1982.
De Smit-Lloyd 75 voer op 28 februari van Lemmer naar IJmuiden waarna
proeven en tests werden uitgevoerd.
De 75 begint haar werk bij de NAM en de werkhaven wordt Rotterdam.
1983.
In april verlaat de 75 Rotterdam en gaat samen met haar zuster de
SL 74 voor de Sedco 601 werken vanuit het Franse Sete.
In september hebben de 74 en 75 een contract om weer voor de Sedco
601 te gaan werken vanuit het Spaanse San Carlos de la Rapida. Helaas
voor de olieclub is er een Spaanse wet die beslist heeft dat Spaanse
schepen eerst in contract moeten komen.
De SL 75 was gecharterd voor ca. 20.000 gulden per dag maar wordt
doorverhuurd onder voorwaarde dat het verschil door de eerste oliemaatschappij
wordt bijgelegd.
1984.
De 75 werkte in Egypte, Malta en is nu in maart in Kelibia (Tunesië)
te vinden. Kort daarna weer even in Malta waar ze op 10 juni weer
vertrekt met als bestemming Maritanië waar ze voor Mobil en de
Neddrill 1 gaat werken.
1 Oktober komt ze met de Neddrill 1 in Monrovia aan waar de SL 110
ook is om samen de Neddrill 1 te gaan bevoorraden.
1985.
In januari vertrekt ze uit Monrovia en gaat via Abidjan (vertrek de
16e) naar Singapore waar de 75 op 15 februari aankomt. De winch wordt
gerepareerd en een week later vertrekt de 75 naar Bintulu (Maleisie)
waar ze samen met de 107 voor de Eniwetok gaat werken.
(De Eniwetok is een boorschip
die dacht in Singapore onder de kabelbaan naar Sentosa te kunnen doorvaren.
De boortoren was echter iets te hoog).
In oktober wordt er in Singapore gedokt en worden de Bolnes hoofdmotoren
overhaald en tevens Karmoy stoppers geplaatst.
Daarna stand-by in Singapore.
1986.
Begin van dit jaar met de bak Shinkai naar Bombay waar ze 3 februari
aankomt en op 14 februari is de 75 weer terug in Singapore.
Daarna zijn er korte contracten in Maleisie en Japan en in juni is
ze in Taipei (Taiwan) te vinden waar ze samenwerkt met de SL 108.
15 november is het contract afgelopen en gaat de 75 naar Bintulu waar
ze voor de Sedco 600 gaat werken.
1987.
Het hele jaar is de supplyhaven Bintulu en het rig de Sedco 600.
1991.
Tot eind januari werkzaam in Labuan, wordtr door de 72 afgelost en
gaat naar S'pore voor reparaties.
In juli van S'pore naar de Maladives, ETA 23 juli.
September onderweg naar Salalah waar de 75 op 27 september arriveerd.
November weer naar Singapore waar ze de 22e aankomt, de 26e gaat ze
verder naar Mabini waar ze de rest van het jaar blijft werken.
1992.
Werkzaam in Mabini tot eind mei waarna ze naar Singapore gaat en wordt
opgelegd.
September is er weer werk en dit keer is de supplyhaven Menang waar
ze samen met de 73 werkt.
In november naar Sonkla waar ook de 118 is.
Overgedragen aan Smit-Lloyd Malaysia en onder Bahama vlag. Manager
is Smit International Singapore.
De Smit-Lloyd 73 en 75 naast de Maersk Navigator (W
Christ)
1993.
In januari assisteerde de 73 bij het blussen en naar S'pore slepen
van de na een aanvaring in brand geraakte tanker Maersk Navigator.
De Navigator is een tanker van 320 meter lang , 50 mtr breed en een
diepgang van 24 mtr. Geladen met 279.000 ton olie waarvan de waarde
toen ca. US $ 160 miljoen bedroeg.
Na het blussen werd de lading overgepompt naar het zusterschip Maersk
Nautilus, het overpompen duurde 10 dagen. De hele bergingsoperatie
nam 43 dagen in beslag.
Het uitgekeerde bergingsloon bedroeg 18 miljoen Singapore dollar.
Elk schip dat aan deze jop meewerkte kreeg een gelijk bergingsloon,
ongeacht de gewerkte dagen, zodat er voor een kapitein een bedrag
over bleef van minder dan 10.000 gulden.
De Sea 1, net vlot getrokken
(W Christ)
Van mei tot juni werkzaam
in Miri waarna de 75 naar S'pore vertrekt.
1994.
Werkt vanuit Singapore.
1995.
De Smit-Lloyd 73 was samen met de SL 75, 118 en Smit Langkawi betrokken
bij de berging van de Sea Prince, een tanker van 300.000 ton en geladen
met ca. 35.000 ton olie. De tanker was op de kust van Zuid Korea gelopen.
De Sea Prince werd voor een bedrag van 7,5 miljoen
dollar losgetrokken waarbij, naar later bleek, de machinekamer + schroefas
en pompkamer op de kust bleef staan.
De Sea Prince wewrd voor een bedrag van 1 dollar door Smit gekocht
en herdoopt in Sea 1, voor de sleepreis naar de Filippijnen werd de
Sea 1 verzekerd voor 4,5 miljoen dollar.
Gesleept werd door de SL 75 en 118 en de 73 was escort schip.
Een schip waarbij een gedeelte van de bodem weg is verliest een hoop
aan sterkte en in de vaarroute naar Hong Kong begon het achterschip
te zinken. Er werd losgegooid en het achterschip brak af, het voorschip
bleef echter drijven.
De SL 118 ramde de boeg zodat er een gat ontstond en daardoor kon
de lucht ontsnappen en zonk ook het voorschip.
Deze klus heeft alles bij elkaar 6 weken geduurd.
1996.
Herdoopt in Smit Lenga, eigenaar South Atlantic Offshore
Services, Nassau.
1997.
Herdoopt in Seacor Lenga en overgedragen aan Seacor
Smit Inc. Later dit jaar weer herdoopt in Smit Lenga.
2000.
Overgedragen aan Transmares Naviera Chilena (Chili), niet herdoopt.
2003.
De Eigenaar wordt Patagonia Offshore Services SA en later dit jaar
Minvest SA.
Foto via K Rusman
2008.
Nieuwe eigenaar is Antares Naviera SA in Argentinie en herdoopt in
Lenga.