SMIT-LLOYD B.V.
 
Anywhere, Anytime, Anyway
 
100S klasse
De 100S klasse
De Biehl schepen
Smit-Lloyd 104 Smit-Lloyd 108 Smit-Lloyd 112 Smit-Lloyd 117
Smit-Lloyd 105 Smit-Lloyd 109 Smit-Lloyd 114 Smit-Lloyd 118 (2)
Smit-Lloyd 106 Smit-Lloyd 110 Smit-Lloyd 115 Smit-Lloyd 119 (2)
Smit-Lloyd 107 Smit-Lloyd 111 Smit-Lloyd 116  
Foto: Groeneveld/Keeman
 
   
 


De Smit-Lloyd 100 S klasse.

In zijn toespraak die Dhr Scheffer hield ter gelegenheid van de overdracht van de Smit-Lloyd 45 in 1972 werden de eerste twee 100S schepen besteld.
Uit deze toespraak:
"Gezien de komst van super booreilanden, met ankers van 15-20 ton en kettinglengtes van 5000 voet, hebben wij een "super schip" ontworpen wat het sterkste en grootste bevoorradingsschip is wat er tot nu toe in de wereld is ontwikkeld.

Uitrusting.
Deze 100S klasse, is een schip van 7500 pk, laadvermogen van het schip is 1100 ton. Voor het verankeren van de super booreilanden en het locaal verslepen daarvan is het schip uitgerust met een elektrisch aangedreven winch met drie trommels (eigen gewicht 65 ton) welke bovendien is voorzien van twee kettingschijven. De sleeptrommel zal worden voorzien van 1000 mtr 7 1/2" draad. De breektrommel heeft een max trekkracht van 150 ton. Onder de lier zijn vier kettingbakken met een inhoud van 260 m3 aangebracht voor het opslaan en vervoer van ketting. (2000 voet 3" ketting)
In het achterschip zal een rol worden ingebouwd van 5 mtr lengte en 2 mtr diameter. Evenals alle andere schepen zullen ook deze worden uitgerust met zeer moderne navigatie apparatuur."

Er zijn 13 AHTS schepen van deze klasse in Nederland gebouwd en 2 schepen in Amerika n.l. de Biehl Traveller en de Biehl Trader.

Afmetingen:
De schepen hadden de volgende afmetingen: lengte 63,89 mtr, breedte 13,3 mtr, holte 6,30 mtr en een diepgang van 4,75 mtr. Waterverplaatsing 2560 ton.
Er is accomodatie voor 14 passagiers.

Lading capaciteit:
Gasolie 450 ton (100), drillwater 600 ton(2 x 100), drinkwater 110 ton (60), bulk 6275 ft3 (44 lbs) en 500 ton deklading.
De rig kettingbakken hebben een capaciteit van 7200 ft.

Voortstuwing.
De voortstuwing bestaat uit twee Stork Werkspoor 6TM410 motoren van 3750 pk elk die twee verstelbare schroeven in fixed nozzles aandrijven. De boegschroef is 310 pk sterk en heeft een thrust van 5 ton hij wordt aangedreven door een 12 cilinder MWM diesel. De bollard pull bedraagt 100 ton. De schepen kunnen een maximum snelheid bereiken van 15 knopen en hebben dan een brandstofverbruik van 28 ton/dag. Brandstof verbruik bij economisch varen ca. 13,5 ton per dag, stand-by varen 5 ton/dag.

Biehl.
De Biehl schepen hebben De Lavalle Enterprise hoofdmotoren maar zijn verder zo goed als hetzelfde als de in Nederland gebouwde schepen.
De Biehl Trader en Biehl Traveler, met hun blauw / gele kleuren, zijn gebouwd in San Diego en werden geexploiteerd door Biehl Offshore te Houston. Ze voeren met Amerikaanse bemanning en onder Amerikaanse vlag.
De schepen zijn ontworpen voor een zeer koud klimaat en zijn dus voorzien van een speciaal verwarmingssysteem. Ze werkten vanuit Yukatat in de Golf van Alaska. De eerste grote taak betrof het verslepen van het gigantische booreiland Sedco 706 van Alaska naar Seatle.

De 100S schepen werden later uitgerust met een Wichita rem om op diep water ankerwerk te kunnen doen. Er werden veel sleepreizen met semi-submersible rigs gemaakt.
In 1984 werd begonnen met het plaatsen van Karmoy stoppers, op de Smit-Lloyd 106 werden ze in Alblasserdam gemonteerd. De andere 100S schepen volgden al snel.
Smit-Lloyd 109 en 111 werden omgebouwd om op IFO te varen.
De Smit-Lloyd 112 heeft als diving vessel op de Noordzee gewerkt en kreeg een vierpunts ankersysteem met 4 Delta Flipper ankers van 2,5 ton
.

Aanvaring.
Op 6 april 1978 om 00.30 ging de Smit-Lloyd 117 in de Golf van Suez anker op om langszij de Discoverer 511 te gaan voor het lossen van lading.
Op dat moment kwam het Japanse schip Ace Hero aan SB kant invaren. De Ace Hero ramde de Smit-Lloyd 117 tussen tank 15SB en tank 19SB.

De Smit-Lloyd 117 mocht niet meer langszij de D 511 komen om te lossen. In die tijd was er nog geen kraan op de Smit-Lloyd 114 en 117 geplaatst zodat alle circa 8000 zakken chemicaliën met de hand overgezet moesten worden.
Met 20 graden slagzij is het schip toen naar Suez gevaren waar het, na betalen van steekpenningen, door het Suez mocht varen en verder naar Malta voor reparatie.
Na die tijd werd de Smit-Lloyd 117 ook wel Smit-Lloyd 116 3/4 genoemd.

Terug naar boven

 
Smit-Lloyd 110 Smit-Lloyd 104 en 107, A Balk Smit-Lloyd 114, 117, L Tiesinga Smit-Lloyd 104, J VinkSmit-Lloyd 117 Smit-Lloyd 106, J v Eijk Smit-Lloyd 108, W Koper Smit-Lloyd 108, L vd Luit
 

 

De Amerikaanse Biehl schepen.

De Amerikaanse wet (Jones Act) verbied het om met in het buitenland gebouwde schepen en/of onder buitenlandse vlag varende, met buitenlanders bemande schepen in de Amerikaanse havens en wateren te laten opereren.
In de nacht van 3 op 4 juli 1975 kreeg de Smit-Lloyd directeur RW Scheffer bericht van uit Washington DC dat de Maritieme Administratie van de USA haar goedkeuring had verleend aan het plan dat voldoet aan de bepalingen die voorkomen in de zogenaamde Jones Act. Dit als eerste buitenlandse rederij.
Onmiddellijk werd via de Smit-Lloyd agent in de USA, Biehl Offshore Inc te Houston, de opdracht gegeven aan Campbell Industries te San Diego California om twee schepen te bouwen van de zg 100S klasse.
Ze zullen de namen Biehl Trader en Biehl Traveler gaan krijgen. Ze zullen onder Amerikaanse vlag gaan varen met een Amerikaanse bemanning. Ze gaan op een long term charter werken voor een consortium van olie maatschappijen vanuit een haven in Alaska.
De bouw van de schepen zal begeleid worden door het hoofdkantoor in Rotterdam en enkele Smit-Lloyd Hwtk's en kapiteins. De Amerikaanse bemanningen zullen op Nederlandse Smit-Lloyd schepen geplaatst worden om het vak te leren.

Oktober 1976.
Op de Smit-Lloyd schepen op de Noordzee worden de eerste nieuwe Amerikaanse bemanningen geplaatst.
Als eerste groep kwamen Hwtk Arthur F Mournian (SL 110), kapitein Charley Lane (SL 107), kapitein J Drahos (SL 105/110), Reuben Baker (SL 107), ch. mate Dan Fuller, 2nd mate Paul Arsenault, 3th mate Steve Schoepke, ch.eng Chuck Lowry, 2nd eng John Fursh, Bill Meachum en Jim Thomas.
Later zouden er nog vele volgen, ook matrozen.
Hwtk W Rab en H v Rixel zijn geruime tijd in San Diego gestationeerd geweest om de nieuwbouw te begeleiden.
Kapitein W Mooij en Hwtk W Rab (en later Appie vd Voorde) zijn voor korte tijd gestationeerd geweest op het eerste schip van Biehl Offshore, de Biehl Trader.
De Amerikaanse bemanning bestond uit:
Kapitein-Jim Drahos, chief mate-Dan Fuller, 2nd mate-Paul Arsenaul, 3th mate-Steve Schoepke, Ch engineer-Chuck Lowry, first engineer-Lu Champa, 2nd engineer-John Fursh, AB Richard Mee, Richard Beck and Bill Stevens and cook Art Stupp.
Captain Jim Drahous werd later de nautische man in Houston. Arthur Mournian werd later als technische man op het kantoor in Houston gerplaatst.
De Biehl Trader en Biehl Traveler zijn in grote trekken het zelfde als de 100S schepen. De hoofdmotoren zijn van Delaval Turbine Inc. Enterprise en hebben een vermogen van 7312 BHP.

De kleuren.
De romp is blauw en de schoorstenen zijn geel geschilderd.
Waarom niet de Smit-Lloyd kleuren overgenomen?
De romp werd blauw omdat dit de Biehl kleuren waren. De schoorstenen wilde Sam Weeks goudkleurig hebben met een embleem er in zoals bij United Fruit en Standard Fruit, zijn vorige maatschappij. Arthur Mournian was het hier echter niet mee eens.
Na overleg met de (mooie) receptioniste van Campbell Industries en de secretaresse van Lou Petrasich werd besloten dat goudkleurige schoorstenen goed bij de blauwe romp zouden passen maar dan zonder embleem.
In overleg met International Paint werd, uit praktische overwegingen, besloten om ze donker geel te schilderen.


De schepen zijn ontworpen voor een zeer koud klimaat en zijn dus voorzien van een speciaal verwarmingssysteem. Ze werken vanuit Yukatat in de Golf van Alaska.
De eerste grote taak van deze schepen betrof het verslepen van het gigantische booreiland Sedco 706 van Alaska naar Seattle.

Het contract dat Smit-Lloyd met Biehl had afgesloten werd later een wurgcontract genoemd. Het kwam er op neer dat Smit-Lloyd en Biehl de winst deelden maar dat Smit-Lloyd de verliezen voor zijn rekening nam.

31 Januari 1991 zijn ze voor 100% eigendom van Smit-Lloyd geworden. Op 1 februari 1991 zijn ze onder de Bahama vlag gebracht en omgedoopt in Smit-Lloyd 118 en 119. Er kwamen Nederlandse officieren en Filippijnse gezellen aan boord.

Terug naar boven

 
Trader, A Mournian Biehl Traveler Biehl Traveler, A Mournian