SMIT-LLOYD B.V.
 
Anywhere, Anytime, Anyway
 
Nouadhibou
Reisverhalen
Sfax
Foto: B vd Hout
Reisverhalen 1
   
   
 


Nouadhibou.

De Smit-Lloyd 5.
Eén van de verschrikkelijkste oorden waar Smit-Lloyd gevaren heeft ligt in Mauritanië en is genaamd Nouadhibou. Het ligt onder Marokko en het achterland bestaat uit 5000 kilometer zandbak. Het was een bloeiende stad, waar eens in de week een kustertje kwam met onderdelen en voedsel en twee keer in de week werd het aangedaan door een vliegtuig van Iberia, dus zoals u ziet was het een kruispunt van activiteiten.
Alleen locale herders met geiten kunnen zich er handhaven. Nu zult u zich afvragen wat Smit-Lloyd daar te zoeken had, maar dat kwam omdat een oliemaatschappij op de onzalige gedachte was gekomen om in de Atlantische Oceaan naar fossiele brandstoffen te gaan zoeken.
Daarvoor hadden ze de Discoverer Seven Seas (DSS) gecharterd, een boorschip met dynamic position (DP). DP houd in dat het schip zonder ankers maar met een hoop schroeven zich op de plaats kan houden en dat was ook wel nodig, want ter plekke is het water 1200 meter diep. En ook al ben je een fanatieke supplier je gaat toch hopen dat ze op een dergelijke plek niets vinden.

Verbouwing.
De aanloop van deze reis begon al in Rotterdam alwaar de Smit-Lloyd 5 naar de werf moest om een beetje veranderd te worden. De accommodatie werd geschikt gemaakt om ongeveer 40 passagiers mee te nemen, waarbij er rijen stapelbedden in de recreatieruimte werden geplaatst en een toilet onder de trap naar de bak werd gerecreëerd en dat moest voldoende zijn, want je moet de mensen ook weer niet te veel verwennen.
De achterliggende gedachte was om de crew change van de DSS te doen. Die zouden dan met een chartervliegtuig landen op de luchthaven van Nouadhibou en met de SL 5 naar de DSS gebracht worden. Daar moest de afgeloste bemanning weer aan boord genomen worden en terug gebracht naar Nouadhibou. En dat gebeurde dan één maal per 14 dagen.
Voorwaar een niet al te moeilijke taak. Maar er zat nog een addertje onder het gras. Er kwam nog een taak bij, want in die tijd was er een afscheidingsbeweging, Polisario en die wilde nog wel eens wild om zich heen schieten in Mauritanië en als dat vlakbij Nouadhibou zou gebeuren, dan kon de walorganisatie (4 man sterk) aan boord klimmen en vluchten.
U begrijpt wel dat dat niet zo eenvoudig was. Eigenlijk was het een regelrechte oorlogssituatie, maar pogingen om dit financieel gecompenseerd te krijgen stuitten op onbegrip van het hoofdkantoor in Rotterdam.

San Carlos.
De Smit-Lloyd 5 ging vanuit Rotterdam richting Spanje en kwam in San Carlos te liggen. Volgens de Smit-Lloyd 13 uit die tijd werden er werkzaamheden verricht, maar mocht er niet gewerkt worden en dus moest de bemanning zich zelf proberen te vermaken met Kerst en Oud en Nieuw.
Nu zullen de Spanjegangers onder u zeggen dat er dan niet veel te doen is en dat is waar. Het enige vertier was een telefooncel.
Dit behoeft enige uitleg, want wat kun je nu voor lol hebben met een telefooncel. Maar deze telefooncel was defect en dus kon je voor 5 peseta’s (toen wel 3 cent waard) de hele wereld rond bellen.
Een handige ondernemer had er een paar stoelen en tafels bijgezet en zo gingen de bemanningen van de diverse schepen 's avonds naar het terrasje om te bellen en ondertussen over het leven te praten. Een nummertje hoefde niet getrokken te worden, iedereen wist wanneer hij aan de beurt was. En durfde je niet meer naar huis te bellen zonder je vrouw argwanend te maken, dan was er altijd nog wel een vriendinnetje in Australië of zo.
Dit feest duurde 14 dagen en toen werd de reis naar Mauritanië ondernomen.

Aankomst Nouadhibou.
Daar aangekomen bleek de Smit-Lloyd naam al vooruit te zijn gegaan, want er was een heel ontvangst comité.
Na het gebruikelijke uitwisselen van papieren en het aanbieden van geschenken (lees: papieren ontvangen, geschenken geven) werd de Smit-Lloyd 5 ingeklaard verklaard en kon hun moeilijke werk beginnen.
De operatie werd aan de wal geleid door een Canadese Spanjool met een Gronings accent. We zullen hem maar Kobus noemen. En Kobus had al het nodige PR werk gedaan. Zo was er al een uitnodiging om met de notabelen van de stad kennis te maken. Dit waren ongeveer 50 families van Franse of Spaanse nationaliteit en hadden de verantwoordelijke functies zoals vroeger in een Nederlands dorp.
Om u een indruk te geven van hun functies; o.a. dokter, consul, onderwijzer, directeur visfabriek, adviseur Marine enz. Deze mensen zaten in hun enge kringetje bij elkaar en waren dolblij met enige afwisseling. En dat was Kobus wel toevertrouwd.
Er werd een party aan de wal georganiseerd van al degene die in januari jarig waren en dat waren er nogal wat. Het werd een gezellig feest en nadat kapitein Piet ook een woordje mocht zeggen kon hij niets anders doen dan iedereen uitnodigen voor een barbecue aan boord.
Dat was niet aan dovemansoren gezegd en reeds het weekend erna kwamen er zo'n 100 mensen aan boord met kinderen en iedereen was even opgetogen.
Er zou ook even gevaren worden om naar de walvissen te kijken, maar dat was niet erg lang, want er stond wat deining in de baai en er begonnen al mensen draaierig te worden en het zou zonde zijn als al dat heerlijke eten aan de walvissen gevoerd werd.

Ontwikkelingshulp.
Na een dergelijk begin kon de SL 5 natuurlijk niet meer stuk. Ook begon de plaatselijke bevolking te begrijpen waarvoor zo'n supplier allemaal niet te gebruiken was. Zo kwamen er binnen de kortste keren allerlei voertuigen met mankementen zoals een afgebroken versnellingspook van een Renault 4 of een ontzette laadklep van een vrachtwagen die verwijderd moest worden.
Ontwikkelingshulp in een notendop.

Brood bakken.
En over de voeding waren ze ook heel tevreden, want ze mochten meegenieten van het eigen gebakken brood. En dat was echt bijzonder, want de kok kon brood bakken waarbij een cake zich zou schamen. Dit werd met de BBQ natuurlijk gelijk opgemerkt door diverse huisvrouwen die van die ongedesemde broden gewend waren die niet te verteren waren zodat ze graag wilden weten hoe onze kok het voor elkaar kreeg.
En zo werd al snel een afspraak gemaakt om dezelfde week een demonstratie te geven bij iemand thuis. En zo gebeurde het dat de kapitein en de kok met een baal meel en nog wat benodigdheden in de auto klommen die welwillend ter beschikking was gesteld door de charteraar. Op het opgegeven adres aangekomen werden er broden gebakken en natuurlijk met zoveel vrouwen in de buurt wilden de broden wel rijzen. Het was een groot succes en sindsdien bakken de vrouwen van Nouadhibou hun eigen brood.

Vuilcontainers.
In de haven kreeg de SL 5 zijn eigen plek, gemarkeerd met twee witte strepen, waarbinnen niemand anders mocht meren. Nu lag het schip er meestal zelf, maar eens in de week moest er gevaren worden naar de DSS om brandstof te brengen en vuilnis op te halen. Daar zat ook eigenbelang achter van de charteraar want zo konden er verse groenten en al die andere artikelen die een mens nodig heeft overgenomen worden van de beide schepen die op Las Palmas voeren. En als de SL 5 terugkwam in de haven was het een drukte van belang want dan wist de plaatselijke bevolking dat de vuilcontainers kwamen. Die werden van dek gedraaid door een kraan en dan omgekiept op de kade. En zo kon iedereen naar hartelust wat van zijn gading zoeken.
Het was ook de meest doelmatige opruiming van vuilnis, want de lokale bevolking kon alles gebruiken


Marine.
Nouadhibou was ook een marinehaven. Er lagen twee speedboten en een paar omgebouwde vissersschepen die van de Russen waren geweest en als ontwikkelingshulp waren geschonken. Het bouwjaar was ongeveer 1920 en je kon wel zien dat de Russen niet bang hoefden te zijn dat deze schepen zich ooit tegen hen zouden keren want dan waren ze zonder te schieten wel uit elkaar gevallen.
Op een dag werd de kapitein van de SL 5 gevraagd of hij ook kon slepen. Natuurlijk kon dat, het bleek dat een schip van hun oorlogsvloot een gebroken ankerketting had en in de baai aan de grond was gelopen.
Eerst maar eens Rotterdam bellen, dan konden de experts op kantoor zich er over buigen. Ze begrepen ook wel dat Mauritanië niet zo welvarend was en voor het symbolische bedrag van US$ 10.000 konden ze van de diensten van de SL 5 gebruik maken. Nu was er in heel Mauritanië waarschijnlijk geen 1000 dollar te vinden dus dit plan kon geen doorgang vinden maar samen kom je er wel uit.
Er werd de marineman uitgelegd dat zijn speedboten ook wel wat pk's hadden en zogezegd zo gedaan, de speedboten werden aan de achterkant van de oorlogsbodem geknoopt en met hoog water werd er getrokken. En langzaam schoot het schip weer naar dieper water.
Even later werd het keurig ten anker gelegd aan het overgebleven anker en als dit niet doorgeroest is zal het schip er nog wel liggen.
Een geweldig dankbare admiraal was het gevolg. Zo zie je maar, ook als er niet gevaren wordt is er toch nog altijd wat te doen.

Kraambezoek.
De assistent van de charteraar was vader geworden en dat moest gevierd worden waarbij een gedeelte van de bemanning van de SL 5 niet mocht ontbreken. 's Avonds waren we met nog enige genodigden van de wal present en toen kon het feest beginnen!
Dan kun je ook het verschil in culturen zien want onze Mauretanische vriend had alle vrouwen en kinderen alvast weggestuurd en zo kreeg iedereen de kans om wat zinnigs te zeggen. Dat de vrouwen het lang niet zo leuk hadden kon men horen aan het gelach en gekwebbel in de keuken.
Eerst werden er allerlei gerechten aangeboden die prima smaakten, toen iedereen dacht dat het zo wel genoeg was kwam er nog de traditionele couscous.
Er werd voorgedaan hoe het genuttigd moest worden en dus trok iedereen een stukje van een geitenbout af, greep in de teil met couscous en maakte er zo een kroketje van.
Het smaakte heerlijk en heel wat mensen hadden het erg naar hun zin want ze mochten eindelijk weer eens met hun handen eten. Geen alcoholische versnaperingen, maar dat werd gecompenseerd door thee waar een paard de hik van kreeg.
Maar het was een gezellige avond en natuurlijk een enorme verbroedering. Ook vertelde de man, dat toen zijn vrouw in verwachting was, hij haar bijna niet meer te zien kreeg maar als compensatie haar zuster mocht gebruiken.
Het is nu ook beter te begrijpen dat de Islam zo in opkomst is.

Rondvluchten.
Zoals u al begrepen hebt ging het mooie plannetje van de crew changes niet door want de bemanning van de DSS ging liever met de helikopter. Dat was een acht persoons chopper die op eigen kracht vanuit Engeland was komen vliegen. Als de brandstof op was dan landden ze gewoon in de woestijn en vulden de tanks weer bij.
Er waren vier bemanningsleden voor de chopper die twee aan twee werkten. Aangezien er in Nouadhibou niet veel te beleven was kon je ze vaak aan boord van de SL 5 vinden.
Het waren echte Engelsen, dus hun thee was heilig, maar dat was toch te lastig om steeds te serveren en dus zocht men naar alternatieven. Dat bleek citroenjenever te zijn en in al die weken hebben ze zich er aardig mee vermaakt. Het was natuurlijk ook niet echt drank want het was zoet.
Regelmatig werd er proefgedraaid met de chopper en dan ging er vaak een lid van de bemanning mee. De tweede wtk hield er een tic aan over en kon maar niet genoeg krijgen van al dat vliegen en kon na een paar weken de chopper al aardig bedienen.
Ook de kapitein moest er een keer aan geloven en het moet een sensatie geweest zijn want in volle vaart over het strand scheren geeft een kick.
Ook een wee-over is niet te versmaden. Wat is een wee-over zult u zeggen. Het werd uitgelegd dat een chopper geen looping kan maken maar wel tot halverwege kan. Dit werd ook boven het schip gedemonstreerd wat tot gevolg had dat een matroos bijna begon te huilen en de kok zich moest verschonen.
Er was nog een helikopter in de buurt en die behoorde bij een Franse vissersvloot die op de Atlantic een moederschip met diverse dochters had en daarbij behoorde ook deze chopper om de vis op te sporen.
Voor zijn twaalf uurtje ging hij even naar de wal, dronk zijn biertje en klom weer in zijn toestel. Of hij ging 50 km verderop een biertje halen, daar was een Shell club in de middle of no where. Maar hij had dan gezelschap nodig en kwam eerst even langs om iemand van de SL 5 mee te nemen.

Kreeft en jenever.
Bijna elke dag werd de SL 5 bezocht door "El Borracho". Dit was een Spaanse visserman die was opgepakt door de Mauretanische marine en aan de ketting gelegd omdat hij niet over de juiste papieren beschikte om in deze wateren te vissen.
Het bleek dat hij ongeveer 2000 kreeften in zijn schip had en die werden keurig in leven gehouden in tanks met een zuurstofinstallatie.
Zoals de naam reeds zegt, lustte "El Borracho" er wel pap van, dus elke dag kwam hij met zijn vletje langszij van de SL 5 en ruilde een zak kreeften voor enige alcoholische versnaperingen. Als je weet dat een liter jenever ongeveer 3 gulden kostte dan was dit nog niet zo'n slechte ruil en het drukte het voedingcijfer wat in die tijd, we spreken over 1980, ook al belangrijk werd.
Wat er van die man geworden is, is niet bekend, toen de SL 5 na drie maanden vertrok lag hij er nog en er moesten toen nog 1400 kreeften over zijn. Dus hij kon nog een tijdje blijven.

Bobo, de koksmaat
Toen de SL 5 nog maar net in Nouadhibou lag kwam er een inlander van boven modale afmetingen aan boord om te vragen om werk. Maar de kapitein had net de wacht aangezegd gekregen van personeelszaken in Rotterdam of hij zijn eigen aannemer van schepelingen had, dus de arme man moest helaas teleurgesteld worden.
Toen hij met het te verdienen loon zakte tot alleen het afval uit de kombuis om mee te nemen kon niemand het meer droog houden en werd de man alsnog aangesteld als manusje van alles. Wat betekende dat hij 's morgens de hutten schoonmaakte, 's middags in de machinekamer werkte en tegen de avond de kok hielp en dan gelijk toezicht kon houden op zijn afvalemmer of er wel voldoende inkwam.
En de bemanning durfde haast niet meer van het avondeten te genieten want dat ging van de portie af dat de man mee kon nemen.
Het bleek een model werknemer te zijn waar de hele bemanning een voorbeeld aan kon nemen, want hij was al aan het werk als iedereen nog aan een bak koffie met zwaar shagje zat en dat ging de hele dag door.
Kwam "El Borracho" niet opdagen dan werd Bobo (zo hadden we hem genoemd) met een jute zak naar het strand gestuurd want daar lagen de kreeften bij laag water zo voor het oprapen en kreeg iedereen toch zijn dagelijkse portie vis.

Kobus hield wel van een kaartje leggen en nodigde een deel van de bemanning regelmatig uit om in zijn bungalow te komen klaverjassen. Maar er was één probleem, want er was een avondklok in Nouadhibou en dat betekende dat je 's avonds laat niet meer over straat mocht. Maar dat was geen probleem voor Kobus, want het bedje was opgemaakt en zo kon je na gedane arbeid goed rusten in een slaapkamer van de bungalow.
De kreet "slapen bij de charteraar" ging hier heel best op als variatie van "eten bij de charteraar" wat in die tijd nog wel eens gebeurde.
En de volgende morgen weer keurig op tijd aan boord met de auto van het schip.

Aflossing.
De laatste dag aan boord was voor de kapitein een spannende dag, niet alleen voor het naar huis gaan maar net op de aflosdag wilde de chopper niet meer wat de piloten wilden. Dus moest de crew change van de DSS met de SL 5 gebeuren.
De DSS had het goed geregeld, de SL 23 was op de locatie en zou met de bemanning van de DSS naar Nouadhibou varen en de SL 5 zou met de aflosbemanning naar de DSS gaan en daar op locatie blijven tot de SL 23 de bemanning had afgeleverd in Nouadhibou en weer terug zou zijn op de locatie.
Maar dat zou wel veel tijd kosten wat betekende dat de kapitein zijn vlucht zou missen en dan zou het nog wel een paar dagen duren voor hij kon vliegen.
Maar er was niet voor niets drie maanden goodwill gekweekt en zo kon het gebeuren dat midden op de Atlantic de SL 5 en de SL 23 elkaar ontmoetten en met de Zodiac de beide bemanningen overvoeren. Zo mocht de SL 5 weer terug naar Nouadhibou. Maar ondertussen was de reguliere vlucht van Iberia al geweest, gelukkig was er ruimte genoeg in het chartervliegtuig en zo stond de kapitein 's avonds laat nog in Las Palmas en kon hij de volgende dag zijn reis naar Schiphol vervolgen.
Thuis gekomen moest het kantoor in Rotterdam gebeld worden om even af te melden en kwam er een verbaasde reactie van Paul dat de kapitein nog in Nouadhibou hoorde te zijn want de agent had gemeld dat hij niet met de normale vlucht mee was gegaan.
Maar zo was het toch eind goed al goed.

Piet

Bemanning Smit-Lloyd 5:
Kapitein: P.D. vd Klei
stuurman: A.W. Bonjer
1e wtk: M de Vries
2e wtk: H Janssen
matroos: B.H. Ehrhardt
matroos: A.A. Holtman
kok: J Rodenburg
extra: Bobo

Terug naar boven

 
Billy Boy, S'pore Billy Boy, S'pore Bugis street (oud), S'pore Smit-Lloyd 101, L Tiesinga Billy Boy, S'pore Billy Boy, S'pore
 

Nacht over in Singapore.

Naar de SL 101.
De bemanningen voor de Smit-Lloyd 101 vlogen via Singapore naar Brunei. Dit was vroeger een langdurige geschiedenis en men kwam dan ook gebroken aan boord.
De Smit-Lloyd 101 lag dan meestal op de rede van Kuala Belait te wachten en zodra het schip was overgedragen werd het anker gelicht en begonnen we met het bevoorraden of met ankerwerk.
De Smit-Lloyd 101 voer het water dun!
Omdat men na bijna twee dagen reizen niet bepaald fit is om gelijk aan het werk te gaan had Smit-Lloyd besloten om de aflossers voor de Smit-Lloyd 101 in Singapore één nacht rust te gunnen zodat de nieuwe crew uitgerust aan boord kon stappen en direct aan het werk kon gaan.
Hier kon het Smit-Lloyd personeel zich wel in vinden.

Singapore

De aankomst op Changi airport was normaal aan het begin van de middag en na controle of je haar niet te lang was (dan eerst naar de kapper) en van het gele prikkenboekje (dat vaak in je koffer zat, dus onbereikbaar) ging je langs de douane en werd men opgewacht door een loopjongen van het agentschap.
Vervolgens ging de reis met een busje naar het kantoor van SISEA om wat geld op te nemen en daarna werden we afgezet bij het Negara hotel.
De koffers werden op de kamers gezet en daarna verzamelen in de bar waar een paar pilsjes werden gedronken gevolgd door een Chinese maaltijd.
Dan, zoals het kantoor van ons verwachtte, de koffer in om van een goede rust te gaan genieten.
Echter, 's avonds om een uur of acht, rinkelde de telefoon in de Smit-Lloyd kamers en zag je de één na de ander richting bar gaan om één of twee pilsjes te drinken waarna het gezamenlijk richting Tobis Paradise ging om daar enkele Tiger biertjes achterover te slaan.
Redelijk welbespraakt werd dan een riksja aangehouden die ons naar Change Alley bracht waar, na flink onderhandelen, camera's en dergelijke werden gekocht. Toen nog heel wat goedkoper dan in Nederland.

Bugis Street
Gelukkig met de pas verworven spullen werd dan koers gezet naar Bugis Street waar de straat vol stond met zitjes waar bier en, tegen een schappelijke prijs, saté, lobster en grote garnalen te verkrijgen waren.
Er werden dan enige honderden saté stokjes als voorafje besteld die eerst werden nageteld, je bent uiteindelijk een Hollander!
Tegen deze tijd liepen hier de mooiste dames te paraderen waarvan de kenners wisten dat de meeste een geslacht hadden (of inmiddels kwijt waren) waar menig zeeman jaloers op zou zijn geweest. Het waren al of niet omgebouwde Billy Boys of zoals ze in de Filippijnen zeggen Lady Boys.
Het is wel even wennen als er zo'n half omgebouwd persoon naast je komt staan in een openbaar toilet voor de kleine boodschap.
Ook liep er één van tafel naar tafel waar de diverse operaties waarschijnlijk bij mislukt waren, deze hij/zij probeerde met het bekende spelletje boter, kaas en eieren nog wat geld te verdienen. De inzet bedroeg één Singapore dollar en voor zover bekent won zij/hij altijd.
Tussendoor werd er nog wel eens een wedstrijd gehouden wie het snelst in een riksja van de ene kant naar het einde van Bugis Street kon komen waarbij wel eens een tafeltje sneuvelde.
Ondertussen was het al vroeg in de morgen geworden en ging het per riksja terug naar het Negara hotel om de koffers te pakken en op het busje te wachten dat de bemanning weer naar het vliegveld zou brengen om de reis naar Brunei voort te zetten.

's Middags kwamen we dan op de Smit-Lloyd 101 aan en, het moet gezegd worden, een stuk rotter dan voorheen toen we nog geen rustperiode in Singapore hadden.

Terug naar boven


Nigeria.


Begin dit jaar hadden wij de eer via het reisbureau Ranger Oil een bezoek te brengen aan Nigeria, t.w: Port Harcourt supply base.We gingen tegen het avondschot naar binnen en konden nog even genieten van het natuurschoon dat ons geboden werd. Een kaart hadden wij niet dus moesten vertrouwen op de loods, een man die er zwart-wit-zwart uitzag en wel lol in het leven had. Eenmaal gemeerd, kwam de agent aanboord die ook al overbelicht was. Hij had ook duidelijk plezier in het leven, iedere dag is er uiteindelijk weer één. De man kwam vertellen dat morgen alles ging gebeuren, om 10 uur de lading en het officiële gebeuren met alle gekleurde autoriteiten en of hij maar even wat te eten en een doos bier kon krijgen voor zijn zieke vrouw, die net een larf geworpen had. We gingen de nacht rustig in, tenminste totdat de matroos van de wacht ontdekte dat er voorop twee trossen verdwenen waren waar we aangemeerd lagen. Gelukkig had hij dat bijtijds in de gaten, anders hadden ze op andere schepen gedacht dat we gingen verhalen - en dat mag daar ‘s nachts helemaal niet.

Inklaren.
De volgende dag was een kleurrijke dag, nou ja, wel een eentonige kleur dan.
Zoveel mensen aanboord, het leek wel of het voor niks was, allemaal netjes in het uniform en een tasje of plastic zak bij zich. Ze waren echt geïnteresseerd, want ze wilde alles weten, alles zien, alles proeven en van alles wat meenemen. Er was een hoop papierweek door te nemen en als de kapitein voor iedere handtekening 20 dollar had gekregen, had hij zeker niet van de 54 jarige regeling gebruik hoeven te maken als hij daarvoor in aanmerking zou komen.
Na een paar uur eens een blik geworpen in zijn hut, nou het leek wel op een ouderwetse blinde dag. Ik zag maar twee kleuren, groen en zwart, met een witman die alles naar zijn hand probeerde te zetten. Ja die donkere rukkers lusten ook groene rakkers.
Nadat het laatste gedeelte, de hutten controle, waarbij een aantal ontklede dames te voorschijn kwamen die zich in allerlei standen op papier hadden laten afdrukken, verdwenen zij eindelijk. De kantooruren waren voorbij.
We konden niet gaan varen omdat de uitklaring veel te laat aanboord kwam. Er mag in het donker niet gevaren worden, de rivier ligt vol met onverlichte boeien en kano’s.
Eerst de boel maar een beetje gelucht, want het was langzaam donker geworden binnen. In de avonduren zijn we nog even bij een Duitse collega op bezoek geweest, die was zo vriendelijk ons een kaart af te staan van het havengebied.

Gelukkig, varen.
Nadat we ons te rusten hadden begeven, werden we toch cru gewekt door het algemeen alarm. Wat was er aan de hand? Awel.... het volgende: Aan dek lag een10 duims polyprop en die waren ze bezig in een kano op te schieten.
Drie donkere mannen, die de twee wachtsmensen met messen bedreigden, hevelden de tros in hun bootje. Met de schrik in hun benen zijn onze jongens naar binnen gerend en hebben alarm geslagen. Onze kapitein was er als eerste bij, alleen in zijn Bon Giorno stond hij daar ineens met grote brullen tussen die negers, die van schrik in het water sprongen. Terwijl onze matrozen zich even waren gaan verschonen en het uitgetrokkene in de wasmachine deden (ze hebben maar 2 setjes bij zich), stond onze ouwe sterkste man ter wereld Ted v/d Parre te playbacken. Hij aan de ene kant van de tros en de negers in de kano aan de andere kant. Nadat hij een dubbele paalsteek om zijn jongeheer had gegooid en er steeds meer mensen te hulp kwamen, gaven ze het maar op en kozen ze water voor hun kano. Voor de zwemslagen die ze beheersten wordt je tijdens een wedstrijd gediskwalificeerd. Een van hen leek net een dompelpomp, die kwam telkens boven en spoog een hoop water uit. Langzaam dropen of zopen zij af naar de donkere overkant.
Om 6 uur konden we dan eindelijk dit door vele toeristen bezochte gebied verlaten, er was niemand die ons uitzwaaide.
Peter

Terug naar boven

 
Glomar North Sea, P vd Klei Aankomst Nouadhibou Foto: P vd Klei Schoonblazen bulk tanks, P vd Klei Lading lossen, P vd Klei Ankerwerk Glomar V, P vd Klei
 

Sfax

Als we Syracuse als een saai plaatsje beschreven hebben, dan mogen we in dit rijtje Sfax zeker niet vergeten.
Smit-Lloyd is er in de jaren 70 geweest en dat was mede te danken aan de vaste contracten die toen afgesloten waren met Marathon in Cork. Marathon had de Glomar North Sea in dienst maar dit boorschip was niet geschikt om de barre winter in de Atlantische Oceaan te overleven.
Nu zult u zeggen dat de Glomar North Sea (GNS) het toch niet overleeft heeft, maar dat was in het Verre Oosten en vele jaren later.

Ankerwerk.
De Glomar North Sea was een zeer bekend boorschip, geliefd als zij ergens lag te boren en vervloekt als zij weer een stuk verplaatst moest worden. Ze was uitgerust met 24 ankers en acht betonblokken en dat in een tijd dat er nog geen storage reels waren en alle pennants met de hand van de trommels gehaald moesten worden.
Ook voor mensen die geen verstand van ankerwerk hebben moet dit al klinken als een enorme klus.
Soms kwam er een extra ploeg uit Holland om te helpen want vele handen maken nog steeds geen licht werk bij de GNS, maar het werd wel iets dragelijker.
De Smit-Lloyd 1 en 6 waren de gelukkigen die de GNS mochten bevredigen en dat het goed ging bewees het langdurige contract. Was je eenmaal met het GNS virus besmet dan was het moeilijk om er weer van af te komen.
Al enige jaren ging de GNS in de winter naar de Middellandse Zee en zo zijn ze in Spanje en in Turkije geweest. Maar waar we het nu over gaan hebben is de winter in Sfax.

Het werk.
Sfax is een haven in Tunesië, toendertijd onbekend bij vakantiegangers, maar dat schijnt voor heel veel plaatsen op te gaan; of er zijn toeristen of er wordt gezocht naar olie. Helaas voor de zeelui op de supply schepen.
Heel soms heb je toeristen en olie, maar dat is weer een ander verhaal. Je kwam natuurlijk in Sfax met een schip maar als je afgelost moest worden, dan moest dat via Tunis en dan 6 uur met een taxi door de woestijn.
Wat het leven aan boord zo aangenaam maakte was, dat het ene schip buiten was en het andere binnen lag. En als een beurtschipper voer je uit en de andere naar binnen. En dan lag je ongeveer een halve week binnen, maar dat was ook wel nodig, want in dit soort havens ging het lossen en laden niet zo snel. Zo werd de bariet en cement aan de kade uit de zakken gesneden en in een trechter gegoten, waarna men het met een compressor aan boord probeerde te blazen. En dat met 70 ton ongeveer, een stoffige bezigheid. Ook moest je naar diverse kades toe om water of olie te laden, dus het was regelmatig verhalen.

De collega's.
Voor de leken onder u, dit is niet wat ik op het ogenblik aan het doen ben, maar dat is een schip van de ene naar de andere plaats in de haven brengen.
Nu waren er in de haven ook diverse Maersk schepen, zodat iedereen soms drie, vier schepen dik lag te wachten op zijn beurt om wat te laden. En elke dag zag je de bemanningen van die schepen de wal op klauteren om tegen 12 uur een alcoholische versnapering te halen. Deze schepen stonden n.l. "droog". Voordat u aan iets ergs gaat denken, het betekende alleen maar dat ze geen alcohol aan boord hadden. Op een dag kwam de kapitein van de Smit-Lloyd 6 aan de praat met twee Deense collega's en vroeg ze mee naar binnen naar de bar.
De bar van de SL 6 was een juweeltje van huisvlijt net zoals de bar van de SL 1. De inventaris was deels met de hand gemaakt of anders wel versierd, maar deze bars zouden in geen enkele plaats aan de wal misstaan. De beide gezagvoerders keken hun ogen uit en voelden zich onmiddellijk helemaal thuis. Om twaalf uur kwam de bemanning er even bij zitten en na een gezellig praatje werd er op tijd gegeten. De volgende dag kwamen de beide kapiteins er weer aan en vroegen of ze even in de bar mochten zitten om te praten over het leven in het algemeen en dat van zeelui in het bijzonder. Natuurlijk mocht dat, maar de kapitein legde ze wel even uit, dat dit privé drank was wat in de bar geschonken werd en dat iedereen het zelf moest betalen. Dat was geen probleem, want aan de wal in een Arabisch land is de alcohol bijna niet te krijgen en haast niet te betalen. En zo kon het gebeuren dat de SL 6 het sociale centrum werd van Sfax.
Als de boot binnen kwam werd zij onmiddellijk voor de kant gelegd en de andere schepen werden er keurig naast geparkeerd. Er kwamen natuurlijk steeds meer mensen mee van de andere schepen, maar dat werd dan weer gecompenseerd door meegebrachte bitterhappen. En iedereen stortte zijn bijdrage in het Smit-Lloyd fonds, zodat de bemanning zelf de consumpties vrij had. Ook kreeg je zo een idee hoe de zaken bij een andere rederij geregeld waren; natuurlijk veel beter, maar ja, wij hadden geen droge boot en dat was ons voordeel. En om te weten in februari dat je met de kerst thuis bent is toch niet zo'n prettig idee.
Dan was het bij Smit-Lloyd toch spannender met allerlei noodgrepen in begin december om de juiste mensen met de feestdagen thuis te krijgen.

Op zee.
Op een dag lag de SL 6 buiten ten anker na bij de Glomar North Sea gelost te hebben en men hield radiowacht.
De kok kwam 's morgens bij de kapitein en vertelde dat de eieren uit Ierland nu al zoveel weken aan boord waren en er die morgen een paar niet meer goed waren. Vernietigen zei de kapitein, we kunnen geen risico lopen wat de gezondheid betreft en bedorven eieren zijn ook niet mijn favoriete voedsel. En zo gebeurde het, de kok en matroos zeulden een gigantische doos met 360 eieren over het achterschip om in zee te storten. Wie er begonnen is, is niet meer bekend, maar er was natuurlijk iemand die een eitje moest pakken en dat eitje op het hoofd van de kok kapot te slaan.
Om een lang verhaal kort te houden, dit gebeurde nog ongeveer 360 keer en de doos was leeg. Iedereen zag er bijzonder leuk uit en dat terwijl Pasen nog lang niet in zicht was. Natuurlijk moest de troep niet in de opbouw komen en zo rende de hele bemanning, aangestoken door elkaars enthousiasme, over de rol het water in.
Even ter verduidelijking, de rol is het achterste gedeelte van het schip.
Na schoongespoeld te zijn moesten de mensen toch weer aan boord, het was tegen twaalven dus potjes tijd, maar nu kwam het probleem want de SL 6 was helemaal leeg en in zulk rustig water hoefde er niet geballast te worden. Maar dat betekende ook dat het dek van de SL 6 wel erg hoog boven de dobberende bemanning uitstak. Natuurlijk hing er geen loodsladder over de muur, zodat het niet zo gemakkelijk was om aan boord te komen.

Watertrappelen.
De kok, hoe vreemd het ook klinkt, was de lichtste persoon en twee mannen pakten hem al watertrappend bij zijn dijen en probeerden hem zo hoog mogelijk op te tillen zodat hij bij de spijltjes van het dek kon komen. Zijn nagels krasten akelig over de buitenkant van het schip, maar kwam toch vijf centimeter te kort.
Goede raad was duur, je kunt als stand-by schip toch moeilijk naar het boorschip zwemmen en vragen of ze je aan boord kunnen brengen.
En nu komt een stukje waaruit blijkt dat Smit-Lloyd niet voor niets het onmogelijke waar maakt. Er werd nog één poging ondernomen en zowaar, de kok kon een spijltje te pakken krijgen.
Later kwamen natuurlijk de verhalen, dat de twee watertrappers bijna tot hun enkels uit het water waren gekomen, maar ik denk da dat een beetje overdreven is. Rest me nog te vertellen dat het eten een beetje verpieterd was want de kok had alle elektrische kookplaten al in hun bulderstand staan, dus het eten was lichtelijk gecremeerd

Markt.
In Sfax binnenliggen betekende dat er elke dag even naar de markt gegaan moest worden om te kijken wat er voor lekkers was. Hierbij werd op de Europesche markt ook paling ontdekt. De Europesche markt onderscheidde zich van de lokale markt doordat er niet zulke bloedige kadavers lagen en de buitenlanders, zonder flauw te vallen, wat konden kopen.
Paling is een onrein dier en mag net als varkensvlees niet gegeten worden in Islamitische landen door de plaatselijke bevolking. Hierdoor was het één van de goedkoopste artikelen op de markt. Zo'n twee gulden de kilo en precies de juiste afmeting van een middelvinger dik. Toen de kapitein dit aan boord vertelde kwamen er gelijk reacties over gerookte paling en andere schotels lekkers die er mee gemaakt kunnen worden.
De 1e wtk kon een rookvat maken van een 200 liter drum en daarop nog een stukje van 50 liter en dan had het de meest ideale lengte voor het roken van paling. In de tussentijd zat de kapitein niet stil en ging Sfax in om hout voor het roken te zoeken want onze waaibomenhouten pallets waren daarvoor niet zo geschikt. Gelukkig zijn er in deze landen nog echte timmerlieden, dus ook echte werkplaatsen, waar de meest weelderige krullen van allerlei edelhout gevonden werden. Nu nog enige kilo's paling en de klus kon beginnen.
De paling werd in een wasbak gedaan want ze moest eerst spugen werd er gezegd door de expert en dat werd tegengesproken door een andere expert.
Wat bleek, er waren twee Zeeuwen aan boord en allebei natuurlijk vreselijk veel verstand van paling roken. Maar toen de ene expert op zijn strepen ging staan kon het feest gaan beginnen. Er werd eerst uitleg gegeven hoe de paling schoongemaakt moest worden, er bleek een gaatje aan de onderkant te zitten, ongeveer een kwart van achteren, waar een mesje in paste. Dat gaatje zat er waarschijnlijk speciaal om de dieren schoon te maken. Maar het is toch nog redelijk lastig om onwillige palingen van hun ongewenste onderdelen te ontdoen. Maar zoals alles bij Smit-Lloyd lukte het wel en ze smulden nog lang en gelukkig.
Toch gaat het tegenstaan, elke dag paling voor weken, alleen aflossers die nieuw aan boord kwamen overaten zich nog wel eens en konden een paar moeilijke dagen tegemoet zien. Er zullen in Nederland een paar mensen rondlopen die in een paar weken meer paling hebben gegeten dan de doorsnee burger in zijn hele leven.

Malta.
Op een dag in december werd de kapitein van de Smit-Lloyd 6 verzocht om aan boord van de Glomar North Sea te komen aangezien er een delicaat onderwerp was, wat men niet zomaar over de VHF besproken kon worden.
Nu was dat niet zo moeilijk, want het was een kwestie van op een autoband buitenboord stappen en aan dek van de GNS klauteren. Er wordt beweerd dat sommige 1e wtk's, die lang voor de GNS gevaren hadden, de weg in het magazijn van de GNS net zo goed wisten als op hun eigen schip. Die klommen, als ze wat nodig hadden, even aan boord en zochten uit wat ze konden gebruiken.
Het speciale verzoek van de GNS was of de kapitein zonder uitklaring naar Malta durfde te varen om proviand en onderdelen te halen. Het was n.l. vier dagen feest in Sfax aan het eind van de maand en dan was dit een mooie gelegenheid. Daar had de kapitein wel oren naar, want ook aan boord van de SL schepen werd de proviand minder na zoveel maanden in Tunesië. En aan de wal was lang niet alles te koop wat de verwende figuren van Smit-Lloyd gewend waren.
Dus werd er 23 december koers gezet naar Malta. Het was ongeveer een dag varen.

Jachthaven.
In Malta kwam het schip in de jachthaven te liggen waar het vol lag met overwinteraars, de meeste van Engelse herkomst.
Die keken keken vol belangstelling naar het reuzenjacht (want dat waren de A-boten toch wel in die tijd) en al snel kwamen de eerste gasten even buurten. Nu kijken we vaak op tegen mensen met een jacht, het zullen wel kapitaalkrachtige figuren zijn. Maar het tegendeel was hier waar.
Ze konden net van hun pensioentje rond komen en in leven blijven, alleen het klimaat was in Malta natuurlijk beter dan in Engeland. En aangezien we weer nieuwe voorraden gekregen hadden werd er al gauw een barbecue georganiseerd. Dat die op één van de bovenste plaatsen staat van geslaagde barbecues mag duidelijk zijn. Maar er hebben waarschijnlijk ook nog nooit zoveel hongerige figuren aan een barbecue meegedaan.
Er werden in die paar dagen nog een paar leuke dingen gedaan, maar het verhaal wordt te lang om dat allemaal op te schrijven. Laten we dus volstaan met te zeggen dat het een geslaagde reis was. Na twee dagen was het tijd om afscheid te nemen van het mooie eiland en weer terug te gaan naar de Glomar North Sea.

De terugweg.
Onderweg kreeg de bemanning het nog druk want er mocht geen bewijs aan boord zijn dat het schip in Malta was geweest. Dus werden alle verpakkingen gecontroleerd of er ook Malta op stond en zo ja, dan werd deze verpakking verwijderd. Het schip liet dus een heel spoor van dozen achter.
Toen de Smit-Lloyd 6 op de locatie van de GNS aankwam werden ze met groot enthousiasme ontvangen. Scheepstoeters loeiden en de hele bemanning was uitgelopen. Je kunt het een beetje vergelijken met het Europese voetbalkampioenschap van het Nederlandse elftal in de grachten van Amsterdam in 1988.
Toen ook nog de kapitein met een vloeiende manoeuvre de Smit-Lloyd 6 langszij bracht van de GNS klaterde er alom hartelijk applaus van de dekken.

Er zijn natuurlijk nog veel meer leuke momenten geweest, maar op speciaal verzoek moest het thema "Wein, Weib und Gesang" een beetje onderdrukt worden. Dus zullen we het hierbij maar laten.

Piet van der Klei

Terug naar boven

 
Smit Lloyd 17, W Christ Kees, P vd Klei Kees, P vd Klei Een gelukkig stel, P vd Klei Ankerwerk Glomar V, P vd Klei Ankerwerk, W Christ

Syracuse

Smit-Lloyd 4 en 17
Bij alle plaatsen die genoemd worden in de Smit-Lloyd verhalen mis je toch de naam Syracuse.
We hebben er in het grijze verleden gevaren en soms zelfs met vier schepen tegelijk.
Ook over Syracuse is er wel wat te vertellen. Het is een saai plaatsje op Sicilië aan de Straat van Messina en het is geen paradijs met wuivende palmen en spierwitte stranden zoals we ons dat voorstellen aan de Middellandse Zee.
Naar Syracuse gaan betekende dat je een tandenborstel en een schone pendek in je handbagage moest doen omdat er in Rome overgestapt moest worden en je dus prompt je bagage voor enige dagen kwijt was. Want al kunnen de Italianen mooi zingen, een koffer op tijd van het ene vliegtuig in het andere krijgen was een moeilijke opgave.
Het was geen onoverkomelijk probleem want er was altijd wel een goede ziel die een overall voor je had en dat was voldoende om de eerste dagen door te komen.

Boordwacht.
U begrijpt al wel dat, om enig plezier te hebben, je op je zelf aangewezen was. Nu zal men zeggen dat je plezier in je werk kunt vinden en dat is ook zo, maar als je na vreselijke ontberingen op zee in een haven komt wil je de zinnen toch wel even verzetten.
En dus ging bij binnenkomst, meestal 's avonds, de bemanning even in de stad kijken. Eén man bleef aan boord, de zogenaamde boordwacht, die overal verstand van had en dus in zijn uppie de verantwoording droeg.
Nu lagen er altijd twee schepen van Smit-Lloyd binnen en de eenzame wachten zochten elkaar regelmatig op om gezamenlijk de moeilijke avond door te komen. En zo kon het gebeuren dat de stuurman van de SL 4 even bij d matroos op de SL 17 aanwipte om over het leven te praten. Deze matroos was net weer in genade aangenomen bij Smit-Lloyd, laten we hem Jan noemen.

Honden.
Bij een praatje hoort natuurlijk ook een versnapering en nadat de eerste fles geledigd was moest er nog meer geroddeld worden en dus kwam de volgende fles op tafel.
Jan wou de stuurman wel wat laten zien en na de deur van de passagiershut geopend te hebben met een sleutel die bovenop de richel van de deur lag kwam er een schattig jong hondje te voorschijn. Jan vertelde hem dat ze de hond van de douane hadden gekregen.
Nu waren er in Syracuse niet veel dieren aan boord, alleen de stokoude hond Hassan die ook nog moeilijk liep, want hij was beschoten door de politie en daarbij in zijn achterwerk geraakt. Hij werd geopereerd door de stuurman die op de messroom tafel de kogel onder narcose operatief had verwijderd. Niet iedereen krijgt zo de kans om het geleerde in praktijk te brengen.
Maar we gaan verder met het verhaal. Na een tijdje met het hondje gespeeld te hebben werd hij weer opgesloten en gingen ze verder met hun praatje en aangezien de fles weer leeg was werd er nog een nieuwe opengetrokken.
Nu wist Jan niet dat de stuurman zijn training gedaan had bij de Koninklijke Marine waar ze niet met flessen werken maar met 5 liter tampazanen. En zo kon het gebeuren dat Jan begon te knikkebollen en het gesprek ook minder duidelijk werd.
De stuurman besloot om naar zijn eigen scheepje te gaan. Aan de kade zat Hassan hem trouw op te wachten en die gelegenheid was te mooi. Hassan werd aan boord gehaald van de SL 17 en geruild voor het jonkie. Gauw naar boord van de SL 4 waar ondertussen de bemanning weer thuisgekomen was en het hondje laten zien. Al snel kroop de hele bemanning over de vloer en het was dolle pret tot er plotseling drie woeste figuren naar binnen stormden, het hondje pakten en zonder een woord te zeggen weer weggingen.
Het feest was over en iedereen ging braaf ter kooi.

Misverstand.
De volgende morgen komt Jan aan boord stappen en loopt rechtstreeks naar de kapitein om zich te beklagen dat hij op zijn boot op zijn donder heeft gekregen omdat hij niet goed wacht loopt en dat zo'n hondje weghalen eigenlijk huisvredebreuk is. De kapitein kalmeert Jan zoals het hoort met een pot bier en even later gaat Jan weer terug naar zijn schip. Hij komt daarbij langs de patrijspoort van de stuurman die zijn hand, als een vriendelijk gebaar, uit de patrijspoort steekt. Jan grijpt de hand en wil deze klaarblijkelijk demonteren, dus de hand wordt snel terug getrokken. Hierbij schuurt die langs de rand van de patrijspoort en een schaafwond ontstaat.
Er werd toen nog geen EHBO cursus gegeven maar de meest elementaire kennis was aanwezig, dus werd de wond afgedekt maar ook moest er beklag gedaan worden op de SL 17 over het ruwe optreden van Jan.
De kapitein van de 17 hoorde het verhaal aan en zou wel even de gekwetste hand verbinden.
Maar het is wel de rechterhand, zei de stuurman, en dat is mijn versnaperingshand! Geen nood, er werd keurig een borrelglaasje in het verband gezet. De stuurman heeft zo een week rondgelopen want het was toch wel erg gemakkelijk als hij ergens op visite ging.

De dames.
Nu was Syracuse een echte haven en dat betekende ook dat de prostitutie er welig tierde. Er waren wel twee dames van lichte edoch aangename zeden en die in de buurt van de haven woonden. Ook daar gold toen al dat je zo dicht mogelijk bij je werk ging wonen.
Van één kan ik me de naam nog herinneren namelijk Spiegeltje. Nu zal dit niet haar officiële naam geweest zijn, ze zal wel Maria heten, maar ze had deze naam gekregen omdat er aan haar raam een spionnetje zat zodat ze de potentiële klanten van beide kanten kon zien aankomen.
Spiegeltje was niet knap en moest het meer hebben van haar karakter dan van haar uiterlijk schoon, maar onze matroos Kees zag haar wel zitten.
Kees was een figuur die wel wat gewend was, hij kon boeiend vertellen over woonwagenkampen waar hij vroeger wel eens kwam en Kees vond het een uitkomst dat spiegeltje zo dicht bij was.
Kreeg hij last van amoureuze aanvallen, vooral van roestbikken kon hij dat krijgen, dan kon hij binnen vijf minuten geholpen worden.

Weddenschap.
Kees zat nergens mee en op een goede dag, het zal wel een zondag geweest zijn, werd er een weddenschap afgesloten dat Kees niet in zijn blootje op de fiets een rondje door de haven durfde te maken. En zo gebeurde het dat Kees de hele haven door fietste alleen gekleed in een stropdas want zijn ouders hadden hem toch iets bijgebracht. Daarna poseerde hij nog even tussen de spoorwagons en dat was de show van Kees.
Onze charteraar kenden wij in de figuur van een jonge Amerikaan, die na het verhaal gehoord te hebben gelijk enthousiast werd en zei, dat als Kees door het stadje durfde te fietsen van het Joly hotel naar het schip, hij alle boetes zou betalen en een feestje geven. Het hotel lag ongeveer een kilometer van de haven en was ook onze overnachtingsplek als we afgelost werden.
Dit was niet aan dovemansoren gezegd en Kees fietste in zijn kleren naar het hotel, stripte zich achter de bosjes, op de fiets klom en de terugweg naar het schip aanvaardde.
Daarbij werd hij luid aangemoedigd door de bemanning die in de pick-up van de Amerikaan volgde.
Er zijn nu diverse mogelijkheden waarom er totaal niets in de weg kwam; of de bemanning in de pick-up trok alle aandacht, of een blote man op een fiets is heel gewoon in Syracuse, of het kwam door de siësta waardoor er weinig mensen op straat waren. Een feit is dat we veilig bij het schip aankwamen en dat Kees zijn weddenschap gewonnen had.

Joly hotel.
Het feestje was heel bescheiden gehouden in het Joly hotel. Hier lagen spierwitte marmeren vloeren, die zo wit waren dat het zeer deed aan je ogen, maar toen iedereen er al te veel last van kreeg, was er met de bekende Smit-Lloyd voortvarendheid een oplossing voor gevonden en gingen er een paar Bloody Mary's overheen.
Dit vond de eigenaar niet leuk maar aangezien we zijn zoontje een tijdje hadden laten spelen met de pet van een echte Griekse gezagvoerder werd hij niet echt boos. De Griekse gezagvoerder wel, die zag zijn mooie pet vakkundig gesloopt worden, zoals alleen kleine jongetjes dat kunnen.
Gelukkig had hij zijn vier strepen nog op de mouwen, dus hij had nog niet te veel aan gezag ingeboet. Hij durfde alleen niet zo goed te protesteren want elke keer dat hij zijn pet terug wilde stond er wel een Smit-Lloyder bij die hem boos aankeek.
En dat maakt indruk op vreemden, wij weten wel dat ze geen vlieg kwaad doen.

Aapjeskoets.
Zondags ging de bemanning nog wel eens een ritje maken en dat ging in Syracuse met de aapjeskoets. Het was dan heerlijk rondkijken of er ook wat te beleven viel en natuurlijk ook uitkijken naar de plaatselijke schonen. Zo liepen er eens een paar pracht exemplaren op de boulevard waarbij de mannen die aan de buitenkant van het open koetsje zaten nog wel een lange blik wilden werpen op dat schoons en ook aan de rechterkant van het koetsje kwamen kijken.
Hier was het vervoermiddel duidelijk niet op berekend en het kantelde ook spontaan waarbij de passagiers en koetsier op straat belandden, maar het ergste was nog dat ook het paard omviel. Iedereen krabbelde weer overeind en er werd geconstateerd dat er niets beschadigd was. Alleen het paard lag op zijn zij, maar het kan geweest zijn dat hij er de brui aan gaf en met zo'n zootje niet meer verder wilde.
Probeer maar eens een paard dat niet wil overeind te krijgen. Gelukkig was er een ijscotent vlak bij en konden de mannen onder het genot van een ijsje de situatie bespreken. Nadat een van hen het paard nog eens bemoedigend had toegesproken en over de kop geaaid, keek het paard begerig naar het ijsje en krabbelde overeind. Als beloning kreeg hij het ijsje maar de bemanning mocht niet meer mee. Dat was ook niet nodig, want zoals iedereen weet zijn er op boulevards ook terrasjes en dat kan nog mooier zijn dan in een koetsje zitten.
Dus hebt u ooit een gevallen paard dat niet meer overeind wil komen, probeer het dan met een ijsje.

Piet van der Klei

Terug naar boven