De Smit-Lloyd
8 is voor rekening van de Nederland gebouwd en in beheer bij Smit-Lloyd
gebracht. De SL 8 werd tijdens de bouw gelijk van een ankerwerklier
voorzien met 3 draadkoppen en een trossenkop. Tevens kreeg het schip
een dubbel A-frame op het achterschip om de 15 tons ankers aan dek te
kunnen trekken. Dit eerste type A-frame was echter een mislukking.
De SL 8 kwam gelijk na de oplevering in actie in de Noorse wateren
voor het diepdrijvende booreiland Ocean Traveler (Odeco), op dat moment
de grootste ter wereld.
Oktober 1966 kwam de SL 8 tijdens slecht weer tegen het rig wat ze
aan het bevoorraden was. Zowel de SL 8 als het booreiland hadden ernstige
schade en moesten bij de werf gerepareerd worden.
September 1967 gebeurde het zelfde maar door een andere kapitein.
1968.
Werkzaam vanuit Stavanger voor Esso.
In maart is de supplyhaven in Engeland en daarna gaat ze naar Ravenna
waar ze op 13 april aankomt. De 8 werkt samen met de Lady Laura voor
de Neptune 1.
Vanaf 17 december is de supplyhaven Ancona waar samen met de SL 17
op diverse rigs wordt gevaren.
1969 t/m 1974.
Samen met de SL 17 in Ancona, dokken gebeurt in Venetië. In de
zomer van 1969 wordt er op de 8 een aircon installatie geplaatst.
Augustus 1970 verplaatsen de schepen en de Neptune Gascogne zich naar
Zadar (Joegoslavië). In april weer terug in Ancona.
Eind 1973 zijn de SL 8 en de 17 samen met de Scarabeo II in Syracusa.
1975 / 1976.
Eind februari is het contract met de Scarabeo II afgelopen en vertrekt
de SL 17 naar Esbjerg waar voor de Orion wordt gewerkt.
1977.
Eerst nog Esbjerg maar in mei is de 8 even in IJmuiden bij de Key
Gibraltar. September is het Fleetwood en het boorschip de Offshore
Mercury, de charteraar is Hydrocarbons Great Britain Ltd.
1978.
Tot november is de supplyhaven Fleetwood, daarna wordt het Southampton.
In maart wordt er in Cardiff gedokt. De charterprijs bedroeg ca. 5500
gulden/dag