De
bouw.
De Smit-Lloyd 51 is in 1965 als Pakistaanse patrouille schip gebouwd
bij Brook Marine in Lowestoft, Engeland.
Tijdens de bouw is het schip verkocht aan dhr. Ruijs van de Rotterdamse
Lloyd directie en daarna aan Smit-Lloyd in beheer gegeven als crewboot.
Het schip is 200 BRT, lengte is 107 voet, heeft 2 schroeven en twee
Maybach Mercedes diesel motoren met een gezamenlijk vermogen van 3300
pk, goed voor een snelheid van 24 mijl.
De bemanning bestond uit 5 personen. Voor de passagiers was er een grote
lounge met vliegtuig stoelen. De Smit-Lloyd 51 is op 23 juli 1968 door
middel van een grote trolley te water gelaten en werd op 11 augustus
door Mrs Angus Beckett te Lowestoft gedoopt.
In december 1965 als Smit-Lloyd 51 in de vaart gekomen en in charter
gegaan voor Continental Oil Company. De charterprijs bedroeg US $ 650
per dag.
Dit is het enige Smit-Lloyd schip dat altijd met de Rotterdamse Lloyd
schoorsteen heeft gevaren.
P
de Smit
Twee baantjes.
De wtk die de nieuwbouw begeleidde is tussendoor nog wachtsman geweest
op een onvoltooid platform van Continental Oil in de Noordzee. Voor
dit doel was er een caravan op dit platform geplaatst. Gedurende deze
drie weken kwam de Smit-Lloyd 1 af en toe eens kijken of alles in
orde was.
Het werk.
In het jaar dat de 51 op de Noordzee werkte heeft het aan de verwachtingen
voldaan ten aanzien van het passagiersvervoer van en naar booreilanden.
Maar de passagiers bleken er heel anders over te denken. De mensen
van de booreilanden hadden helaas niet die zeebenen, die nodig waren
om in goede conditie hun werk aan te vangen. De zeeziekte speelde
hen wel zoveel parten, dat zij de Smit-Lloyd 51 beslist niet als een
bijzonder prettig middel van vervoer beschouwden.
De 51 moest officieel 24 mijl halen maar haalde bij proeven in Hamburg
en het Haringvliet slechts 17 mijl waar sommige charteraars niet blij
met waren.
De Smit-Lloyd 51 werkte voor de Transocean 1, pijpenlegger Hugh W
Gordon en een bijzonder goede naam heeft het schip verworven met de
activiteiten voor de barge PM 24 van Ingram-Micoperi.
.jpg) |
Collectie
NSM
Bemanning.
Klaas de Vreugd was de eerste
kapitein (door Scheffer aangenomen), bestman Dick Buis, kok Huib den
Heijer. Andere bemanningsleden waren o.a.: Guus de Niet, Flip Lameijer,
Henk Schippers, Willem Terpstra, F Sanders (Ome Freek), Hans v Saagsveld,
Leo vd Luit, Jelle Mulder en Duck Zandstra. Jan Noeken maakte zijn
eerste reis als kapitein op de Smit-Lloyd 51.
Ook Paul heeft op een weekend
eens een reisje met de 51 meegemaakt naarde PM 24. Zeeziek als een
hond maar een ervaring rijker.
Jelle
Mulder maakte zijn eerste reis als matroos / kok op de SL 51 in maart
1966 bij kapitein de Vreugd. Jelle mocht in het kleine kombuisje goochelen
met het
diepvries Marfood eten, het fornuisje was een baby belling met 1 kookplaatje.
Ondanks deze beperking wist hij ook nog elke dag soep vooraf te geven,
behalve de laatste dag want toen zat de soep tegen het onderdeks aan.
De reis begon bij de werf in Alblasserdam samen met o.a. Ab Noeken
en Leo van der Luit en de bestemming was Emden waar voor de Transocean
2 (of 1) werd gewerkt.
Er werden daar ook snelheids
proeven gedaan waarbij Scheffer, Belder, Draaier en Hoogenbosch aanwezig
waren. Al het overbodige materiaal werd van boord gehaald maar dat
resulteerde slechts in een geringe snelheids winst.
Verkocht.
Op 12 maart 1969 is de Smit-Lloyd 51 verkocht aan Bandar Abbas Supply
and Service Co in Iran en wordt herdoopt in Shahryar. Het schip werd
als lading op de Kandelfels naar Iran gebracht waar het op 5 juni
1969 aan kwam. Vanuit Bandar Abbas zal de Smit-Lloyd 51 post naar
tankers brengen en crew changes doen.
Terug naar boven