want ze konden de nummerborden van de auto's op de wal al
lezen.
Zoals we weten is een cobra niet echt geschikt om op te slepen en
deze brak dan ook. De volgende dag werd er een duiker met een helicopter
op de boei gezet waarna er een deugdelijke sleepverbinding tot stand
kwam en werd de boei naar Alesund gesleept.
De Smit-Lloyd 74 bij de
Thisle boei (P Sinke)
In maart vinden we de 74
aan de Franse zuidkust waar ze samen met de 75 vanuit Sete voor de
Sedco 601 werkt. Dit is echter van korte duur want in juni werkt ze
voor de Neddrill 1 en is de supplyhaven Nador in Marocco.
In september hebben de 74 en 75 een contract om weer voor de Sedco
601 te gaan werken vanuit het Spaanse San Carlos de la Rapida. Helaas
voor de olieclub is er een Spaanse wet die beslist heeft dat Spaanse
schepen eerst in contract moeten komen.
De SL 75 wordt doorverhuurd maar de 74 zal ongeveer 8 maanden tegen
de wal liggen en dat voor een contract van ca. 20.000 gulden per dag.
Goed gedaan mr Kaffa!!
.jpg) |
Tijdens het verblijf van
de 74 in Malta kregen de kapitein en 3 bemanningsleden een lift van
de agent in de auto. De agent Philip had waarschijnlijk een zware
dag gehad want bij het wegrijden reed hij zo de plomp in bij Crucifix
Wharf. De auto zakte zeer snel in het 10 mtr diepe water. De kapitein
wist door een ruit uit de auto te komen en de drie mannen achterin
wisten de 5e deur open te maken en zo te ontsnappen. Daarna kwam de
agent boven drijven die echter al in coma was. De Hwtk heeft zich
over hem ontfermd maar hij moest wel naar het ziekenhuis.
Ik denk dat de mannen daarna wel iets ingenomen hebben tegen de schrik.
1984.
In mei vertrekt de 74 van San Carlos naar Barcelona waar een Liquid
mud installatie wordt ingebouwd, de rig kettingbakken worden hiervoor
met extra spanten versterkt en er worden 2 liggende tanken aan dek
geplaatst. Om toch nog te kunnen slepen worden de hanekammen verder
naar achter geplaatst (dus het draaipunt) en daar was de kapitein
niet blij mee.
Na de inbouw vertrekt de 74 naar West Afrika om vanuit Abidjan voor
de Sedco J en Dan Duke te gaan werken.
1985.
Werkzaam vanuit Abidjan.
In juli vertrekt de 74 met de Sedco J naar Gabon waar ze 2 weken later
aankomt. De supplyhaven wordt Port Gentil.
14 September worden de ankers weer opgepakt en gaat de 74 met de Sedco
J op sleep weer terug naar Abidjan waar ze begin oktober aankomen.
In december is het contract afgelopen en blijft de 74 beschikbaar
op de spotmarket.
1986.
Januari vertrokken uit Abidjan en gaat met een cementfabriek op sleep
richting noord Spanje. Helaas krijgt de 74 in één van
de motoren een spoelluchtbrand en verspeelt haar sleep. De reis wordt
op 1 motor voortgezet en nu richting Alblasserdam voor reparatie van
de motor.
In maart is de SL 74 weer werkzaam en nu vanuit IJmuiden.
Het stuurloze Duitse vrachtschip Selle Brunn dreigde
het platform K13 van Penzoil te raken. De 74 probeerde een sleepverbinding
te maken wat helaas mislukte.
C Kleefstra
1987.
Maart wordt de 74 in Sliedrecht opgelegd, dit duurt tot 20 december
want dan wordt ze weer vaarklaar gemaakt en tevens onder de Bahama
vlag gebracht.
1990.
November/december dokken in Singapore.
1991.
Oktober wordt de 74 onder Maleisische vlag gebracht en onder gebracht
bij Smit-Lloyd (Malaysia) Sdn Bdh te Kuala Lumpur. Dit is gedaan om
een twee jarig contract met Esso Production Malaysia (EPMI) veilig
te stellen.
De Maleisische overheid heeft tot doel om minstens 80% van de arbeidsplaatsen
te laten vervullen door Bumiputra's (zonen der aarde), dus niet door
Chinezen, Indiers enz.
Een Nederlandse Hwtk blijft aan boord en soms een Nederlandse kapitein.
Supplyhaven is Tandjung Berhala, ze werkt samen met de SL 72.
1992.
De supplyhaven wordt Kemaman en nu wordt de bemanning vervangen door
Bumiputra's.
1995.
De 74 wordt overgedragen aan Smit International Singapore.
1998.
Verkocht aan Seacor Smit Inc., management is bij Seacor Marine (Asia).
Niet herdoopt en blijft Bahama vlag voeren.
2002.
In management bij Humboldt (Chili) maar Seacor Smit Inc blijft de
eigenaar. De vlag wordt die van Panama maar later dit jaar wordt het
de Chileense vlag
2003.
Herdoopt in Seacor Laredo en wordt de eigenaar Seacor
Holdings Inc. , de manager blijft Humboldt Administradora (Chili).