1985.
Op 22 april uit Venetië vertrokken naar de Ierse Zee. In Falmouth
werd het booreiland Ali baba vastgemaakt en naar de locatie versleept.
Het bevoorraden gebeurt vanuit Cork.
Bij aankomst Cork komen er Ierse gezellen aan boord.
De Ierse gezellen worden in augustus vervangen door Nederlanders als
de SL 90 uit Cork vertrekt en naar Aberdeen gaat om voor de Ocean
Bendoran te gaan werken.
1986.
Eind januari is het contract afgelopen en gaat de 90 op de spotmarket
werken.
In april wordt er in South Sields gedokt waarna er in mei geassisteerd
wordt bij het uitslepen van de Gullfaks A, een betonnen productieplatform,
uit de Noorse fjorden naar een locatie op de Noordzee.
De Gullfaks A is 630.000 ton en wordt gesleept door de Smit Singapore,
Smit-Lloyd 90 en 5 buitenlandse sleepboten.
19 mei wordt Smit-Lloyd 100% eigenaar van de drie 90-schepen, de Noorse
partner en bank zijn uitgekocht.
21 Augustus vertrek uit Rotterdam naar Sicilie voor het Nilde project,
het leggen van een meersysteem voor een productie tanker. Dit gebeurde
samen met de Takpull 750, SL 114, 29 en 92.
Aan het eind van het jaar weer werkzaam op de spotmarket in Aberdeen.
De Smit-Lloyd 90 met een Stevshark anker voor het Nilde project.
Naast de SL 90 ligt de Takpull 750 (J Kooij)
1987.
Werkt eerst voor Safe Offshore en daarna voor Amoco.
Op 4 april vertrekt de 90 vanuit Falmouth naar Cork waar ze voor de
Sedco 700 gaat werken. Ook nu weer komen er Ierse gezellen aan boord
voor de Cork periode.
In augustus wordt het booreiland Andros door de SL 57 en 90 naar Verolme
gesleept waarna de 90 weer naar Aberdeen vertrekt.
1988.
23 Februari arriveert de SL 90 in de Vlissingse Sloehaven met een
drijvend dok met een hefcapaciteit van 33.000 ton bestemt voor de
Scheldepoortwerf. Het dok was gekocht van Framnaes Industriutvikling
en werd door de SL 90 van Sandefjord naar Vlissingen gesleept.
In maart arriveerde de Mc Dermott Barge 102 in Rotterdam, ze werd
o.a. gesleept door de 90.
Begin november keert de SL 90 terug in Rotterdam van de berging van
het Japanse autoschip Reijin bij Porto (Portugal). De 90 had daar
de SL 112 afgelost en versleepte nu het ponton E 3503 beladen met
o.a. de Buffel naar Rotterdam.
De SL 90 sleept m.b.v. de havensleepboten het dok
de Sloehaven van Vlissingen in. (NSM)
1989.
1990.
In november een charter voor Emerald Field Contractors voor het suppleren
en de rig move van de Dan Countess. De charterprijs bedraagt 2450
pond/dag. Voor de rig-move is de SL 122 ook van de partij voor een
bedrag van 3950 pond/dag.
1991.
1992.
26 februari aankomst bij de werf Duivendijk te Rotterdam.
In november werkt de 90 vanuit Heysham, samen met de 91.
1993.
Half januari lost de SL 90 de 92 af die moet gaan dokken. Supplyhaven
is Velsen. Daarna werkzaam voor British Gas voor 2700 pond/dag, dit
wordt later verhoogd naar 3250 pond/dag.
In juni is de 90 weer in Heysham te vinden waar ze voorlopig zal blijven.
1994.
Begin van het jaar werkt ze vanuit Heysham met tussendoor in februari
een dokking te Liverpool.
Daarna werkzaam in de haven van Liverpool voor 3000 pond voor één
dag en daarna 250 pond/uur.
In maart wordt de 90 door Hamilton UK gecharterd voor twee putten
en de rig-move van de Ensco 80. De charterprijs bedraagt 4125 pond/dag.
Tijdens het back loaden in december onder de Central Complex raakt
de 90 het platform. Schade aan mast, lichten en direction finder.
Zijlstra
1995.
In februari wordt de Neddrill Trigon door de SL 90 van zee naar de
offshoreput in de 8e Petroleumhaven gebracht.
Twee maart vertrekt de 90 uit Rotterdam en gaat opweg naar Guinee
(West Afrika).
9 Augustus vertrekt ze uit Pointe Noir waarna ze op 31 augustus in
South Sields aankomt voor reparaties.
Aan het einde van het jaar is de supplyhaven weer Heysham geworden.
1996.
Het hele jaar in Heysham werkzaam.
1997.
Van 28 januari tot 15 februari dokken te South Sields.
November wederom in dok en deze keer te Leith.
Charterprijs voor een cargo run bedraagt aan het einde van 1997 GBP
6400.