De A-klasse
schepen worden aangedreven door twee Industrie motoren type 6D8-OHD
van 1500 pk elk bij 300 rpm, met twee driebladige cp schroeven. De
boegschroef kent 250 pk, met een thrust van 2,4 ton. De bollard pull
is 34 ton en de snelheid bedraagt 12,5 knopen waarbij een brandstofverbruik
hoort van 12 m3/dag. Wordt er met economische snelheid gevaren dan
is het verbruik 8 m3/dag.
Op de A-schepen waren de tanken 7 en 8 labilisatietanken met in het
midden een vouwschot. De opzet was om een van de tanken vol te maken
en daarna beide tanken tegen elkaar open te zetten zodat ze ieder
half vol waren. Dit voorkwam het wreed slingeren van het schip. Er
is echter maar zelden gebruik van gemaakt.
Ook was het een idee van Jan Daniel Ruys om waar de schroefaskokers
uit de romp kwamen een deksel (blinde poort) te plaatsen zodat het
aslager gecontroleerd en schoongemaakt kon worden als de schroefas
verwijderd was.
Afmetingen:
De schepen kregen een lengte van 59,76 mtr, breedte 11,72 mtr en een
holte van 5,15 mtr. De diepgang was 4,10 mtr. Deadweight 700 ton.
Accommodatie voor 12 passagiers.
Lading:
De schepen
konden de volgende hoeveelheden meenemen
Drinkwater 95 ton (30), drillwater 411 ton (2x100), brandstof 296
ton (125) en bulk 125 ton (44 psi). Op dek kon er 400 ton geplaatst
worden. ( ) is loscapaciteit pomp.
De tekeningen
van de Smit-Lloyd 1 - 7 waren gemaakt in Millingen en deze werf was
ook penvoerder en besteedde alles uit. De Smit-Lloyd 6 was het enige
schip dat bij Pot in Bolnes gebouwd is en op dit schip zijn veel (kleine)
dingen anders uitgevoerd.
Pot was een eigengereide werf die hun eigen gang gingen en werkten
zoals het volgens hun moest. (het meest logische). Daardoor staan
b.v. de schoorstenen van de 6 tapser naar buiten.
Smit-Lloyd
2.
De Smit-Lloyd 2 zou het eerste in de vaart komen en werd bij Signal
Oil aangeboden. Het schip werd voor twee prijzen aangeboden, de een
met boegschroef en de ander zonder. De 2 werd vercharterd zonder boegschroef
maar wel met een boegschroef uitgevoerd. Vanaf dat moment werd de
boegschroef standaard uitrusting van Smit-Lloyd schepen.
De eerste werkzaamheden voor de 2 was voor het booreiland Endeavour,
vanuit Hartlepool opererend. Het werd een mislukking omdat de 2 niet
kon manoeuvreren. Het schip werd in Middlesbrough gedokt, waarbij
een gedeelte van de scheg en de trossen beschermers werden weggebrand
om een betere toestroming van het water naar de schroeven te bewerkstelligen.
Het gaf echter nog steeds niet het gewenste resultaat, totdat men
er plotseling achter kwam dat de schroeven in de verkeerde richting
draaiden. Ondanks het feit dat de 2 verstelbare schroeven had, waren
de Industrie dieselmotoren direct omkeerbaar. Zo was dit probleem
snel verholpen. Ook werd een stuk uit de verschansing boven de kruisbolders
gebrand en een uitneembare reling erin gezet om schavielen van trossen
te voorkomen.
Buiten
Europa.
De Smit-Lloyd 5 was het eerst Smit-Lloyd schip dat de Noordzee verliet
en ging werken vanuit Ravenna voor het boorschip Glomar V. Daarna
sleepte de Smit-Lloyd 5 het boorschip naar de Golf van Benghazi in
Libië.
Voor het zo ver was moest er nog heel wat gebeuren want de 5 lag in
Alblasserdam met slechts 1 wachtsman aan boord. Stuurman Visser werd
van een schip in Yarmouth gehaald en moest onmiddellijk aan de studie
om de volgende dag examen te doen voor zijn radio/telefonie-certificaat.
De rest van de 10 koppige bemanning werd bij elkaar getrommeld. Er
waren tien man nodig omdat het schip de grote reis op ging en dan
was 10 man een eis van de Scheepvaart Inspectie.
De bemanning zag er als volgt uit: kapitein AW vd Poel, stuurman LW
Visser en HLJ Schippers, 1e wtk AJ v Mill (werd afgelost in Ravenna
door J Kramer), 2e wtk J Kramer, kok Remkes, matrozen J Bot en A d
Smit, olieman Havermans (geleend van de KRL) en extra matroos Terpstra.
Voor de sleepreis naar Libië kwam kapitein Arie Hogeboezem extra
aan boord.
Er moest toen ook een financiële regeling met de bemanning gemaakt
worden. De overeenkomst werd, dat de uitzendtermijn op vijf maanden
kwam te staan, plus 20% toeslag op de gage.
Ankerwerkwinch.
De eerste zeven A-schepen waren niet uitgerust met een winch maar
alleen met een beting wel een soort tugger winches in BB/SB dekkast
voor het bedienen van hekankers. Bij de oprichting van Smit-Lloyd
was met L.Smit & Co's Internationale Sleepdienst afgesproken dat
de schepen zich niet met slepen zouden bezig houden. De kaapstanders
op deze schepen zijn later aangebracht.
De Smit-Lloyd 8 was het eerste schip dat met de nieuwbouw ook een
ankerwerk winch op dek kreeg omdat de charteraar eiste dat een bevoorradingsschip
ook ankers moest kunnen behandelen. Voor het aan dek halen van ankers
werd een demontabel dubbel A-frame op het achterdek geplaatst.
De Smit-Lloyd 8 kreeg ook een meer gestroomlijnd achterschip om het
schip meer over de golven te laten glijden bij het achteruit stomen
in slecht weer. De eerste zeven schepen hadden een vierkante kont.
Het was ook het eerste schip met ijs versterking.
De Smit-Lloyd 9 was het
eerste schip dat 100% eigendom was van Smit-Lloyd. Ze had een iets
grotere accomodatie, had aircon en was beter geïsoleerd en evenals
de 8 ook ijsversterkt.
De Smit-Lloyd 9 kreeg vlak voor de oplevering een sleepwinch en ging
vrij varend naar Aden. Hier werd vastgemaakt aan de boortender Nola
2 die naar Dubai werd gesleept. Dit was de eerste sleepreis voor Smit-Lloyd.
De Smit-Lloyd
10 kreeg een (voor die tijd) uitgebreid winchenpark omdat de charteraar
eiste dat het schip ook moest kunnen slepen en zware ankers moest
kunnen behandelen.
De 10 werd in een record tijd van 75 dagen gebouwd. Ook dit schip
was ijsversterkt evenals de Smit-Lloyd 9. Hierna kregen alle schepen
bij de nieuwbouw een sleep/ankerwerk winch.
Zij-anker.
De Smit-Lloyd 8, 12 en de 14 konden ook een anker vanuit BB zij uitbrengen.
Aan het anker zat een tampje ketting waarop een draad van de winch
of het ankerspil opgezet kon worden. De bedoeling hier van was om,
als het schip langszij een boorschip lag, bij slecht weer of als de
stroom dwars op was, weer door middel van dit anker bij het boorschip
weg te komen. De 12 en 14 hadden deze mogelijkheid vanaf de nieuwbouw
en op de 8 is dit anker later aangebracht. Het systeem is getest door
met een sleepboot aan de ketting te trekken en dan controleren hoeveel
slagzij de Smit-Lloyd boot maakte.
Dit systeem mocht later niet meer gebruikt worden door de Scheepvaart
Inspectie i.v.m. de stabiliteit van het schip. (Is het ooit wel eens
gebruikt?)
Op de Smit-Lloyd 8 werden veel dingen uitgeprobeerd die, als het goed
werkte, bij de nieuwbouw op de schepen die naar Australie gingen werden
geplaatst. Aan deze Australische schepen werden hoge eisen gesteld
omdat ze geen garantie dokking kregen.
De Smit-Lloyd
1 t/m 7 hadden aan beide kanten in het dekhuis een winch staan die
bedoeld was voor eventuele hekankers of als tugger winch gebruikt
kon worden. SB winch had een trommel door het schot aan dek en BB
winch had een kop aan dek. In de eerste periode zijn ze gebruikt om
te meren bij booreilanden en voor het bedienen van het stoottouw tijdens
slepen. Na het plaatsen van de kaapstanders werden ze nog maar zelden
gebruikt. Op enkele schepen werden ze verwijderd. De schepen die een
contract met Esso hadden kregen een laadboom aan boord. (Smit-Lloyd
9, 10, 12 en 14)
A-frame.
Later kregen, met uitzondering van de 2, alle schepen een ankerwerk
winch. De hekrol bestond in eerste instantie uit een massieve pijp
en werd al snel vervangen door een kleine rol met een beugel er over
om te voorkomen dat de draad er uit schoot. De beugel werd echter
regelmatig gelanceerd. Hierna kwam dhr. Hoogenbosch met een A-frame.
De Smit-Lloyd 8 was het eerste schip met een A-frame.(zie foto). Dit
was een dubbel frame en als het anker in het frame hing klapte de
hele handel voor over aan dek. Als met het volgende anker begonnen
werd dan moest dit frame eerst weer in de juiste positie gebracht
worden. Het is te begrijpen dat dit geen succes was. Het volgende
A-frame werd alleen geplaatst als het schip ankerwerk ging doen en
bestond uit 3 delen die vastgebout werden op het schip en dit voldeed
beter.
In het begin hadden de schepen vaak een verbrandde elektromotor van
de winch. Doordat de rem niet zo sterk was werden de ankers op de
E-motor gevierd en daar kon deze niet zo goed tegen en ging als generator
werken.
De Smit-Lloyd
2 had alleen een beting. Ondanks dat de Smit-Lloyd 2 geen winch had
heeft ze in november 1968 een job gemaakt n.l. een Engels vrachtschip
van 4000 ton, de Ashington.
In 1977 kreeg de 2 een FiFi installatie met twee monitoren die gezamenlijk
76000 liter water per minuut konden leveren. De maximum reikwijdte
bedroeg 200 meter en de maximum hoogte was 120 meter.
Om deze aanvulling te kunnen realiseren werd een cementtank verwijderd
om een zeeinlaatkast te kunnen installeren, op dek werden twee containers
vast opgesteld voor de 2250 pk Kongsberg gasturbines en centrifugaalpompen.
Op de containers werden de bluskanonnen, met 132 mm nozzle, gemonteerd.
Ook werd een extra generatorset geplaatst voor het opstarten van de
gasturbines. De bediening gebeurde d.m.v. een joystick.
De Smit-Lloyd 2 is verder voorzien van andere schroeven, een bulb
steven en een tweede boegschroef om het schip in positie te houden
tijdens bluswerkzaamheden.
De Smit-Lloyd 2 is door deze uitrusting op dit moment een van de grootste
bevoorradings / blusboten ter wereld, voor wat betreft capaciteit
met twee monitors.
De Smit-Lloyd
14 was het eerste Smit-Lloyd schip dat in 1977 door het Panamakanaal
voer met het booreiland Rowan 004 in haar kielzog. De Smit-Lloyd 14
kwam van Singapore en gaf de sleep, aan de andere kant van het kanaal,
over aan de Witte Zee.
De Smit-Lloyd
22 had als eerste schip een in- en uitklutsbare kabelaring op de winch,
deze is er later opgezet.
Zandstralen.
De Smit-Lloyd 4 was van februari 1979 tot maart 1981 onderhoudsschip
voor platforms en had als supplyhaven Ras Shukheir. De accommodatie
was vergroot met 3 portacabins met bedden voor 16 personen. De 4 kon
afgemeerd worden aan 4 prelaid ankers, twee op de kaapstanders en
twee op speciale trommels aan het ankerspil.
Twee 20 ft containers op het hoofddek werden gebruikt voor het opbergen
van het zandstraalmateriaal. Het zand werd opgeslagen in de 5 bulk
tanken onderdeks en in twee extra tanken die op het hoofddek stonden.
Totale opslagcapaciteit zand is 200 ton.
Voor het zand transport is een speciale compressor op dek gemonteerd.
Voor het zandstralen zijn 4 diesel gedreven compressors op dek geplaatst
met elk een capaciteit van 21 cub/min bij 7 bar.
Twee hoge druk (180 ato) waterjet cleaning pomp units zijn op het
achterschip geplaatst. Deze units worden door een diesel aangedreven
en hebben een capaciteit van 70 l/min elk.
Het ging ook wel eens fout bij Smit-Lloyd want op 25 oktober 1975
vaart de Smit-Lloyd 12 tegen de Offshore Mercury waarbij behoorlijke
schade ontstond.
De
A-klasse schepen werden later ook wel "de rode deurtjes boten"
genoemd.
De Smit-Lloyd
18 is in 1986 door de sloper gekocht voor US $ 85.000, de Smit-Lloyd
7 en 8 werden eind 2006 verkocht aan een sloper in Turkije die voor
elk schip bijna US $ 200.000 betaalde.
Terug naar boven.