Gegevens:
De schepen hebben een totale lengte van 65,50 m, breedte
14,05 m, holte 7,20 m en een geladen diepgang van 5,95 m. Hierbij
hoort een deadweight van bijna 2500 ton en een waterverplaatsing van
ruim 3500 ton.
Aan dek kan er ca. 800 ton lading vervoerd worden en dan nog eens
1500 ton onderdeks. Dit mag verdeeld worden tussen; drinkwater 175
m3, drillingwater 985 m3, brandstof 840 m3 en 10.500 kubieke voet
bulk lading verdeeld over 7 tanks.
Werf.
De schepen zijn gebouwd bij Scheepswerf de Waal NV te Zaltbommel.
Veranderingen.
Ook op deze schepen zijn, in vergelijking met de voorgaande schepen,
weer verbeteringen aangebracht. Wat direct opvalt, is dat het schip
twee boegschroeven heeft. Door de lengte van het schip, bijna 66 meter,
hebben we flink wat boegschroef vermogen nodig (7 ton) om goed manoeuvreerbaar
te zijn. Dat betekende een boegschroef die zo groot werd dat hij bij
een beetje zeegang al boven water uit zou komen. Zo kwam men dus op
twee stuks, wat ook weer de bedrijfszekerheid verhoogde.
Verder heeft dit schip een bulbsteven. Bij proeven is aangetoond dat
bij een rustige zee de snelheid gunstig wordt beïnvloed en bij
zware zeegang de stampbeweging verminderd.
Achter de schroeven hebben we vrijdragende Beckerroeren zoals ook,
tot volle tevredenheid, bij een paar 40 schepen is aangebracht.
Omdat het schip speciaal gebouwd werd voor supply werk, waren de straalbuizen
voor meer trekkracht niet nodig. In eerste instantie was er een bescherming
om getekend zoals op de A-schepen. Deze gaven echter zoveel weerstand
dat er naar een andere oplossing moest worden gezocht. Die werd gevonden
in een korte symmetrische buis om de schroef.
Ook werd een beter (gesloten) ankerspil geplaatst om op grotere dieptes
te kunnen ankeren.
Machinekamer.
De tandwielkasten van de hoofdmotoren zijn uitgerust met een extra
"power take-off." Deze extra as drijft, via een koppeling,
de boegschroefgenerator aan.
De afgifte capaciteit is opgevoerd, speciaal voor het lossen van bulk.
Dit gebeurt nu over twee slangen van 6". Hiervoor werden twee
grote tweetraps compressoren geïnstalleerd, diesel gedreven (Bolnes
DLN). Er werd nog een derde compressor geplaatst echter aangedreven
door een elektromotor.
Bolnes motoren, tweetakt, hebben als voordeel dat ze niet of zeer
weinig roken. Het smeerolie verbruik ligt onder dat van viertakt motoren
terwijl het brandstofverbruik niet of nauwelijks hoger is bij een
vergelijkbaar vermogen.
De aandrijving van de 60 klasse schepen gaat
door middel van twee, 14 cilinder DNL, Bolnes motoren van 3000 pk
elk, met twee cp schroeven. De boegschroef is 2 x 300 pk, met een
thrust van 6,8 ton. De snelheid bedraagt 13,5 knopen bij een brandstofverbruik
van 16 ton/dag. Economische vaart is 12 knopen en geeft een verbruik
van 10 ton/dag.
Er werden 2 van deze supply schepen gebouwd. Ze werkten hoofdzakelijk
voor Chevron Aberdeen.
In 1984
werden beide schepen bij van der Giessen - de Noord geschikt gemaakt
voor het vervoer van heavy brine en liquid mud.
Terug
naar boven